Archief voor de ‘Het leven zoals het is: realiteit.’ Categorie

Zonder titel

Geplaatst op: 23 december 2012 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Life

house huntingWie heeft mij hier gemist? Even tellen…1….2…..3…..4….,…niemand.
Dat komt geweldig goed uit want ik ga definitief stoppen met bloggen.

yeah, you wish. Nee, ik ga de boel gewoon nog een tijdje verder on hold zetten en later, als ik groot ben, smijt ik mij weer middenin het bloggeweld.

Niet dat u het gemerkt heeft maar ik ben al een hele tijd niet meer actief op mijn blog. Dat komt wegens nogal intensief met andere dingen bezig. Prioriteiten stellen en zo, jekentdatwel.  Waarmee ik dan zoal bezig ben zijn uw zaken niet, maar ge hebt chance want ik was sowieso van plan om het aan de grote klok te hangen.

Ik ga nog eens verhuizen. Yepz. Voor de 9de keer in 44 jaar.

Ja kijk, verhuizen is nu eenmaal een hobby van mij, ik doe dat graag. Niets plezanter dan inpakken, dozen vullen, meubels uit elkaar vijzen, meterstanden en adreswijzigingen doorgeven, verhuisfirma’s bellen, opkuisen, moven, dozen uitpakken, meubels in elkaar vijzen, verven, decoreren en mij een knoert van een hernia sleuren en heffen. Dolletjes!

NOT.

9 keer verhuizen zal volstaan. Het is nu toch wel echt de bedoeling dat ik me voor eens en voor altijd vestig en nestel, en dat samen met mijn lief en onze 2 puberzonen. Een mens moet stappen durven zetten in het leven, nietwaar, want stilstaan is achteruitgaan en wie niet waagt blijft maagd.

En alzo zijn we naarstig en gedreven de vastgoedmarkt aan het afschuimen, op zoek naar het ideale huis waar we alle vier in passen. Niet evident maar wel spannend.

Als alles achter de rug is en we gesetteld zijn, dan kom ik terug.  Zullen we dat zo afspreken?

Rest me nog enkel u allen een prettig uiteinde te wensen en te zeggen:

tot volgend jaar

Ik brand weer van verlangen

Geplaatst op: 27 juni 2012 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Vakantie

Picture this: je bent op citytrip in Londen. De eerste nacht, zo rond een uur of middernacht, lig je helemaal zen te wezen in een zalige boxspring, lekker ingeduffeld in satijnen hotellakens, doodop van de ganse dag aan sightseeing te doen.

Ineens schiet je wakker van een geluid dat je niet meteen aan een hotelkamer linkt, laat staan dat je het er verwacht. Je denkt dat je middenin een knoert van een nachtmerrie zit, als blijkt dat een oorverdovend keihard snijdend en vooral irritant alarm zich werkelijk en echt door je kamer boort.

Je ziet je reisgezel in paniek het bed uitspringen, roepend: BRAAAAND, WE MOETEN HIER BUITEN! KOM! RAP, RAP!

Om 3 uur ’s nachts heb ik doorgaans geen zin om al op te staan, dus ik blijf liggen. Mijn roommate wordt daar een beetje krekelig van. “Hoe kunt gij zo rustig blijven als ons hotel in brand staat!?”  Ja, sorry, ik ben nog niet goed wakker. En ’t nog donker buiten.

Lichtjes geïrriteerd duikt ze haar kleren in en maant me op relatief dwingende wijze aan om hetzelfde te doen. “Dramaqueen!”, denk ik bij mezelf… “een beetje alarm en ’t kot is hier te klein of wa. Da’s ergens een kleine die in zijn kamer zit te paffen, er is vast niks aan de hand…”, probeer ik haar te sussen.

Als mijn kamergenote de kamerdeur opentrekt blijkt er een algemene onrustige sfeer in de gang te heersen. Moeders met baby’s in maxi-cosy’s, vaders met bleitende kinderen aan de hand, oudjes in kamerjas en op hun sletsen, een bende jonge gasten die er _nog halfzat_ wat ambiance proberen in te krijgen… allemaal strompelen ze lagne brede gang door, richting trappenhuis.

Een dikke 10 minuten later begint dat alarm echt wel serieus op mijn systeem te werken. Verder slapen zit er blijkbaar niet meer in. Ik rol me uit bed, trek mijn windjack over mijn slaapshirt, grijp mijn sigaretten en mijn sandalen en loop mee met de stroom, de gang uit, de trappen af, naar de receptiehal, alwaar we allen vriendelijk worden verzocht om ons rustig naar buiten te begeven.

Heel bijzonder, zo al dat volk op de been, in drommen bij elkaar, om 3 uur ’s nachts.

‘Nice scenery, init?’ vraag ik kluchtig aan een kerel die in z’n bloot bovenlijf staat te verkleumen. Veel bijval heeft mijn opmerking niet. No sense of humor what so ever, die gast.

Het gebeurt al eens vaker dat ik stoïcijns blijf wanneer anderen in paniek slaan bij negatieve of uitzinnig enthousiast beginnen doen bij positieve situaties. Waar die kille reactie bij mij vandaan komt weet ik niet, ik weet alleen dat ik niet rap uit mijn lood te slaan ben in tijden van crisis.  Of dat goed is weet ik ook al niet _ik weet niet veel_ maar ik ga er graag vanuit dat er altijd minstens 1 iemand rustig moet blijven en that might as well be me.

Zou ik getuige zijn van een ware vuurzee? Zou ik machteloos moeten toekijken hoe onze accommodatie in lichterlaaie staat? Dat zou deze volksverhuis in ieder geval verantwoorden.  Eilaas, dat blijkt iets teveel spectakel voor 1 nacht. Er is helemaal niets te zien. Geen uitslaande brand, geen torenhoge vlammen, niks. Zelfs geen waakvlammetje.  Het enige vuur dat ik zie komt uit mijn aansteker als ik een sigaret opsteek.

Terwijl de rest van de hotelgasten zich door de draaideur van het onthaal naar buiten blijft wringen, horen we de sirenes van de British Fire Brigade door the streets of London loeien. Een eeuwenoud cliché wil ons doen geloven dat brandweermannen knappe en stoere binken zijn.  Niet echt per maleur ben ik van het type dat pas gelooft wat men beweert als ze het met mijn eigen ogen heeft gezien.  Om dit cliché voor eens en voor altijd te ontkrachten dan wel te bevestigen wurm ik me door de massa om van op de eerste rij te aanschouwen hoe een vijftal mannen in uniform uit de pompier springen, de brandslangen van de haspels rollen om ze vervolgens over hun schouder te hijsen waarna ze gezwind het gebouw betreden om de brand te blussen en de gemoederen te sussen.

Ze zijn knap, het cliché klopt. Miauwkes.

Er wordt vlotjes heen en weer gelopen, er komt een stroom aan heerlijk klinkende Britse accenten uit de walkie-talkies, firefighters lopen trappen op en trappen af, op zoek naar vuur en slachtoffers.

Na een uurtje zien we hen met een brede smile op hun gezicht terugkeren van hun hachelijke onderneming.

Bleek dat een zatte nonkel sosissen had zitten bakken op zijn kamer. Echt waar en niet gezeverd.

Yeah well…

 

Kerstfeestgedruis

Geplaatst op: 20 december 2011 door margogogo in Feestdagen, Het leven zoals het is: realiteit.

Eerst en vooral, allemaal nen dikke merci voor jullie lieve wenschen. De verjaardagsperikelen zijn gepasseerd, we kunnen er weer een jaartje tegen.

Hoe het was op de X-masParty? Oh well, ’t was ok. Veel glitter and glamour en luxe en extravagantia, zoals voorspeld. Te veel voor mij,  als in trop is te, maar ik ben dan ook maar een simpele duif en heb het liever sober en gezellig dan decadent en overweldigend. Ze zouden beter het fortuin dat ze aan dat decadente feestgebeuren spenderen delen door het aantal aanwezigen en dat bedrag op onze bankrekening storten. Toch? Enfin, soit.

