Archief voor de ‘Onnozele informatie’ Categorie

Bij het lezen van een bepaald stukje bij een medeblogger schoot het me ineens weer te binnen dat ik nog een logje in mijn concepten had staan. Een onderwerp waar ik ooit eens aan begonnen ben maar die ik 1 of andere duistere reden niet heb afgewerkt. Misschien is dit dan toch het ideale moment om het af te maken en te publiceren, want anders komt het er misschien niet meer van.

Het onderwerp zit al helemaal in de titel van mijn logje. Herken je het of is het Chinees voor je?  Wie van Aalst en omstreken is weet dat dat streekgebonden vervoegingen zijn.

Zal ik even vertalen? Kijk even mee:

– A doet = jawel (M) als in [hij heeft dat niét gedaan] —> [A doet!] = jawel, hij heeft dat wél gedaan.

– An’doet = nietwaar (M) als in [hij heeft dat gezegd] —> [an’doet] = nietwaar, dat heeft hij niét.

– Toet = jawel (onzijdig) als in [dat is niet waar] —> [toet] = jawel, dat is wel waar.

– Tn’doet = nietwaar (onzijdig) als in ontkenning van [toet]

Is ’t een beetje duidelijk? Doentj of n’doentj? (=ja of Nee?) Hehe.

Ok, ok, iets gemakkelijker dan: de vervoeging van het werkwoord “hebben” in de verleden tijd:

– g’otj = je had

– a oo = hij had

– z’oo = zij had

– wer oon = wij hadden

– z’oon = zij hadden

Dat Oost-Vlaams is een raar taaltje, zo plat als een vijg vooral. En lelijk, eigenlijk.

Maar zo heeft iedere regio wel zijn eigen streektaal, wat me naadloos brengt tot de essentie van dit schrijfsel: ik ben 1 van de grootste pleiters voor het behoud van het dialect.

Het Algemeen Nederlands moet uiteraard onderwezen blijven worden, dat is en blijft immers dé enige beschaafde taal die iedere Nederlandstalige deftig en bij voorkeur foutoos zou moeten kunnen praten, lezen en schrijven.

Ons land heeft een groot arsenaal aan verschillende dialecten: West-Vlaams, Oost-Vlaams, Limburgs, Antwerps, Brussels, Gents, …en daar tussenin nog een brede variatie aan accentnuances. (van Wallonië weet ik het niet, ik ben de Franse taal niet machtig genoeg om in Waalse regio’s enig onderscheid in dialect te kunnen horen)

Met zo’n mooi pallet aan specifieke volkstaaltjes en tongvallen zou het toch jammer zijn mocht dat onderdeel van onze cultuur verloren gaan? Het in stand houden van onze dialecten kan alleen maar slagen wanneer iedere ouder zijn dialect aan zijn kind(eren) doorgeeft. Maar daar knelt allang het schoentje.

Ieder klein dorpje in elke regio heeft een nuanceverschil in z’n dialect, en het zijn net die kleine nuances die meer en meer het zuivere dialect infiltreren en verbasteren.

Vele kinderen gaan niet meer in hun geboortedorp naar school maar lopen school in de grote stad, waardoor ze hun eigen dorpsdialect verleren. En op latere leeftijd zet die gang van zaken zich dan gewoon door: wie bijvoobeeld geboren is in Aalst maar voor zijn studies uitwijkt en op kot gaat in Gent, die doet zich daar misschien een lief op en heeft daarnaast ook een pak vrienden…euh…te vriend met wie hij het meeste van zijn vrije tijd doorbrengt. Die Aalstenaar brengt gegarandeerd een Gents accent aan in zijn Oljsters dialect, met als gevolg dat die op de duur geen echt ‘plat Oljsters’ meer kan praten en dat dus ook niet meer aan zijn kinderen kan doorgeven.

