Archief voor november, 2008

It’s playtime children

Geplaatst op: 30 november 2008 door margogogo in Life, Uncategorized, Varia

In een vorig leven heb ik eens meegespeeld in een toneelstuk. Niet in zo’n voorstellingetje dat ineengebokst wordt voor het schoolfeest, maar een echt gemeend stuk, een volkse opvoering waarbij gelachen mocht worden.

Vroeger jaren had ons dorp een nogal populair amateurtoneelgezelschap. Dat was een allegaartje van een bende kameraden die zich in alle ernst te pletter amuseerde op het podium. Naarmate de jaren verstreken ontgroeiden de spelers hun puberteit en adolescentie en werden het volwassenen, hadden een lief, gingen trouwen en kindjes krijgen, allez, de hele reutemeteut, je kent dat wel. De prioriteiten lagen anders en stilaan begon het toneelgezelschap uit te dunnen. Na een tijd serieus op zijne retour te zijn geweest werd de vereniging uiteindelijk opgedoekt.

Het toneel lag al jaren stil toen vriendin M met het lumineuse idee kwam aanzetten om de boel nog eens in gang te trekken . Zij zou een plezant stuk zoeken en het zelf regisseren.

We kwamen in die tijd ieder weekend met de hele vriendenkring samen in ons stamcafé, thé place to be in het dorp voor al wie graag plezier maakte. Ook M was daar kind aan huis.
Met de plannen in haar hoofd begon ze hier en daar te polsen of er tussen de bende misschien eventueel vrijwilligers te vinden zouden zijn die mee wilden gaan in haar wilde plannen.
Ik, zo zot als een draaideur toen nog, wou dat wel eens meemaken en gaf me op voor een rol. Toneeltje spelen, ik kan dat, ik durf dat. We konden er nog een aantal overhalen en vrij vlug vormde er zich een kleine groep vrijwilligers, net genoeg om alle rollen te vervullen.
Het stuk dat M had gekozen was een komedie en heette “Blootvoets in het park”, gebaseerd op een film uit de jaren ’60 met de verdacht treffende titel “Barefoot in the park”.

De lezingen waren hilarisch! Niet de teksten op zich maar de manier waarop we die teksten lazen en de debiele onnozelheid die we constant verkochten. Ik heb in heel mijn leven nooit zo wreed gelachen als tijdens die leessessies.
Tijdens 1 van de vele lezingen was ik voor de fun eens wat regeltjes luidop beginnen lezen in een soort westvlaams dialect. Dat had ik beter niet gedaan. De hele groep vond dat goed klinken en er werd unaniem beslist dat ik in dat taaltje moest verderdoen, dat dat wel paste in het geheel.
Dat trok mijns inziens op geen bal en het paste langs geen kanten in dat stuk, maar ja, ik had wat dat betrof niks in de pap te brokken.

Zo’n lezingen scheppen een band, we werden al gauw een hechte groep, we hingen aaneen gelijk vliegen op een sliert siroop.
Pas op, er was ook wel ernst mee gemoeid, maar echt pure ernst kreeg M van ons toch niet gedaan. Ocharme toch, dat mens heeft afgezien met ons.

Ik speelde de moeder van de hoofdrolspeelster; een ouwe zeur met grijze krullen die na veel vijven en zessen verliefd werd op de bovenbuur, met alle gevolgen vandien.
Nu zou ik er geen werk meer mee hebben om eruit te zien als een ouwe zeur maar destijds was ik nog jong en mooi en moest ik een hele metamorfose ondergaan om op een oud wijf mensje te lijken. Een creatieve kapper uit het dorp (ik woon daar nu pal tegen, ja, ’t is die kapper, ja) leefde zich uit met mijn mooie rode lokken en mijn facial gevoelig velleken dat het niet schoon meer was. Hij rolde krulspelden in mijn reeds grijs gespoten haar, zette mij een tijdlang onder zo’n degoutante ufo wat ze in het vakjargon der kappers een droogkap plegen te noemen, grimeerde diepe rimpels in mijn huid en dikke wratten op mijn neus en lachte zichzelf een breuk.
Het was wel heel erg goed gedaan, dat moet ik hem nageven.