Het event ging door in De Beurs van Berlage in Amsterdam, een superlocatie voor zo’n groot evenement. En groot was het, want ik heb me lichtjes vergist in het aantal gasten: het waren er geen 500 maar 1250.  Duizendtweehonderdvijftig man, die allemaal aan grote tafels gezeten werden bediend van een driegangen diner met aangepaste wijnen. Niet te vatten hoeveel personeel er daar met borden en flessen liep te zeulen, man man man. Maar het was af, dat is een feit. Het eten was superlekker, de bediening liep vlot en doordacht, echt professioneel. Een dikke chapeau voor het enorme werk van de koks en de vlotte samenwerking van het zaalpersoneel!

Na de feestdis brak het Moment Suprême aan waar iedereen ieder jaar met spanning naar uitkijkt: de speech van Big Boss en vooral de bekendmaking van “the Christmasgift” . Op dat vlak worden we elk jaar enorm verwend, en ik kan niet ontkennen dat ik daar ook wel ieder jaar benieuwd naar ben.  Na al een iPod Mini, een DVD-speler, een Motorola GSM, een Trivoli Audio radio, een weekendje New-York, een iPod Touch en een Bose sounddock in ontvangst te hebben mogen nemen in de vorige jaren, wordt een mens al eens curieus naar het volgende presentje van de firma, jawel. Hoor mij nu toch eens uitpakken, zeg, straks word ik nog een dikke nek zoals het er bol van staat bij ons in de firma. Aaarrgghhh! Tja, ik kan er ook niks aan doen dat men vindt dat ik erbij hoor, ook al voel ik mezelf absoluut niet thuis in dat opgeblonken wereldje van snobs en modepoppen. Maar ik begin er mijn 12de jaar en ga er vanuit dat ik ook wel mijn bijdrage lever tot het gigantische succes van de firma.

Enfin, het begon zo: “and of course we have again a little present for each and every one of you, to thank you all for all your hard work and blablabla…so if you want to know what we have in store for you, think Steve Jobs”, gilde meneer de CEO. Ik moest al eens denken waar ik die naam nog al eens gehoord had. Steve Jobs…Steve…Jobs…euh…is dat diene van Pixar, van die animatiefilms? Of nee, da’s diene mens van Apple die onlangs gestorven is, hij was all over het nieuws. Ja, die is het, en nog voordat ik verder kon redeneren schreeuwde de CEO: “and think iPad2! ” wat werd onthaald met een staande ovatie en een oorverdovende explosie van enthousiast applaus, teweeggebracht door 2500 op elkaar kletsende handjes. Eat that, Regi! Mwoeha!

Nen iPad dus, juijjjj, zoiets had ik nog niet :-)

“we meant to book The Black Eyed Peas this year but they ask one million dollar for a gig like this, which is a little too far  fetched, even for us. So we have chosen for a very nice alternative: may I present to you, the one and only “Earth, Wind & Fire“!  O die. Een Amerikaanse soulband die zijn beste tijd gehad heeft in de jaren ’70.  Een paar van hun hits klonken me bekend in de oren maar ’t is toch echt mijn ding niet wat die senioren doen met percussie, blazers, kalimba, bas en vanalles. Nope, it surely is not my kind of music, maar goed, ze waren daar, en ik was daar ook, dus ik ging in de grote hall aan de toog hangen en buiten sigaretten roken. Ook fun. Ondankbaar wicht dat ik ben, ik weet het.

Na het optreden ging de grote zaal dicht en gingen kleinere sluizen open. Letterlijk. Diverse deuren werden opengezet en de massa verdeelde zich over verschillende zalen waarin telkens een ander muziekgenre en een andere sfeer hing.

Ik liet de boel aan mij voorbijgaan, ik had genoeg gedreun door mijn overgevoelige oortjes geramd gekregen.Cela suffit, merci beaucoup thank you very much. Samen met een collega stapten we de taxi en zochten dicht bij het hotel waar we overnachtten nog een rustige kroeg op voor een slaapmutsje.

De vorige jaren heb ik nochtans altijd tot in de vroege uurtjes meegedanst, -gezopen en -gefeest,  doch dit jaar kon ik er mezelf niet toe bewegen om me te amuseren in die massa en dat lawaai. Ik was content dat ik vroeg in mijn warme hotelbedje lag (rond 1 uur) en dat ik ’s anderendaags om 8 uur met een frisse uitgeslapen kop aan de ontbijttafel zat.

Pimp your pump

Geplaatst op: 30 november 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit.

Mijn kar was volgens de garagehouder heel erg dringend toe aan een groot onderhoud. Volgens mijn onderhoudsboekje kreeg hij z’n laatste beurt op 72500 km, nu staat er 99875 op de kilometerteller, wat zoveel betekent dan dat ik een dikke 27000 km gereden zonder onderhoud. Moet kunnen.

Met mijn banden was ik ook al ietsjes aan de late kant. Pas na 7 jaar en 95000 kilometer rijplezier heb ik een paar maanden geleden de 4 banden voor de eerste keer vervangen. En dat dan nog alleen omdat op mijn keuringsbewijs stond dat ze dringend vervangen moesten worden, en ook een beetje omdat ik het niet leuk meer vond om te beginnen schuiven op droog wegdek.

Ik durf stellen dat ik aan occasioneel uitstelgedrag lijd. Gelukkig maar dat een auto zelf aangeeft wanneer hij onder handen wil genomen worden door een stel goedgetrainde autotechniekershanden.

De motor van mijn viermaalvieraangedreven vierwieler had immers al meermaals raar gedaan tijdens het rijden, wat zich uitte door niet meer willen optrekken als ik het gaspedaal induwde om bijvoorbeeld een vrachtwagen over te gaan. Een auto die koppig is en hoest en kucht alsof hij met een snotvalling zit, dat doet raar.

En alzo ben ik net terug van de garage.

Geef mij 451,09 euro en we spreken er niet meer over, moet de garagist gedacht hebben. In ruil voor dat geld kreeg ik mijn auto halfsynthetische olie, een oliefilter, een pollenfilter, koelvloeistof, 2 ruitenwisserrubbers, dichting/recyclage en ander klein materiaal en last but not least een spiksplinternieuwe Pump Kit, whatever that may be.

Het leukste van al is dat ik binnenkort terug mag naar de garage, juijj! Op 105000 km is het immers nodig dat de distributieriem vervangen wordt.  Dat schijnt iets wreed belangrijks te zijn dus kan ik maar beter op tijd gaan deze keer.

Ten laatste op 104999 km moet hij binnen,  ik ga dat proberen onthouden.

10 op 10

Geplaatst op: 1 september 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Smurf

Yep, ik ben geslaagd!

Ik ben erin geslaagd om me te overslapen op de eerste schooldag van smurf.

Om 8u15 werd ik in alle zachtheid gewekt: “MAMAAA, OPSTAAAAAN! ‘T IS KWART NA ACHT. KOMAAAAAAAAN OPSTAAAAAAN!”

Ik bekijk mijn klokradio en lees inderdaad 8:15. Damn, fuck ende miljaardedju seg! Ik keer mijn muziekwekker ondersteboven en binnenstebuiten en constateer dat het wek-uur wel juist staat ingesteld (op 7u10) maar dat het alarmknopje in de verkeerde positie staat. Te laat! We zijn te laat!

Wat een rustige eerste schooldagochtend moest worden werd dus een race tegen de klok. “Ach mama’tje toch, dat kan gebeuren, dat is nu toch niet zo heel erg, we hebben toch nog geen les…”, relativeerde smurf met een gemoedelijk schouderklopje. ’t Is zo’n schatje.

Gelukkig had hij zich gisterenavond nog gedoucht en diende hij zich nog enkel een beetje wakker te wassen. Zijn kleren voor vandaag had hij gisteren ook al netjes klaargelegd, dus zoeken naar dé gepaste coole outfit was ook al niet meer nodig. Ook zijn boekentas/rugzak was klaar, gevuld met een blocnote en een pennenzak. Nog enkel de drankjes, het tienuurtje en zijn lunchbox erbij te gooien en klaar was kees smurf.

Terwijl ik me klaarmaakte werkte smurf zijn kom ontbijtgranen naar binnen, poetste zijn tanden, kleedde zich aan, nam 2 drankjes uit de frigo en een tienuurtje uit de kast, stak dat samen met z’n lunchbox die ik rap had klaargemaakt in zijn boekentas maande me aan om op te schieten.

“MAMAAAA, IK BEN KLAAAAR”.