Op die manier gaan vele zuivere dialecten stilaan helemaal verloren.  Niks aan te doen, dat is nu eenmaal een neveneffect van de evolutie: het leven speelt zich niet meer enkel in het eigen dorp af.

Enkel de oudste generatie die er nu nog is, is z’n eigen zuivere dialect nog machtig. Recentere generaties en vooral de generaties die nog gaan volgen zullen onvrijwillig zorgen voor verbastering van het zuivere dialect.

De kinderen van onze kinderen zullen geen zuiver dialect meer horen, dus na ons zou het wel eens helemaal gedaan kunnen zijn.

Ik zou dat verschrikkelijk jammer vinden.

Wat denk jij hier over, lezer? Geef jij je locale dialect door aan je kind(eren) of sta je erop dat enkel het AN de voertaal is ten huize U?

Advertenties

of hoe rust de hersenen heelt

Geplaatst op: 5 januari 2010 door margogogo in Life, Losse flodders, Onnozele informatie

Vandaag (zogoed als) een ganse dag in mijn verduisterde living verbleven, hangend en liggend in de zetel, onder een fleece dekentje. ‘k Heb best wat afgemaft, eigenlijk, al wilde ik o zo graag een stapje zetten buitenshuis, de ijskoude lucht in. Velen worden bang van ijs en sneeuw na een slippertje met bijhorende valpartij. Ik niet. Het is niet omdat ik uitgegleden ben dat gladde paadjes nu ineens vijandelijk gebied worden.

Het had erger kunnen zijn. Ik had mijn rechter enkel kunnen breken, of 1 of ander been, of mijn pols of een arm, of twee armen, of mijn rechterknieschijf, of mijn linkerelleboog. Of mijnen nek. Ik had mijn tong afgebeten kunnen hebben door de knal. Of er had een barst in mijn schedel kunnen zitten. Ik heb geluk gehad, het was niet meer dan een tijdelijk hersenschuddinkje.

Vandaag ben ik dus niet gaan werken. Of dacht je dat er op ‘t werk een verduisterde living is met een zetel waarin ik de ganse dag heb liggen te liggen? Gisteravond bonkte mijn hoofd en maakte ik lichtjes koort. Mijne pa was ongerust en kwam even langs…het was hij die me zei dat ik maar beter niet kon gaan werken. Hij heeft zich gisterenavond en vandaag over zijn kleinzoon ontfermd. Vanochtend vroeg heeft hij smurf naar school gevoerd en deze namiddag is hij hem ook gaan afhalen. Mijne pa is echt een schat van ne mens, op wie ik altijd kan rekenen.

Het gaat intussen alweer stukken beter. Het gebonk in mijn hoofd is weg, de koorts is weg, het troebel zicht is weg. Die platte rust in het duister heeft mij goed gedaan.

Zie je wel dat niks doen wonderen kan verrichten?

Een leek die keek

Geplaatst op: 19 oktober 2009 door margogogo in Onnozele informatie

cinema Zaterdag “De helaasheid der dingen” gezien op het grote scherm. In 1 van de twee zaaltjes van een kleine cinema in Lier (sla me dood maar ik ken de naam niet, dat zou ik eens aan Breeg moeten vragen, die weet dat, hij was erbij btw.

Het viel me daar weer eens op hoe totaal anders zo’n kleinere bioscopen toch wel zijn in vergelijking met die grote ketens, die mastodonten met 7 ingangen en evenveel uitgangen, honderdvijfendertig gangen die leiden naar zevenentwintig zalen waarbij je onderweg tientallen toiletten passeert -aan 40 cent de pipi-beurt. Gooi daar dan nog eens die massa volk bij en de gezelligheid is compleet ribbedebie.