De voorverkoop van de entreekaartjes liep geweldig vlot. Veel vlotter dan we hadden gedacht.
Er zou veel volk naar komen kijken.
Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaarrrrgggghhhh!!!!! Volk?! Echt volk?! Echte mensen?! Mensen die ik ken?!
(merk de paniektoestand waarin ik stilaan begon te verkeren)

De zaal liep vol. Helemaal. Mijn medespelers gluurden even tussen de coulissengordijnen, terwijl ik me als een bezetene concentreerde op het onder controle houden van mijn zenuwen.
Zo zenuwachtig en gestresst was ik nog nooit en ben ik ook nooit meer geweest sindsdien. Mocht ik geen gène gehad hebben ik had ter plaatse in mijn broek gedingest. Zo nerveus, mensen toch! De bibber op mijn lijf was amper uit te houden, mijn hart sloeg aan een tempo dat echt niet gezond kan zijn geweest.
Ik schreeuwde naar M: “Ik stop ermee, ik kan het niet, ik durf niet. Hier M, doe mijn kleren aan en speelt gij mijn rol, gij kent ze ook vanbuiten, toe M, neem over, ik ga sterven, echt!

Was me dat een confrontatie met mezelf!
Ik bedacht op dat eigenste ogenblik zoiets in de lijn van : gij, met uw anders zo groot bakkes die zo graag de dappere zelfverzekerde uithangt, zie nu eens hoe je erbij loopt. Gij schrikschijter gij! Boeoe! Awoert! Chicken!

But…..the show must go on.
Ik kroop op het podium, invallend na het koppel hoofdrolspelers die hun eerste tekstregels al achter de rug hadden. Met een tikker die al dat volk vast heeft zien slaan doorheen mijn kleren begon ik in dat semi-westvlaamse taaltje mijn rol te spelen. Eens ik “meespeelde” met de anderen werd ik rustig en lukte het om me met volle overgave in het stuk te werpen.

Tot ik ergens halverwege mijn tekst kwijt was.
Er was geen orenspitsen aan, ik hoorde de souffleur niet. Mijn tegenspeelster, met wie ik de dialoog net nog aan het voeren was, trachtte de situatie op te vangen door met een lichte grijns te zeggen: ”Wel moeder, moest jij niets zeggen?” waarop ik nog sneller dan een TGV met turbo-injectie replikeerde: “Jazeker, ik heb iets te zeggen…straks…ik moet even weg…naar buiten…heel even”. Ik stapte het trapje af, verdween in de coulissen, trok het script uit de handen van de souffleur, las vlug-vlug de lijn waar ik over was gestruikeld en stond in een mum van tijd terug op het podium. Ik vatte de dialoog terug aan, alsof er niks was gebeurd. (*)

Verder ging alles voortreffelijk.
Het publiek had genoten en bij navraag aan vrienden bleek dat niemand mijn blunder had gemerkt, er was hen totaal niks raars opgevallen.  Pfieuw!

Ik ooit nog eens een rol aanvaarden voor een toneelstuk? Never again, ik zweer het je!

Doortussentje

Geplaatst op: 29 november 2008 door margogogo in Uncategorized

Het is een kille doordeweekse dag midden in de winter en een vrachtwagenchauffeur stopt met zijn wagen voor een rood verkeerslicht.
Plotseling stopt er een wagen naast hem en een griet roept vanuit die wagen: ‘Hey meneer, ik ben Sofie, u verliest uw lading!!”
Op datzelfde moment springt het verkeerslicht op groen en de vrachtwagenchauffeur geeft gas.

Bij het volgende verkeerslicht moet de chauffeur weer vaart minderen en opnieuw gaat het meisje naast hem staan met haar auto. Ze gebaart naar hem om zijn raampje even naar beneden te doen en roept terwijl: ‘Meneer, ik ben Sofie…en u verliest uw lading!!’
Maar opnieuw trekt de chauffeur op zonder ook maar op die trezebees te letten.

Het geluk zit hem echter niet mee, want voor voor de derde keer staan de verkeerslichten op rood en moet hij stoppen.
Het meisje, intussen behoorlijk op haar tenen getrapt, gooit haar auto voor de vrachtauto, stapt uit en roept naar de chauffeur: ‘Meneer, ik ben Sofie, dit is nu al de derde keer dat ik u zeg dat je je lading verliest!!” Waarop de chauffeur zijn raampje opendraait en roept: ‘Ja awel, stomme koei, ik ben
Theo en ik strooi zout!”.

Op zèn Oltjerts

Geplaatst op: 25 november 2008 door margogogo in Life

Monjdag, 24 november – Alver ellef

Den tellefong: Riiiing! Riiiiiing!

Ik: “Allo, met Margo”

Zij: “Ah, Margo, seg, ’t es Ilse, eje gin goesting om vannauved mee te gon nor de cinema?”