In 7 haasten sprongen we de auto in en vlogen tegen illegale snelheid naar de Grote School. We waren iets te laat maar toch nog net op tijd. Smurf kon meteen met zijn klas mee aansluiten voor de algemene rondleiding in en rond de school.

Oef!

Mijn klein ventje wordt verdekke groot, weet ge’t? Hij zit nu in 1ste Moderne op dezelfde school waar ik zelf 7 jaar lang menig rok en broek heb versleten. Ik ging er vanaf het 6de leerjaar, all the way tot op het eind, in 1 grote trok, zonder te moeten bissen.  Dat ik er zo nu en dan wat kattekwaad uithaalde -ik was jong en ik wilde wat- daar had ik het al eens eerder over (*). Hopelijk lijkt smurf een beetje op mij op dat vlak, zo wat plezanterietjes uithalen op school, ik vind dat dat moet kunnen, zolang het geen crapuleuze toestanden worden, uiteraard. Beetje grapjes uithalen is altijd leuk voor later, om aan je kleinkinderen te vertellen of erover te bloggen* .

En alzo is de toon gezet. De eerste schooldag zit erop en het algemene indruk van smurf toen ik hem daarnet ging ophalen was: “djiezes, mijn klas zit echt vol mongolen”.

Dat belooft.

2 x kut

Geplaatst op: 21 augustus 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Moto, Pech onderweg

“…later werd mijn moto veilig en wel afgezet aan de moto-garage dicht bij huis”, schreef ik in mijn vorige blogstukje.  De technieker had me beloofd dat mijn moto nog voor het weekend hersteld zou zijn, hij zou me bellen als hij klaar was.

Dit weekend was min of meer gepland: we zouden vrijdag naar Pukkelpop gaan en de rest van het weekend zouden we met de moto gaan toeren met z’n vieren.

We hadden vele maanden geleden tickets voor Pukkelpop gekocht als verrassing voor onze zonen van 12 en 15; zij zouden voor de eerste keer de sfeer van een groot muziekfestival ervaren en best van al; ze zouden hun grote idool Eminem live zien op de Main Stage.

Donderdagavond vernamen we het nieuws van het verschrikkelijke drama dat zich die avond op Pukkelpop had afgespeeld. De artikels die we lazen en de foto’s en beelden die we zagen bleven op ons netvlies inhaken…de goesting om ’s anderendaags op diezelfde festivalweide te moeten staan verdween als sneeuw voor de zon.

Met welk gevoel zouden we daar rondlopen? Hoe zouden we van de muziek kunnen genieten wetende wat een ramp er zich daar de dag voordien had voltrokken? Hoe down zou de sfeer daar niet zijn?

We bleven het nieuws op de voet volgen via alle mogelijke kanalen.

Vrijdagochtend waren we nog steeds zwaar onder de indruk. Gezien de zware balans van 5 doden en tientallen zwaar- en lichtgewonden konden we ons meteen verzoenen met de beslissing van de organisatie om het festival af te gelasten. Dat was de meest humane beslissing, ik kan me niet inbeelden dat iemand daar niet volledig achter zou staan.

Onze plannen werden herzien; mijn lief had zich tenslotte een dag verlof gepakt, die zouden we niet verloren laten gaan. Het zou onze gedachten ook wat verzetten als we vandaag een grote motorit zouden maken. Het was enkel een kwestie van tijd, tot de garagist me zou bellen dat mijn moto klaar was en afgehaald kon worden.

Rond 14u ging mijn GSM. Het was de garagist.

“het spijt me maar we hebben enorme schade gehad door het stormweer van gisteren. De brandweer heeft met 4 zware pompen de werkgarage leeggepompt…toen zagen we de werkelijke ravage…er zijn een heel pak moto’s en brommers zwaar gehavend van het water…die stonden allemaal in de garage…er zijn 3 klanten wiens moto’s schade hebben…de jouwe is daarbij…”

“hoe bedoel je?” vroeg ik alsof ik niet begreep waarover hij het had.

“je moto stond aan de ingang van de garage, klaar om te herstellen. Er is een buitenmuur omgevallen door de zware regenval, de werkgarage stond in 10 minuten tijd anderhalve meter onder water. Jouw moto is omgevallen door de druk en heeft een hele tijd onder water gelegen… er komt inspectie…misschien is hij perte total, dat zal de verzekering moeten uitmaken…het spijt me verschrikkelijk dat ik je dit moet melden…”

Uiteraard is dit enkel materiële schade en is dat niks vergeleken met de ellende en het verdriet waar de families van de Pukkelpop-slachtoffers mee te maken hebben, maar toch voelde het op dat moment ook wel een klein beetje kut. Echt kut.

Beter een brok dan een brijzeling

Geplaatst op: 11 augustus 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit.

Ik werk in de textielsector. In kleding. Merkkleding. Dure merkkleding. Schandalig dure merkkleding.

Het Amerikaanse bedrijf waar ik voor werk heeft een financiële motor in ons land; een raderwerk van boekhoudkundige cellen alwaar de financiële papiermolen voor Europa becijferd en berekend en verwerkt wordt tot duidelijke en properkes gebundelde cijfertabellen.

In dat raderwerk ben ik al bijna 12 jaar een heel klein meedraaiend tandwieltje. Ik zit daar goed op dat kantoor, heel goed zelfs. Een toffe job met veel variatie tussen jonge mensen en zo vanalles.

Maar, ook al werk ik er graag, ik ben tegelijk ook wel behoorlijk teleurgesteld in het bedrijf waarvoor ik werk.

Omdat mensen met een maatje meer geen kleding van dat merk kunnen dragen. Er zijn zoveel werknemers die niet vallen onder de noemer slanke deerne. Velen zijn wel degelijk iets volumineuzer dan een asperge, en die vallen allemaal uit de boot. Zij kunnen hun eigen merk niet eens promoten omdat er doodgewoon geen productie is voor grote(re) maten.

Ik vind dat erg. En spijtig. Vooral erg, toch.

Dat ruikt verdacht veel naar discriminatie voor de overgrote meerderheid der westerse bevolking, of is dat mijn gedacht? Bij mijn weten is de doorsnee mens net iets molliger dan een snijboon, en toch is het vooral tot asperges en snijbonen dat het merk zich richt.

Neem nu mezelf. Ik ben zelf een beetje breed uitgevallen. Ik zou mij _personeel zijnde_ met een ferme personeelskorting voor een heel schappelijke prijs kleding kunnen aanschaffen bij mijn werkgever. Maar ik kan van dat voordeel geen gebruik maken omdat de maten enkel geschikt zijn voor poppemiekes, fotomodellen en mannequins.

Dat is toch niet fair?

Ik vind dat zelfs vernederend, in a way.

Love & Marriage

Geplaatst op: 10 augustus 2011 door margogogo in Actueel, Het leven zoals het is: realiteit.

Hoe komt het dat er tegenwoordig meer scheidingen zijn dan huwelijken?

Ik heb daar zo mijn eigen visie over en zal die hier eens eventjes uit de doeken doen, zie. U hoeft het niet met mij eens te zijn, dit is geen startsein om te gaan redetwisten want daar doe ik niet aan. ’t Is maar dat u het weet.

In vroegere generaties zorgde het vastgeroeste rollenpatroon voor een iets of wat deftig uitgebalanceerd ‘relatie-evenwicht’. Zij had de taak om te dienen, te zorgen en te zogen, hij ging uit werken en zorgde voor brood op de plank. Uit elkaar gaan was geen optie, ook al sloeg hij haar verrot. De kerk speelde daar toen nog een hele vieze rol in. De kerk was oppermachtig en indoctrineerde den mensch met de overtuiging dat uit elkaar gaan zware zonde en des duivels was.

Latere generaties werden wel wat soepeler in dat opzicht, maar nog steeds kon de vrouw onmogelijk van haar man weg, ook al sloeg hij haar verrot. Moeder de vrouw onderging in die tijden haar lot, want waar kon ze heen? Ze was financieel afhankelijk van haar man, ze had geen middelen om een andere keuze te maken. 