Ok, de meesten gaan niet naar de film voor de gezelligheid maar om de film zelf, en dat is ook de essentie eigenlijk, dat weet ik ook wel, doch voor mij zijn sfeer en omgeving heel belangrijk. Altijd en overal. Ik ben wreed gevoelig voor de omgeving waarin ik mij bevind, zo ook in cinema’s. Ik ben er zeker van dat ik niet de enige ben die het niet heeft voor een overvolle oversized zaal waar je enkel mag gaan zitten op de plaats die je door je ticketje toegewezen krijgt. De praktische kant van die stoelendans snap ik wel, maar ‘k vind die buil bij de bluts toch wel redelijk jammer.

Gelukkig zijn er nog kleinere bioscopen die het (voorlopig) nog redden ondanks de grote complexen, er zijn er een paar in mijn streek. In Aalst zijn er de Palace en het Feestpaleis en in Ninove heb je Cinema Central (onlangs nog te zien geweest op den tellevies in 1 of andere reportage over de teloorgang van de kleine cinema’s).  Geef mij maar de knusse gezelligheid van zo’n kleine ouwe zaaltjes met half doorzeten zetels, het mag best een beetje back to basic zijn voor mij, dat heeft tenminste nog zijn charme.

Of de film die ik heb gezien goed is? De recensenten vinden van wel. Ik had er mij meer van voorgesteld, mijn verwachtingen lagen blijkbaar iets te hoog. Nope, een wauw-gevoel had ik niet. Goh, ik ben een leek en ken veel te weinig van film om er analytisch over te gaan doen of een oordeel te vellen dat er geen is, ik kan alleen maar zeggen of ik hem goed vind of niet. Da’s zoals met wijn: een wijn is voor mij goed als hij mij smaakt. Als een gerenomeerd wijnkenner zegt dat een bepaalde wijn een klassewijn is, gemaakt van de zuiverste kwaliteit aan diverse druivenrassen die zorgen voor een heel rijk smaakpallet en een stevige afdronk, dan zal dat allemaal wel waar zijn, maar als ik hem niet lust dan is dat voor mij geen goeie wijn. Punt. Maar we wijken af.

Waarom ik “De helaasheid der dingen” niet zo goed vond? Omdat ik moeite heb met snelle voorbijflitsende beelden en omdat de beelden in de film een serieuze snelheid hebben (zo kwam het bij mij over).  Snel heen en weer kletsende beelden en zware close-ups vind ik niet prettig om naar te kijken. Wellicht was die schichtigheid in de beeldmontage de bedoeling om de venijnigheid en de vortigheid van die marginale bende weer te geven, in dat opzet is de filmmaker absoluut meer dan gelukt. Maar voor mij is is het iets te te venijnig, te gewelddadig, te druk.

Oja, wat mij ook weer opviel was dat dat typische dialect die men in die film spreekt, hetwelke ook het mijne is, ver-schrik-ke-lijk plat en effenaf lelijk klinkt op een scherm. Jawadde nog gin betjn mèn skaupelieven.

Niveau nihil, jong, NIHIL

Geplaatst op: 14 oktober 2009 door margogogo in Onnozele informatie

Niks te melden.

Niks meegemaakt voorlopig.

Niks van inspiratie op dit moment.

Niks.

Wel goesting om te bloggen.

Iets.

niks

Geroddelsel en achterklap

Geplaatst op: 22 september 2009 door margogogo in Info, Life, Onnozele informatie

roddelen Madammen altegader: ge moet veel roddelen want dat is supergoed voor uw gezondheid!

Astemblieft!

 

Dit las ik in het boekje van de CM met de wervelende titel “Cava?”, wat in het Vlaams zoveel betekent als “Oewist?”

Vooraleer ik de inhoud van het artikeltje over roddelen ten berde breng wil ik zelf even roddelen, doch dit geheel entre parenthèsekes. Ik vraag mij af waarom ik dat boekje eigenlijk al jarenlang in mijn bus krijg. Ik heb met die mutualiteit totaal niks te maken. Krijgt iedereen dat boekje? Eender wat, over de CM valt 1 en ander te roddelen en ‘k ga dat dan ook doen en mijn mening hier eventjes in de groep smijten, als ‘t niet geneert.