Ik: “Vannauved? Azu plat in de week of wa? Oe kommet?”

Zij: “Awel, ‘k em gratis ticketten gewonn van radio 1 en ‘k pees dagge misskien mee zotj wille gon”

Ik: “baja, ik willekik wel mor ten moenek wel nen oppas ver smurf forceren en da zal nie gemakkelèk werre peizek, mor wetje wa? Ik gon a weerbelln sebiet”

Zij: ” ’t Es goed, mor wel véér ’n iejenen want ten moenek weg”

Ik: ” ‘k gon direct isj rondbelln, ‘k zal’t rap weten”

Ellef ieren

Zij: “Ah, Margo, goe nies?”

Ik: “Nieje jong, ’t zaa nie likken vriejezek, ‘k gon moeten passen deze kiejer”

Zij: “Toemme, daddes spouweteg, mor niks on te doen. ‘k Zaa nog ewa rondbelln, misskien vinnek nog iemand anders om mee te gon”

Koowert van ’n iejenn

Zij: “Allo?”

Ik: “Ilse, ‘k benneketkikier. Ik ken tèn toch meegon, menne pa ee mè weergebeldj dorjust en ze kommen bè mij thuis op smurf passen”

Zij: “Serjees? A mor dat es goed ee maan. Kommekik a oweln? ’t Es wel ’t hopen da menn otto nie stille valt van de vries, ‘k oo vandemeirend oek al problemen”

Ik “Wetjewa, ik kom aa oweln, ik vertraan ann otto nie. Om kowert over de zevenen ten leste bennek bè aa. Tot sebiet”

Twintjeg over de zevenn (bè eer tousj)

Ik: “jawadde, azu slibber op de bowen seg, ’t es iejene spieghel”

Zij: “Zetj ten mor verzichteg, da’k in menne hiejeln tousj gerauk. Kom wer zen weg”

Rond ’n nachtn (in de Kinepolis in Brissel)

Ik: “ja allo, wat es dat ier? Camera’s en ne ruwe luweper en hiejel de cirk, es dat aal ver oos”

Zij: “’t es d’avant première van dieje fillem, ’t es dormee. Wer zeen nor den tellevies moeten zien, misskien emmen z’oos gefillemd en ziemen oos ouwegen in Man bijt hond of in de Rode Loper”

Ik: “verdekke seg, oo’k da geweten, ‘k oo me ewad opgeklidj zenne, ‘k stonnekik ier me men weirkkliejern nog on. ‘k Wistekik da nie, ‘k pees dat dat azu mor ne fillem was, aja”

Zij: “ja, dat dat ier azu ging zen wistek na toch oek nie, mor kekt isj, da zen d’acteurs en de regisseur pesies”

Ik: “Dedie met da ruwed fraksken, die kennekik van uveranst, van op den tellevies. En dienen kennek oek, dat es dingen, dingsken, dienen toffen uit Loft, allez, a woentj in onzn hof, in Mere…da’s Koen De Graeve!”

Zij: “ken ik nie”

Ik: Ik kost em oek nie veer da’k hem in Loft gezien em, echt wel ne ferme pee, en a es in ’t echt begot echt knap, veel knapper as in de fillem. Koen, gij kunt mij krijgen!”

Kortom: gisterenavond een filmpje meegepikt, zijnde een nieuwe vlaamse prent: “(N)Iemand”.
Mijn mening? Interessant verhaal maar de film zelf ging veel te traag, vonden we allebei.
Zal ongetwijfeld wel heel sterk zijn voor wie van dat genre houdt.

Het weekeinde

Geplaatst op: 23 november 2008 door margogogo in Uncategorized

Gisteren en vandaag heb ik zelfmeegemaakte ervaringen opgedaan.
‘k Had het nog zo gezegd, zo van :”gij gaat nog iets meemaken”, en kijk, ’t al van dat.Vannacht was ik pas om 4 uur thuis maar vraag me niet waar ik al die tijd heb uitgehangen want ik was zo teut als honderdduizend man. Heb me compleet lazerus gedronken en ben blijkbaar te voet naar huis gewaggeld. Zigzaggend strompelend, in de pas gevallen regen op een scheef bevroren voetpad.
Ik vraag me af waar mijn auto is. Zou ik me ergens geparkeerd hebben op een plaats waar ik ben vergeten kijken? Of wist ik niet meer dat ik per auto was? Of was ik nog net slim genoeg om te beseffen dat het gevaarlijk en onverantwoord is om me met zo’n heftige koers in de kop op de baan te begeven?
Dat doet vies, zo helemaal van de wereld zijn.
Maar ’t is wel geweldig plezant.
Vooral omdat dat hier allemaal nie waar is.
Ik weet wel waar ik heb uitgehangen van 18 uur tot een kot in de nacht.
Bij mijn nief lief. Knappe gast, echt.
Nee, da’s ook nie waar maar geef toe, got your attention there for a second, didn’t I?