De mannen van vroegere generaties zouden het knap lastig hebben in deze tijd waarin de vrouw zelf mag denken en doen. Wat ik me afvraag: waarom gingen mannen vroeger niet weg ging van hun vrouw als ze haar haar beu waren? Hij was de kostwinner en was vrij om te gaan en te staan waar hij wou wanneer hij wou, toch? Waarom bleef hij dan bij haar? Of was het eerder een kwestie van zij mag bij hem blijven? Zij kon immers toch geen kant op, ze hing vast aan hem, en hij had de macht om haar als gratis dienstmeid tot zijn beschikking te houden. Was dat de reden? Zoiets in die aard?  Ik had dat graag zo eens rondgevraagd aan mensen van die vroegere generaties, maar ja, die zijn allemaal al een beetje dood nu, dazaldusnimeergaan.

Enfin, die tijden zijn gepasseerd, gelukkig.  We zijn anno 2011; een tijd waarin de scheidingen niet meer te tellen zijn. Hoe komt dat? Hoe komt het dat er meer gescheiden wordt dan getrouwd tegenwoordig?

Ik heb daar een tweeledige ofte tweedelige visie over en wil die met graagte met u delen. U hoeft het niet met mij eens te zijn, dit is geen startsein om te beginnen redetwisten, want, zoals u weet, daar doe ik niet aan.

Ten eerste heeft de kerk heel wat aan macht ingeboet. Allez, bij ons toch, want er zijn helaas nog werelddelen waar een of andere idiote geloofsovertuiging nog steeds hoogtij viert, en waar men al wat met religie te maken heeft nog steeds aanwendt als excuus voor haat en oorlog en discriminatie en ellende en wat is’t nog allemaal.

Bij ons moet ge al van wat verder komen om nog te handelen volgens de richtlijn van ‘dekerkheefthetgezegd’. Uit elkaar gaan is geen zonde of des duivels meer. We hebben allang ondervonden dat we niet in het hellevuur terechtkomen als we uit elkaar gaan. In tegendeel, we ondervinden meer en meer dat we na een scheiding met gouden lepeltjes in de rijstpap staan te roeren daar hoog in den spreekwoordelijken hemel.

Ten tweede heeft het ook (of vooral) te maken met het feit dat de vrouw heel wat aan vrijheid heeft gewonnen. Vergeleken met vroeger is dat toch een geweldig groot verschil, zeg zelf.  Vrouwen mogen en kunnen nu ook gaan werken. Ze verdienen zelf de hesp en de kaas op hunne smos. Daardoor hebben ze nu ook de mogelijkheid om keuzes te maken in hun leven. Ze hebben de nodige moed en vrijheid en middelen om het af te bollen als manlief hen verrot dreigt te slaan.

Wat zou het geven mochten de mannen van vroeger ineens in deze tijd terechtkomen? Stel u voor, zo ne jonge gast van 30 uit het jaar 1879. Die zouden massaal aan zelfdoding doen, vermoed ik. Ze zouden ineens niet meer ongestoord hun gangen kunnen gaan, ze zouden nu moeten rekening houden met de vrouw aan hun zijde want zij kan ten allen tijde van hem weggaan, en dan staan ze daar alleen met hun molekens. Hij zou haar niet meer tegen haar wil kunnen vasthouden in een huis waar zij zich niet veilig of geliefd meer voelt.  Die mannen zouden nogal geen klein beetje hun wijf in de verdoemenis vloeken.

Pas op, ik weet dat ik hier heel scherp door de bocht ga met dat herhaaldelijk aangewende zinnetje ‘dat de man zijn vrouw verrot slaat’. Ik neem dat maar als leidraad, als weerspiegeling van allerlei vormen van ‘niet meer zo wreed veel houden van’. Een goed verstaander had dat allang door.

Anno 2011 dus. Er wordt tegenwoordig enorm veel aan scheiden gedaan. Een mens zou zich beginnen afvragen why the hell koppels nog in het huwelijksbootje willen stappen.  Het is inmiddels toch zo klaar als een klontje dat trouwen geen garantie biedt op een levenslang gelukkig leven samen? Waarom gebeurt dat dan nog eigenlijk feitelijk?

Is dat omdat men dat sowieso toch 1 keer in z’n leven wil meemaken? Is dat omdat ze iemand anders daar een plezier willen mee doen? Meme en pepe of tante nonneke? Is dat omdat je elkaar een schone dure ring om de vinger wilt schuiven als bewijs van uw liefde? Is dat omdat men een koppel pas echt voor vol aanziet als dat met Chinese inkt is opgeschreven en ondertekend in een speciaal boekje?  Is dat omdat je elkaar pas “mijn echtgeno(o)t(e)” moogt noemen als een bevoegde gemeentelijke ambtenaar van dienst de woorden “en nu verklaar ik u man en vrouw” heeft uitgesproken? Of is het omwille van fiscale en andere voordelen dat men zich contractueel aan elkaar verbindt in goede en kwade dagen tot de dood hen scheidt?

Eender om welke reden dan ook, ik vind het geweldig gedurfd om in deze tijden nog te trouwen. En voor de kerk trouwen vind ik persoonlijk al helemaal te zot. Wie wil er zich nu nog een keer bewust officieel aansluiten bij zo’n sekte die bol staat van leugens, verderf en vetzakkerij?  Mij maak je echt niet wijs dat men dat doet uit geloofsovertuiging. No way.

Iedereen doet wat hij wil, uiteraard, wie ben ik om daar iets tegen te hebben. Ik ben trouwens zelf getrouwd geweest, en dat was ook om al die redenen waarbij ik mij nu pas, 15 jaar later en ouder en wijzer, bedenkingen maak. Ik durf zelfs luidop te zeggen dat mijn trouwdag de mooiste dag van mijn leven is geweest. En nu gij.

Maar nu zou ik niet meer trouwen. Omdat ik weet dat je ja-woord geven in wezen eigenlijk slechts een momentopname is. Omdat ik ondervonden heb dat niets daarvan enige garantie biedt op lange termijn. Omdat ik weet dat het een resem erg zware beloftes zijn die je elkaar maakt. Je meent ze oprecht op dat moment, maar het is al te dikwijls gebleken dat op zo’n beloftes ook een vervaldatum staat.

Je meent het allemaal maar er is geen mens die op voorhand zijn toekomst kan inschatten. Je hebt geen vermoeden van wat er allemaal kan gebeuren door de jaren heen. Er gebeurt vanalles in een mensenleven, de mens zelf verandert continu. Situaties, gebeurtenissen, dingen die je niet zelf in de hand hebt stellen een relatie danig op de proef. Ik vind het niet meer realistisch dat men zichzelf nog zo hoog inschat dat men denkt dat je alles samen als koppel zal aankunnen.

De natuur laat zich niet dicteren, op geen enkel vlak. Verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden. Vele mooie bouwwerken van huisje-tuintje-kindje vallen als kaartenhuisjes in elkaar.

Is de mens überhaupt wel in staat om een heel leven bij 1 zelfde partner te blijven?

Vervolg, part II, the sequel

Geplaatst op: 21 juli 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Life

Mijn replieken op jullie reacties op mijn vorig schrijfsel zijn weer veeeeeeeeeeel te langdradig. Maar echt veeeeeeeeeeeeee- heeeeeeeeeeeeeeeeeeee-heeeeeeeeeeeeeel te langdradig. Dus giet ik mijn reacties op jullie reacties nog maar eens in een blogstuksken-op-zijn-eigen, d’er zit niks anders op.

@ elke

Hm, jij hebt 35 dagen verlof…dat zijn er 19 meer dan ik. Ik schreef dat ik 20 dagen heb in mijn blogstuk, maar dat was om het getal wat af te ronden, want in werkelijkheid heb ik maar 16 dagen congé. Zestien.

Omdat ik 4/5 werk.

Ik heb niet gekozen vor 4/5 omdat ik lui ben maar omdat het niet echt een keuze is maar een noodzaak.

Jij weet dat, Elke, maar voor wie het niet weet: ik ben ook een alleenstaande moeder en werk 4/5 zodat ik mijn kind van school kan halen. Zo simpel is het.

Als ik fulltime zou werken, dan zou ik pas -files niet meegerekend- om 18u aan de schoolpoort arriveren. Aan een gesloten schoolpoort, that is, want de school heeft naschoolse opvang tot 17u en sluit onverbiddelijk de poort om 17u30. Mijn zoon zou daar dus een half uur tot een uur op straat moeten staan wachten tot mama van haar werk komt.