Kijk, de mutualiteit waar ik aangesloten ben is ten eerste al een stuk goedkoper, en ten tweede is de service veel en vele beter. Er zal ook wel nog een ten derde en ten vierde zijn, maar daar ga ik mij niet in verdiepen. Ik wil het gewoon even hebben over een ervaring die ik van heel dichtbij heb meegemaakt, meer bepaald over de ‘service’ van de CM ten opzichte van mijn broer en schoonzus en mijn nichtje Thari, hun (op 10-jarige leeftijd overleden) jongste dochtertje. Hun ervaring met de CM, in een notedop: een wirwar aan overbodige papierenrompslomp, meervoudige weigeringen van financiële steun en praktische hulpmiddelen voor een gehandicapt kind dat genoodzaakt is om thuis te worden verzorgd en begeleid omdat haar handicap (Syndroom van San Filippo) fulltime begeleiding en verzorging nodig heeft (speciale opvangcentra kunnen niet 24/7 met 1 kind bezig zijn). Hun weigeringen en manier van doen was ronduit schandalig en verwerpelijk. Ik kan alleen maar hopen dat ze heden ten dage iets menselijker omgaan met de noden van hulpbehoevende ouders van gehandicapte kinderen. Ook uit heel goeie bron weet ik dat de CM heel goed is in het weigeren van terugbetaling van de grote kosten die een medisch verantwoorde chirugie met zich meebrengt. Met een “dat valt onder cosmetische chirurgie, we betalen dat niet terug” werd een goeie kennis van mij de laan uitgestuurd. Ik zelf had die ingreep ook nodig en kreeg meteen groen licht bij mijn ziekekas, inclusief de nodige documenten voor hun financiële tussenkomst, een bedrag dat geweldig hoog was, by the way. Soit. Ik wijk nu wel heel erg af van de essentie van dit logje.

Om verder te gaan waar ik was gestopt om te roddelen; ik doorbladerde dus hun boekje (ja, ik geef toe dat ik desondanks hun pamfletje altijd wel eens vluchtig inkijk) en stootte op een klein artikeltje dat stelt dat roddelen gezond is. Voor vrouwen, zowaar, want mannen roddelen niet. Do they?

Roddelen, beste dames, heeft een positieve impact op het niveau van progesteron, het hormoon dat angst en stress vermindert. Dat hormoon stopt ook infecties en de overproductie van oestrogeen. medisch gezien heeft roddelen dus een positieve impact op gans  uw lijf en al uw leden, wat, geef toe, toch wreed goed nieuws is voor de onverbeterlijke roddelaarsters onder ons.

In het stukje wordt verder ook gesteld dat roddelen de sociale banden versterkt. Ook weer dankzij onze hormonen. “De link tussen lichamelijke reacties en menselijk sociaal gedrag verklaart waarom mensen met veel vrienden gelukkiger en gezonder zijn”, schrijven ze, eindigend met “Facebook, here we come!”

Dus, mensen, als ge uwen neus voelt jeuken: ‘t is niet om achter uwe rug te klappen, ‘t is voor mijn gezondheid.

Wiens jongske zijde gij?

Geplaatst op: 19 juni 2009 door margogogo in Life, Onnozele informatie

metalen trap 17u30, gedaan met werken. Van de tweede verdieping daal ik de trap af op weg naar het gelijkvloers. Margo leaves the building. Of toch niet. Halverwege, op de eerste verdieping, laat een vriendelijke jongeman mij voorgaan. Hij komt me bekend voor. Ik denk me te pletter maar kan er niet opkomen wie hij is of vanwaar ik hem ken. Het is geen collega, het is geen personeel van de eerste verdieping. Grmbl, da’s ambetant. Zou ik hem gewoon vragen:”seg, ken ik u van ergens?”. Maar nee gij, zot. 