Serieus nu.
Ik heb al die uren ten huize Sabine vertoefd, samen met Beo en Wouter.
Vier kameraden gaan al eens op restaurant, maar wij niet, o nee, wij doen alles zelf.
Het is wellicht daarom dat het “de kookclub” noemt; een groepje kokerellers die eens per maand kokeneten in elkaar flanst en zelf verorbert en verteert.
Aperitiefhapjes, pompoensoep, konijn zonder pruimen, en een soufflé als dessert. En wijn. En spa bruis.
Een heerlijke feestdis in wreed aangenaam gezelschap, dat was het, zonder meer.

Aangenaam was ook het etentje van vanmiddag ter gelegenheid van mijne pa zijn verjaardag. Op restaurant deze keer. Ook alles erop en eraan, dat is ieder jaar zo.
We waren nog niet goed gezeten als het deftig is beginnen sneeuwen. Op het eind van het etentje lag de sneeuw welgeteld 9 cm dik, de restauranthouder is dat effectief met een meetlatje gaan meten op het terras.
Tijdens het ontsneeuwen van onze auto’s startte mijn schoonzus een sneeuwballengevecht maar na 5 rode wijntjes binnengekapt te hebben bleek haar motoriek het er toch niet echt op begrepen te hebben en raakten al haar witte bollen alles, behalve hun doel, zijnde mijne kop. Best grappig voor mij, wellicht frustrerend voor haar.

Als ik nu naar buiten kijk ligt de straat er vuil en smerig bij. Dat was wel nog anders toen ik van het restaurant naar huis reed. Het prachtige witte sneeuwtapijt op de straat was nog niet met zout bestrooid waardoor het meer dan een beetje spiegelglad was. Call me stupid or absurd maar ik heb geweldig genoten van de rit naar huis. Ik vond het enig om in eerste vitesse, tegen zeker een dikke 15 km/u de straten onveilig te maken.

Nu maar hopen dat de sneeuw tegen morgen niet is weggesmolten, of liever nog, dat er vannacht nog een dik pak witte pracht bijkomt, dan kan ik morgen met smurf een kanjer van een sneeuwmeneer rollen.

Het woord is aan u

Geplaatst op: 22 november 2008 door margogogo in Uncategorized

imagesMijn inspiratie is op.
Echt. Ik heb wel wat losse woorden in mijn hoofd zitten maar die tot welgevormde volzinnen kneden lukt me niet zo goed.
Maar kijk, ik ben dan toch maar beginnen tokkelen op mijn klavier omdat ik al meerdere blogstukjes las die droogweg begonnen met: “ik heb eigenlijk niks te vertellen…” en die werden toch nog leeswaardig naarmate de woorden zinnen werden. Ik dacht, misschien lukt mij dat ook.  En ik zat hier al lang genoeg voor mijne pc zonder bewegen.

Weet je hoelang ik hier op dat wit scherm heb zitten turen? Raad eens.
Mis! Zeker een kwartier! Daarvoor moet het toch al erg zijn, hé? Op de duur begon ik hier al vanalles te zien; beestjes en zo. Wat dan weer bewijst dat mijn geest toch nog een beetje werkt.

Ik zou er een hele euro voor geven mocht er mij hier nu ineens iets interessants te binnen schieten waarover ik zou kunnen schrijven, echt waar.
Hoe lang duurt dat feitelijk, zo’n doorsnee gebrek aan inspiratie? Heeft iemand daar een idee van?
’t Is maar dat ik me niet onnodig zorgen begin te maken, ziede.

Goh, je zou zo gaan denken dat ik een saai leven leidt. Niet hoor, ik beleef veel. Ups en downs en alles ertussenin. Daar is niks saais aan toch? ’t Is altijd weer wat anders, altijd een verrassing. Du-uh.

Tssss, ’t is me toch niet gelukt. Er staat wel iets maar eigenlijk staat er niks om uw zetel voor uit te komen, zijt eerlijk. Niet dat ge u voor mijn andere schrijfsels zou rechtzetten maar kom, dees is er echt wel over qua inhoudloosheid.