Bajaak, ik zou full-time kunnen gaan werken en een full loon verdienen en ik zou mensen kunnen mobiliseren om in mijn plaats mijn kind af te halen, ja.  Maar ik heb geen ma meer die zoals vele oma’s ‘die taak’ met graagte op zich zou hebben willen nemen, en mijne pa is 71, moet ik diene mens vragen om de gunst om elke dag een uur heen en een uur terug te rijden om zijn kleinkind van school te halen? Baneetoch? Dus ik werk 4/5, lever een flinke hap van mijn loon in en vang mijn kind zelf op. En zo moet het ook, vind ik.

Tot daar loopt alles vlotjes en is alles mooi geregeld. Maar dan ik het schoolvakantie en heb ik het dubbel en dik vlaggen. Volg efkes mee, kom.

Ik moet dus 4/5 werken zodat ik mijn zoon kan opvangen als het school is.

Omdat ik 4/5 werk, heb ik maar 16 dagen congé.

Omdat ik maar 16 dagen congé heb, moet ik meer dagen opvang regelen tijdens schoolvakanties dan iemand die fulltime werkt.

Al die opvang moet ik betalen.

Ik betaal die met mijn loon waarvan ik al een hap heb ingeleverd omdat ik 4/5 werk.

’t Is proper.

Jij pleit voor maximum 6 weken vakantie? Dat zou een aantal opvangdagen schelen, ja, maar ik wil eigenlijk niet dat er aan de kinderen hun vakanties wordt geraakt. Kinderen hebben recht op die vakanties om zich te ontplooien, vind ik.

Vooral de kleinsten _laat ons zeggen van de kleuterklas tot het zesde leerjaar_ hebben die vakanties nodig, want dat zijn de belangrijkste kindertijdjaren waarin ze nog zo veel mogelijk vrije tijd moeten hebben om volop te kunnen spelen en te ravotten.

Misschien hebben kinderen vanaf het 1ste middelbaar genoeg aan minder vakantiedagen, ik weet het niet. Zijn er echt kinderen die zich vervelen tijdens de vakanties? Ik kan dat bijna niet geloven.

Eender hoe; ik pleit niet voor een vermindering aan vakantie voor de kinderen, maar wel voor een menselijke en eerlijke regeling waarin ouders zich niet meer in bochten moeten wringen om opvang voor hun kind te vinden en daar dan nog dik voor moeten betalen ook! Want dat klopt langs geen kanten.

@ middernachtsdromer

Jouw verhaal zit inderdaad in een iets andere context, doch ik verwees graag naar jouw blogstuk omdat het een ferm geschreven schrijfsel is en omdat het mij inspireerde om over mijn punt eindelijk eens te bloggen. Het was het duwtje in de rug dat ik nodig had (maar dat had je wel begrepen, hé)

Ik begrijp jouw punt trouwens heel goed. Het is niet te geloven dat sommige mensen hun carrière boven hun kinderen verkiezen. Beide ouders met een (succesvolle) carrière+een gezin met kinderen=niet compatibel. Niet. Je kan beide onmogelijk met evenveel toewijding goed doen.

Zoals je zus die én een carrière wil én een gezin met 2 kinderen…dat is vragen om moeilijkheden. Ze baden in luxe, haar man heeft als arts een dikke pree, dus zij zou minder kunnen gaan werken (zoals ik) en er daardoor meer voor haar kinderen kunnen zijn, hen meer quality-time kunnen geven. Ze zou dat heel gemakkelijk kunnen, maar ze kiest voor haar fulltime job en dropt de kinderen dus maar ergens waar men wel tijd en ruimte voor hen wil maken. Waarom zou dat zijn? Haalt ze meer voldoening uit haar werk dan uit haar kinderen. Da’s wel heel erg voor jouw neefjes, en je stelt je terecht de vraag waarom ze dan eigenlijk kinderen op de wereld heeft gezet.

Nog een geluk dat nonkel Middernachtsdromer er is, effenaf.

@ nachtbraker

Dat mensen met kinderen die in de privé sector werken minimum 30 dagen congé zouden moeten krijgen kan je onmogelijk verantwoorden tegenover collega’s die _gewild of ongewild_ geen kinderen hebben, dus dat idee gaan we in stilte laten voor wat het is en we doen alsof je het nooit luidop hebt geschreven. Zullen we dat afspreken? :-)

Mind the gap

Geplaatst op: 18 juli 2011 door margogogo in Actueel, Het leven zoals het is: realiteit.

De inspiratie voor dit logje haalde ik bij medeblogger Middernachtsdromer, meer bepaald uit dit knap vertelde blogstukje van hem.

Ik was van plan om op zijn pleidooi heel eventjes kort en bondig te reageren maar toen ik begon te typen bleek al gauw dat ik niet alles in het reactieluikje zou krijgen. Vandaar dat ik er zelf dan maar een eigen blogstukje van maak.

Het is een onderwerp waarover ik al eerder eens wilde bloggen maar het was er om wie weet welk excuus nog niet van gekomen.

Waarover gaat het? Concreet: hoe the hell moet ik 90 dagen lang mijn kind opvangen als ik er maar 20 heb?

De tijden zijn veranderd. Vorige generaties waren er van vaderbrengtbroodopdeplank en moederdevrouwzwijgtenbrengtdekroostgroot.

Onze generatie ­_en die die nog gaan volgen_ is er een van zowelvaderalsmoederbrengenbroodopdeplank. Voordeel is dat vrouwen daardoor nu financieel onafhankelijk zijn van de man des huizes en dat ze niet meer gevangen moeten blijven zitten in een huwelijk dat voor geen meter meer werkt.  Nadeel is dat moeder niet thuis is als de kroost van school komt en er ook niet is tijdens de schoolvakanties.

Waarom is de kinderopvang hier niet in meegeëvolueerd? Waarom is daar nog geen haalbare regeling voor uitgewerkt? Waarom zit er nog steeds zo’n vreselijk grote kloof?

Moeten we terug naar de tijd dat de vrouw thuis blijft misschien? Daarmee is dat probleem meteen weer van de baan, en dan is het probleem van al die files ook ineens opgelost. Want neem alle werkende vrouwmensen uit het verkeer en er kan weer overal vlotjes gereden worden.

Of zullen we ons allemaal tegader omscholen en ook leerkracht worden? Dan is het probleem ook meteen opgelost. Want leerkrachten zijn de enige werkende garde die geen probleem heeft met de opvang van hun kind(eren). Zij hebben zelf 90 dagen vakantie per jaar, en dan nog net op dezelfde dagen dat hun kroost vakantie heeft, als dat geen meevaller is.

Ik weet het wel; leerkrachten kunnen er niks aan doen dat ze zoveel vakantie hebben. Ik geloof ook niet dat ze leerkracht worden omwille van de vele vakantiedagen. Ze kunnen er nu eenmaal niks aan doen dat de school tijdens de vakantie de poorten sluit en dat zij daar dus als leerkracht niks meer kunnen doen.

Da’s bij velen heel anders. Neem nu in mijn geval: het bedrijf waar ik voor werk sluit nooit zijn poorten, dat draait altijd door, een gans jaar lang, zonder ophouden. En ik draai daar in mee, en moet het stellen met amper 20 vrije dagen per jaar. Allez, ik moét niet, ik kan eens goed van mijn klink maken bij mijn baas en 90 dagen congé per jaar opeisen, maar ik denk niet dat ik daar wreed veel indruk ga mee maken. Ik denk eerder dat ik met een C4 uit den bureau zou komen in plaats van met een onderlinge overeenkomst dat mij 90 vakantiedagen per jaar toekent. 

Maar we wijken af. Ik vind het gewoon niet fijn dat ik niet thuis kan zijn als mijn zoon vakantie heeft.  Ik hoop dat leerkrachten beseffen en durven erkennen dat zij daarin een heel groot voordeel hebben.

Begrijp me niet verkeerd; ik vel geen oordeel over leerkrachten. Absoluut niet. Daarover gaat het hier niet en ik wil daarover ook geen discussie opwekken.  Ik zal nooit beweren dat een leerkracht minder werkt dan een ander, of eender wat, want ik ken genoeg leerkrachten waarvan ik weet dat ze meer uren werken dan dat de meeste mensen beseffen.  Zoals mijn vriendin Christa, lerares Nederlands/Frans; van haar weet ik dat ze meer uren klopt dan de 22 uur per week dat ze lesgeeft. Ik weet dat daar nog extra uren bijkomen voor verbeterwerk en opstellen en voorbereiden van haar lessen en vergaderingen en zo, die extra uren zijn echt niet min. 