We dalen verder de trap af tot op het gelijkvloers. Op weg naar de glazen schuifdeur, die dienst doet als in- en uitgang, spreekt hij me aan. Ik herken zijn stem. Vanwaar ken ik die stem? Ik weet het niet. Ik ken dat gezicht. Vanwaar ken ik dat gezicht? Mijn geheugen speelt venijnige spelletjes. Bad timing, brain! Terwijl ik met mijn badge de schuifdeur open zegt hij: “een chance dat gij hier zijt zenne juffrouw, anders zat ik hier schoon, opgesloten en al. Bedankt hé!”. 

MAAR ALLEZ SEG, WIE IS DAT NU TOCH?!

Op de E40, ter hoogte van Affligem, schiet het mij ineens te binnen. Och ja, ‘t is den dieje

Blijkt dat diene gast de taverne rechtover mijn werk heeft overgenomen.

Wat die bij ons op ‘t werk kwam doen zal ik hem eens vragen als we er nog eens gaan eten ‘s middags. Benieuwd naar zijne service.

L/R Handlangers

Geplaatst op: 12 juni 2009 door margogogo in Onnozele informatie

handen

Onlangs las ik bij Menck een schrijfsel over ellebogen en handen en links en rechts, wat me welgekomene inspiratie gaf om het zelf ook even over mijn twee-keer-vijfvingerige handlangers te hebben. Dit informatieve stukje wordt heel belangrijk en uitzonderlijk interessant voor de gehele mensheid. Echt. Not.

Mijn ma zaliger zei ooit dat ik als kleuter mijn eerste kleurpotloodjes en stiften in mijn linkerhand nam om naast de lijntjes te kleuren en dat ze dacht: “ja lap, ons kleinste wordt de enige linkshandige in huis”. Haar denkpiste bleek verkeerd toen ik vele maanden later van de ene dag op de andere gewoon met mijn rechterhand begon te tekenen en te kleuren en te verven en te schaarknippen en te krijtlijntrekken.

Men mag dus stellen dat ik rechtshandig ben (en rechtsbenig ook trouwens, voor wie het zich mocht afvragen), doch voor sommige handelingen gebruik ik mijn linker hand.

Schrijven doe ik rechts. Tekenen, kleuren, verven, schaarknippen en krijtlijntrekken ook, nog steeds. Typen doe ik met beide handen (du-uh). Mijn fietsstuur houd ik vast met mijn linkerhand (Wanneer ik mijn stuur rechts vasthoud lijk ik met steunwieltjes te rijden, zo onzeker). Appelsienen pel ik met mijn linker duim. Een zware valies  dragen en een glaasje wijn inschenken ook. Een appel schillen doe ik rechts, wat ook geldt voor het smeren van boterhammetjes, kuisen van ruiten, aaien van een dier of het geven van een lap rond uw oren als ge nie braaf zijt.

Wie rechtshandig is in het schrijven is doorgaans ook rechtshandig met de computermuis. Ik niet. De PC-muis hanteer ik met mijn linkerpoot. Met mijn fuckyou-vinger bedien ik de linker muisknop, met mijn wijsvinger de rechter. How weird is that.

Dat is wel wreed per toeval zo gekomen.  Zo’n slordige twintig jaar geleden, toen ik mijn allereerste computerles kreeg, nam ik plaats achter 1 van de PC’s (in die tijd nog van die loodzware lompe bakken) en het toeval wou dat de muis links van die PC lag. Ik heb gewoon die muis vastgepakt en ben er mijn ding beginnen mee doen. Ik heb er nooit bij stilgestaan totdat men opmerkte dat het wel raar was dat een rechtshandige een PC-muis met de linkerhand bedient. Feit is; ik zou daarin rechtshandig zijn geweest, ware ik niet zo tam geweest om die muis efkes te verleggen.

Tja.