Zelf vind ik dat niet erg, maar ik zit met jullie in, mijn lezers die ik allemaal zo gaarne zie. Triestig dat ge dan naar hier komt gezapt om dan te moeten constateren dat er hier niks, maar dan ook niks te lezen valt wat enigszins steek houdt.

Ik zal het morgen nog eens proberen, of overmorgen, tegen dan heb ik vanalles meegemaakt.
Echt.

1 + 1 = 0

Geplaatst op: 19 november 2008 door margogogo in Uncategorized

Hij wil voelen, niet denken.
Nadenken over zijn gevoel doet zijn gevoel verdwijnen.Ik wil voelen én denken.
Nadenken over mijn gevoel maakt mijn gevoel sterker.

Relatiegewijs leidt dit nergens heen dus gaan we elk onze eigen weg.

Over koppen en spijkers

Geplaatst op: 17 november 2008 door margogogo in Life

Een medebloggend gezapig duo schreef deze ferme post die (vooral de singles onder ons) tot nadenken zou kunnen stemmen.
Toen ik het las voelde ik mij persoonlijk aangesproken want elders op mijn blog staan treffende postjes waarnaar in dit schrijfsel zou kunnen zijn gerefereerd.

Als ik even mag citeren: “Er wordt verschrikkelijk getwijfeld in de datende wereld, iedereen lijkt wel op zoek naar de prins op het witte paard of de prinses in de gouden koets. Er wordt ondermeer gelet op zaken zoals “is hij/zij mijn type wel”….Als ik dan lees dat sommige bloggers zozeer beginnen twijfelen dat elke kans op voorhand eigenlijk al doodbloedt, dan vind ik dat ongelooflijke zonde… …Als bovendien de twijfels gevoed worden door “ervaringen” uit het verleden en dat dus daarom het heden geen kans gegeven wordt, dan vind ik dat nog erger. Iedereen heeft zijn trauma’s en complexen, maar als die niet van een levensverwoestende aard zijn, dan gaat het erom hoe je er mee omgaat en persoonlijk zou ik ze nooit toestaan een potentieel geluk in de weg te staan.”

Hiermee slaat hij volgens mij spijkers met koppen.

Als ik terugkijk naar wat mij overkwam toen ik een tijdje geleden een fijne man leerde kennen, dan schaam ik me eigenlijk een beetje.
Het klikte enorm goed van bij het begin en ook de dates waren bijzonder en geweldig.
Hoe dwaas is het dan om van 1 enkel storend dingetje meteen zo’n drama te maken?
Ik ging er zomaar vanuit dat zich dat als een sneeuwbal zou ophopen en dat dat allemaal nog veel erger zou worden met de tijd, maar wie zegt dat dat zo is? Wie zegt dat dat onoverkomelijk is?
Mijn intuitie gaf me dat in maar wat als het niet meer is dan een eigenschap die ik niet gewend ben? Wie zegt mij dat dat storende element niet gewoonweg verdwijnt naarmate we tijd met elkaar doorbrengen?

Ik was, toen ik die logjes schreef, zo zeker van mijn stuk en toch is er altijd iets blijven knagen.
Wat voor een dwaas mens ben ik om hem omwille van 1 iets volledig af te schrijven? Hij is verdomme zo ontzettend lief en zachtaardig en teder en begipvol. Hij is so easy to be with. Hij heeft alles wat ik zoek in een partner. Wat voor stom kieken ben ik om dat allemaal weg te gooien en mijn hart met een arrogante smak toe te slaan omdat ik denk te denken dat eventueel misschien…?
Waarom ben ik zo kortzichtig dat ik het niet eens een deftige kans geef?

Hoemeer ik erover nadenk hoe meer ik ervan overtuigd ben dat ik een kieken ben, a scary chicken dat geen stap vooruit durft te zetten. Maar als ik mij dan de vraag stel waarom ik dat niet durf, dan moet ik me een deftig en aanvaardbaar antwoord schuldig blijven.
Dus til ik mijn eigen over die drempel en deel ik hem mijn inner thoughts mee. Het gevolg is dat we intussen alweer een paar keer op stap geweest. En alweer hebben we het serieus naar onze zin gehad.

Hoe het verder zal evolueren is voorlopig niet geweten maar als ik me niet vergis heb ik de indruk dat er nu wel een faire kans is dat er iets moois aan ’t openbloeien is.