Maar toch wil ik haar en mij eens verder vergelijken, teneinde mijn statement te verduidelijken.  Ik werk officieel 10 uur meer per week dan Christina. Stel dat Christina 10 uur extra per week werkt aan verbeterwerk en lesvoorbereidingen, dan komen we beiden op hetzelfde aantal uren per week. Just?

Just. We werken dus allebei even veel en even hard en met evenveel toewijding en passie. Just?

Just. Qua pree zit er alles bij elkaar gerekend ook weinig of geen verschil (ja, we kennen elkaars maandloon, we zijn dat soort vriendinnen) dus we zijn in principe beroepsgewijs gelijkwaardig. Just?

Just.

En toch heb ik maar 20 vrije dagen in een jaar, terwijl zij er 90 heeft. Ze zijn haar gegund, daar niet van, maar ik vind het niet fair dat ik daardoor ook nog eens verplicht ben om geld uit te geven om de 66 dagen kinderopvang voor mijn zoon te voorzien.

Christina hoeft niks te regelen en ineen te puzzelen, zijn moet niet gaan werken en kan haar dochter zelf opvangen en leuke dingen met haar doen. Zij moet niks betalen voor opvang en krijgt toch mooi maandelijks dezelfde wedde uitgekeerd (bij haar is dat verrekend met uitgesteld loon en zo, maar ’t komt al bij al op hetzelfde neer).

Vorig jaar heb ik 538 euro betaald aan opvang voor mijn zoon. Eenentwintigduizend zevenhonderdendrie Belgische frank. (ja, ge kunt dat in uw belastingen inbrengen maar na den aftrek is en blijft dat nog altijd een flinke hap uit het budget)

Dus ik moet 538 euro betalen, hetwelk ik verdien door te gaan werken op de dagen dat mijn zoon opvang nodig heeft, nét omdat ik hem niet kan opvangen omdat ik moet gaan werken. Sappig, init?

Of ga ik hier een kleinigheid te kort door de bocht?

Duizenden gezinnen ­_en ik denk dan vooral aan de vele alleenstaande ouders en ook aan diegenen die geen beroep kunnen doen op de grootouders of andere familieleden_ , die moeten zich door het jaar heen constant in allerlei bochten wringen om gepaste kinderopvang te vinden voor de vele schoolvakanties, en ze moeten die dan nog duur betalen ook.

Awel, ik vind dat dat niet klopt.

Is er een oplossing? Bajaat. Ik heb wel een paar ideetjes waarover na te denken valt:

– Bedrijven voeren wettelijke bepalingen in waarbij gezinnen -waar ma en pa allebei buitenshuis werken- samen 90 dagen vakantie krijgen. 45 voor hem en 45 voor haar, op te nemen tijdens de schoolvakanties. Niet fair tegenover kinderloze gezinnen of singles, maar daar kan ook wel iets voor geregeld worden zodat zij niet achteruitgesteld worden.

– Ieder bedrijf voorziet een eigen kinderopvang voor zijn werknemers. Gratis of mits een kleine vergoeding die gesubsidieerd wordt. Dat kan, dat is realistisch en haalbaar want er zijn al zo’n bedrijven waar de kinderopvang uitstekend werkt. Dat is een win-win oplossing én praktisch, eerlijk en wettelijk in orde.

– Leerkrachten zouden zich ook kunnen verenigen tijdens al de schoolvakanties en zouden kunnen worden ingeschakeld voor de gezamenlijke kinderopvang. Zij kunnen de kinderen van ouders die 60 dagen minder congé hebben opvangen in een beurtenrol of iets.

Zou dit niet eerlijk zijn tegenover niet-lesgevende werknemers?  Ik heb een lichtgroen vermoeden dat er geen enkele leerkracht is die dit een strak plan vindt.

Nuja, dit is een onderwerp waarover al veel gebabbeld is en waarover nog heel veel gebabbeld zal blijven worden.

Ik blijf er in ieder geval bij dat op dit vlak niet alles evenredig is geëvolueerd en hoop dat er ooit echt een degelijke solutie zal komen die deze kloof kan dichten.

En hoe denk jij hierover, lezer?

Verloren voorwerpen

Geplaatst op: 14 juli 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit.

Na onze reis in Sauerland rijden smurf en ik van bij Marc naar huis. Vanuit mijn achteruitkijkspiegel zie ik een wesp op de achterruit zitten. Ze zit gelukkig stil in een hoekje, mooi lief beestje.

Als we halfweg zijn begint dat mooi lief beestje zich te verplaatsen. Eerst kruipt ze over de horizontale strepen van de achterruitverwarmingsdraadjes, daarna begint ze lichtjes met haar vleugeltjes te wapperen.

Ze wil eruit, ze is bang, ze wil naar huis. Ze wordt claustrofobisch en krijgt hoogtevrees. Ze voelt zich gevangengenomen en opgesloten. Dat is ze ook, feitelijk.

Zodra we in ons dorp arriveren zie ik de wesp vijandig rondvliegen, telkens kwakt ze zichzelf tegen de achterruit. Nog even en ze plant haar angel in mijn kop, bedenk ik me. Dat mag ik niet laten gebeuren, ik heb geen zin om weer een worst-case-scenario te moeten bedenken.

In een smalle straat niet ver van waar ik woon breng ik mijn auto tot stilstand op de stoep. Smurf stapt uit, doet de kofferdeur open, jaagt het wespenbeest de wijde wereld in, sluit de kofferdeur en stapt terug in.

We rijden verder, komen thuis en laden meteen onze valiezen uit. Ik steek de eerste lading van 5 machines was in en snak naar een kop koffie en een sigaretje.

Mijn sigaretten. Die zitten in mijn zjakosj. Ik zoek overal rond maar vind ze niet. Waar the hell is mijn zjakosj? Met mijn geld. En de pot van Marc en mij. En mijn bank- en kredietkaart. En mijn paspoort. En mijne GSM.

Ik wist zeker dat ik ze van bij mijn lief had meegenomen, want ik had net voor ik in m’n auto stapte nog getwijfeld of ik mijn handtas vooraan bij mij zou zetten of bij de rest in de koffer.

Smurf doorzoekt de auto. Niks.

Ik doorzoek de valiezen. Niks.

Ik doorzoek de vuile was. Don’t ask.

Ik doorzoek de auto nog een keer. Niks.

Pfrt. Laten we het zo laten voor vandaag. We zijn moe. We zoeken morgen wel verder.

De ochtend nadien ga ik winkelen. Zonder paspoort, met een andere bankkaart.  Gelukkig ben ik stinkend rijk en heb ik nog 17 andere bankkaarten met heel veel geld op. Not. Zot.

Na het winkelen licht ik mijn lief mailend in over alweer een verlies van lading. Gene velo deze keer, maar een zjakosj. Om te zien of er iets te horen valt belt hij mijn gsm-nummer een twintigtal keer.  Hij hoort het rinkelen en overschakelen op mijn voicemail, doch ik hoor niets. Geen ringtone. Niks.  Wat doet een lomp mens met gezond verstand in zo’n geval? Naar Cardstop bellen. Maar ik kan niet bellen want ik heb geen vaste telefoon en waar mijn gsm zich bevindt is de plaats waar ook mijn bankkaarten zich bevinden en mijn bankkaarten bevinden zich waar mijn handtas zich bevindt, zijnde ergens waar ik niet weet, wat het voor mij nogal moeilijk maakt om te bellen, ziede? Per mail geef ik dan maar alle gegevens door aan mijn lief en vraag hem of hij mijn kaarten wil blokkeren. Op nen ik en ne gij was dat klusje geklaard, mailt hij me terug.  Rest me nu enkel nog mijn sim-kaart te blokkeren. Anders zou mijn maandelijkse aanrekening van Proximus wel eens hoger kunnen liggen dan de gewoonlijke 10 a 20 euro.

Ik sta op het punt om mezelf de kop in te kloppen van frustratie, wanneer smurf een ingeving krijgt. “MAMA! IK WEET HET! Herinner je je dat ik die wesp uit de auto gejaa…”

Nog rapper dan mijn eigen schaduw spring ik in mijn auto en rijd terug naar de plek waar we gisteren zijn gestopt.  Natuurlijk ligt mijn handtas daar niet netjes op de stoep op mij  te wachten. Damn. Ik bel dan maar aan bij een paar mensen in de buurt en vraag of ze niks gevonden hebben maar ze weten van niks en wensen me verder veel succes.

Iets later wordt smurf door zijn papa opgehaald voor de wissel van de co-ouderschapsweek, en ik blijf allen achter. Hip hip, zielige kip.    Ik moet efkes uitwaaien, stoom afblazen, iets plezierigs doen. Ik pak mijne moto en doe een toerke. Ik wip efkes binnen bij mijne pa, doe mijn verhaal en gebruik zijn gsm om Proximus de opdracht te geven mijn sim-kaart te blokkeren.

Vwala. Da’s ook gearrangeerd met den arrangeur. Alles is veilig nu. Weg en verschwunden, maar veilig. Nu kan ik een nieuwe simkaart gaan halen en is het verder wachten en alles is vergeven en vergeten.

Tegen de valavond check ik mijn mailbox en vind een berichtje van mijn lief: Onderwerp: GOED NIEUWS! “Iemand heeft je handtas gevonden, je kan er om gaan, ’t is in uw dorp, die straat, dat huisnummer.”

Een supersympathieke meneer was met z’n fiets gaan rijden en had op de stoep een handtas zien liggen. Voor wie een beetje duurdecomprenuur is: da was mijn zjakosj. De brave meneer had zijn vondst in zijn fietstas gestoken en had zijn  fietstocht verdergezet.  Met een overvloed aan excuses en duizend keren sorry vertelde hij dat ze na zijn thuiskomst meteen moesten vertrekken want dat ze op bezoek werden verwacht bij familie en dat die handtas compleet uit zijn gedachten was gegaan en dat het daardoor kwam dat het het zo lang had geduurd vooraleer ze me hadden verwittigd en dat zijn vrouw mijn handtas had doorzocht en dat ze mijn gsm had gevonden waarop 20 gemiste oproepen stonden en dat ze naar dat nummer gebeld had en dat dat toevallig mijn lief was en dat ze dat nu toch zo erg vonden dat ik alles al geblokkeerd had en dat ik nu met al diene rompslomp zit en al.

Echt supersympathieke menskens.

Ik heb hen uitvoerig bedankt, meer kon ik op dat moment niet doen. Maar weet je wat ik hier liggen heb? Een heel mooi bedankkaartje voor die brave menskens, dat ik zometeen in hun brievenbus ga deponeren. Of zal ik nog ne schonen bloemekee aan ’t kaartje hangen?

Wreed accident

Geplaatst op: 13 juli 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit.

We zijn een eind voorbij het tankstation in Spy wanneer een zot in een dikke bak in ons gat hangt te flitsen met zijn grote lichten. “Steekt mij dan voorbij hé, onnozelen, g’hebt toch plaats genoeg zeker!”, roept Marc uit.

Die zot gaat naast ons rijden, vormt een V met zijn wijs- en middelvinger en maakt onbegrijpelijk rare gebaren naar ons. Achterin bij die zot zit zijn zottin, die al even raar gedrag vertoont met haar handen en vingers.

Wat? V? Vittel? Piece? Twee? Wat bedoelen die mensen?!

Vorige weekend zijn Marc en ik met onze 2 jongens op reis vertrokken: een weekje naar Sauerland in Duitsland. Er vanuitgaand dat het daar een waar fietsparadijs zou zijn, hadden we onze jongens hun mountainbikes meegenomen, achteraan de auto op het nooit gebruikte fietsenrek dat ik voor 50 eurp in occasie had gekocht van een nonkel.

Die zot en zijn zottin die zo raar deden wilden er ons op wijzen dat 1 van de fietsen van het rek was gevallen onderweg. Ik had dat pas door toen ik achterom keek.

“Euhm…bieken…ik peis dat we smurf zijne velo kwijt zijn, die hangt niet meer op het rek…” .   Marc hield meteen halt in de berm en ging er zich van vergewissen of er wel degelijk een fiets minder op het rek stond.  We bleven kalm en rustig, ook al waren we redelijk in paniek, ons bedenkend wat voor een grote verkeerschaos we daardoor wel niet veroorzaakt moesten hebben. Er waren misschien gewonden gevallen.

Smurf zijn mountainbike was van het autorek gevlogen, zo boenk de autostrade op. De chauffeur die achter ons reed had de klap willen ontwijken en verloor de controle over het stuur waardoor hij tegen de vangrails knalde en enkele keren overkop ging vooraleer zijn tot schroot gereduceerde auto tenslotte ondersteboven tot stilstand kwam. De bestuurder overleed op weg naar het ziekenhuis.

Dit was the worst case scenario zoals het zich in ons hoofd afspeelde.

Marc belde meteen de politie en vroeg met een klein hartje of er soms niet een of ander zwaar accident was gemeld ter hoogte van Spy, te wijten aan het verlies van lading, zijnde ne velo. “Geen melding ontvangen”, zei de flik van dienst, maar hij zou even informeren bij zijn collega’s en zou terugbellen.

Wij namen de eerste afrit die we tegenkwamen, keerden een tiental kilometer op onze stappen terug en keken met ons vieren met de harteklop in de keel naar de overkant of we geen brokstukken en/of ambulances zagen.  Niets te zien.

Marc z’n GSM ging over. De flik. Hij meldde ons dat er inderdaad een fiets van een auto was gevallen, net vóór het tankstation in Spy, doch “le vélo est déjà volé, monsieur”.

Smurf zijn mountainbike, net geen jaar geleden nieuw gekocht, was van het fietsenrek gevallen, op straat beland, opgepakt door een voorbijrijder en meegepakt. Gepikt. Gestolen. Zei die flik.

Hoe wist die flik dat die fiets gestolen was? Stond hij erbij en keek hij ernaar? Waren er getuigen van wat zich daar had afgespeeld?

We vragen het ons nog steeds af maar zullen er nooit het wel nooit te weten komen.

We zijn nog eens teruggereden naar dat tankstation in Spy en zijn het terrein nog afgestapt, misschien dat we de fiets in daar zouden terugvinden. Smurf is zelfs in de shop gaan vragen of iemand iets gezien had, of of ze toevallig geen camerabeelden hadden waarop te zien was wat er precies was gebeurd…

Niks gezien, geen camerabeelden, geen aangifte gedaan van gevonden velo, niks niemendallen. Smurf zal zijn mountainbike nooit meer terugzien.

Geen al te leuke start van een vakantieweekje in het buitenland, maar we troostten ons al gauw met de wetenschap dat er geen accidenten waren gebeurd en dat we geen gewonden of doden op ons geweten hadden.

Wie zich een fietsendrager wil aanschaffen: koop NOOIT een type Twinny zoals op de afbeelding, want ’t is DIKKEN BROL. Echt.

PS: Wie geld wil storten om een nieuwe mountainbike te kopen voor smurf, kan dat doen op rekeningnummer 000-000000000000-911

Free wheely

Geplaatst op: 26 mei 2011 door margogogo in Actueel, Het leven zoals het is: realiteit., Life

I had a dream! Correctie: I had 2 dreams!

Als kind en puber en tiener en tweener had ik een rekje aan de muur van mijn slaapkamer hangen dat vol stond met matchbox autootjes. Tientallen kleine terreinwagentjes in diverse types en kleuren stonden er netjes op uitgestald.

Sinds diezelfde kinder- , puber-, tiener- en tweenertijd koesterde ik de droom om ooit zelf met een ‘jeepke’ te rijden. Het moest geen echte jeep zijn, het moest er alleen op lijken: hoog, beetje vierkant kort en een wiel op de kofferdeur.

Ik was eigenlijk zot van alles wat hoog zat en op een jeep geleek. In die tijd reden er niet zoveel, zover ik me herinner reed er maar eentje in het dorp en dat was een Suzuki Vitara met een soft-top. Jaloers dat ik was op die trut achter het stuur van die keicoole kar! Damn!

Vele jeeploze jaren verstreken, waarin ik mij autogewijs met respectievelijk een Citroën Axel (geen AX), een Citroën VX, een VW Passat en een Citroën Berlingo verplaatste. Tot ik eindelijk, in 2005, mijn laatste occasie voor een fikse korting omruilde om me bij de lokale Toyota dealer mijn spiksplinternieuwe droomauto aan te schaffen: een RAV4, hoog, 3-deurs dus kort en een wiel achteraan op de kofferdeur. In ’t zwart. Want ik ben zelf ook zwart. Niet van huid of haar, neenee, van kleding. Alhoewel ik niet ontken dat het ook wel had gekund dat ik zwart van huid en haar was, ware het niet dat mijn ouders blank en blond waren toen ze mij per maleur maakten en ik er daardoor niet zwart en zwartharig doch geweldig wit en roodharig ben.

Maar we wijken af.

Dus, sinds 2005 rijd ik met mijn kinderdroom en ‘k heb mij nog geen seconde beklaagd dat ik voor een 4X4 ging, terwijl ik ook wel overal zou geraken met eender welk klein benzine-karretje.

Mijn tweede droom _die ik ook al een slordige 25 jaar koester_ is vrijwel dezelfde dan mijn eerste, met dit verschil dat het hier om een tweewieler gaat. Van m’n 13de snorde ik al rond met brommerkes-met-vitessen en op m’n 16de had ik mijn eigen Yamaha 50CC en de wensdroom om ooit met iets zwaarder te kunnen rijden is sindsdien nooit weggeweest.

Vorig weekend is die tweede droom _je raadt het nooit_ ook in vervulling gegaan: ik heb mij een moto aangeschaft. Geen nieuwe maar een heel goed gesoigneerde en technisch onderhouden occasie van 1998: een Honda CB600 F Hornet Een heel mooi type naked bike, te koop aangeboden door een vriend die zich onlangs het zwaardere broertje van ‘de mijne’ aanschafte. Een uitgelezen kans die ik met beide handen gegrepen heb.

Heel binnenkort zal ik dus niet meer achterop moeten zitten bij mijn lief, maar zullen we zalig samen rondcruisen, elk met onze eigen moto.

Iets waar je al 25 jaar van droomt en in een paar dagen tijd ineens concreet en echt is, dat maakt mij gewoon zo blij als een klein kind met een nieuw speelgoedje!

*kirt onnozel*

Opvolging verzekerd

Geplaatst op: 30 maart 2011 door margogogo in Het leven zoals het is: realiteit., Smurf

Kleine kindjes worden groot.  En rap ook.  Mijne smurf was 12 jaar geleden nog een borelingske en zie hem nu eens, zeg. Een beginnende puber met kuren en streken zoals zijn mama ze ook had op die leeftijd. Alhoewel, nee, toch niet; zijn kuren en streken vallen nog serieus mee, vergeleken met wat ik uitstak toen ik 12 was. Ik reed toen al met brommerkes met vitessen en had zelfs al mijn eerste sigaret gepaft, stel je voor. Ik mag er niet aan denken dat smurf hier straks met een brommer aan de voordeur staat of dat ik morgen een big pack L&M in zijn broekzak vind. In mijn tijd was roken nog gezond en ik kon de schuld op mijn oudere broers en zus steken, omdat zij mij volledig buiten mijn wil (yeah right) meesleurden naar de dieperik van het nicotineverderf. Smurf heeft geen oudere broers of zussen dus hij zou geen goeie excuses zondebok kunnen aanduiden.

Nee, ik ben er niet fier over dat ik vóór mijn 12de al aan de sigaret zat. Het was trouwens éénmalig (dat jaar) want ik was zo ziek als een hond na 3 geïnhaleerde snokken aan die rookstok. Mottig  en draaierig en compleet van de wereld was ik. Het is dan ook niet te vatten dat dat me niet heeft tegengehouden om er op m’n 15de alsnog voorgoed mee te beginnen. How stom can a puber zijn, seg.

Maar we wijken af.

Ik heb het soms een beetje moeilijk om te aanvaarden dat smurf groot wordt. Nog efkes hij hij heeft borsthaar, aaarrggh! Niet dat ik het niet fijn vind dat die baby-, peuter- en kleuterperiode voorbij is, want dat ben ik wel, maar hem zo niet meer en plein public een hand mogen geven of een kusje of een knuffel als ik hem afzet op school, daar moet ik aan wennen. Ook dat hij zijn kleren en schoenen nu zelf wil kiezen, en dat hij al eens durft tegenspreken en voor alles een uitleg heeft, of dat hij liever thuis blijft als ik naar de winkel moet, … Dan besef ik dat mijn kleine smurf een hoger level heeft bereikt. Ik moet er nu echt wel rekening mee gaan houden dat hij zijn eigen persoonlijkheid aan het ontwikkelen is en dat hij ook al eens een eigen mening heeft over de dingen des levens die hij al kent (of denkt te kennen).

Kleine kindjes worden groot, dan hebben ze op een dag een liefje en willen ze ineens ook een eigen blog.

Ne mens komt wat tegen

Geplaatst op: 18 januari 2011 door margogogo in At the movies, Het leven zoals het is: realiteit.

Zaterdagavond. Mijn lief en ik gaan naar de cinema om de nieuwe Vlaamse prent “Frits en Freddy” te gaan zien. Verdekke, nergens plaats. De parking van de cinema staat bomvol. Wat is er hier te doen, zeg!?

We besluiten aan te sluiten bij de rij auto’s die in het gras aan de zijkant geparkeerd staat.

2 Tickets voor zaal 1, twee seats, naar gewoonte de 2 uiterst linkse stoelen zo ongeveer in het 4de kwart bovenaan in de zaal. Het doek gaat op. Nuja. Eerst reklam en dan de film.

De film is een aanrader. Wie hem nog niet gezien heeft: doén. Je zal er geen spijt van krijgen, tenzij je een triestige plant bent met een chronisch gebrek aan gevoel voor humor of een ernstige allergie voor Vlaamse acteurs.

Tom ‘protput’ Van Dijck en Peter ‘den helft van Stany Crets’ Van den Begin vertolken hun typetjes met groot gemak, zo lijkt het. Ze zitten comfortabel in hun rol als bijbelverkopers-met-een-marginaal-kantje, het is ze op het lijf geschreven. Er valt geen enkel saai of stil moment, het gaat vooruit en de volle 90 minuten hangen we met z’n allen aan het filmdoek gekluisterd. De verhaallijn is eenvoudig doch wordt door de puike acteerprestaties tot een hoger niveau getild.

Enfin, ik denk dat ge’t wel doorhebt dat we’t een goeie film vonden, zekerst? ’t Is hier precies een filmrecensie, seg.

Na de film beslissen we om, ter afsluiting van de avond, niet daar in het cafetaria, maar elders een goeie trappist te gaan drinken. Een slaapmuts.

In de auto gestapt willen we achterwaarts de parking oprijden, doch er hapert iets. De ganse auto hapert. Hoe meer pogingen we ondernemen om de auto een centimetertje achteruit te krijgen, hoe dieper de voorwielen putten graven. Het is duidelijk, we zitten een beetje heel erg diep vast in de mulle moddergrond die nochtans bij het parkeren gewoon een droge grasstrook leek. De voorwieltractie graaft ons zo diep dat het chassis gelijk evenredig komt met de grond.

Ziet ons hier nu staan, Frits en Freddy.

Op de parking tellen we de auto’s met een trekhaak en hopen dat er een van de eigenaars zo sympathiek is om ons een duwtje in de rug (nuja) te geven. Geen kat op de parking, alleman zit binnen, trappist te drinken, wellicht.

Een idee later sta ik terug binnen in het onthaal van de cinema en vraag ik er een gast die daar werkt of hij ons misschien indien mogelijk zou kunnen helpen eventueel. Met een schuin oog zie ik nog net Raymond van het Groenewoud aan de toog hangen. Wisten we ook ineens waarom heel die parking propvol stond. Awoert Raymond!

Anyway, om een te lang uitgevallen verhaal alsnog in te korten: uiteindelijk trekt 1 van Raymond’s techniekers ons met zijn camionet uit de put en rijden we met brokken modder en al ’t stad in voor onze welverdiende trappist.

Kon dat volstaan als afronding? ’t Zal moeten want ik heb geen goesting meer om te zitten broeien op de juiste woorden en zinsconstructie om een deftige einde te formuleren.

Of wacht: en we leefden nog lang en gelukkig.