Poging 6

17 juni 2008

Op een paar andere blogs gaat het over datingsites, een interessant onderwerp voor een single, vind ik persoonlijk. Zelf heb ik ook een profiel op zo’n site. Een hele tijd na mijn scheiding heeft een werkcollega mijn sceptische kijk op zo’n sites doen veranderen en heb ik me erop gezwierd om eens te zien wat het zou geven.

Ik heb er hele toffe gesprekken gevoerd, leuke en boeiende mensen ontmoet, vrienden en vriendinnen gemaakt en er tenslotte mijn intussen ex-vriend leren kennen. Na 3 turbulente jaren in een beklemmende relatie heb ik er me, na veel nadenken, toch maar terug een profiel aangemaakt.

Op Rendez-vous kan je een “Quiz en Klik” aanmaken, een soort aanvulling van je je profiel. Daarin kan je maximum 20 stellingen poneren waarbij de invuller enkel JA of NEE kan aanvinken.

Voor de tamzakken, ongeïnspireerden en gemakzuchtigen is er een standaard “vragenbibliotheek” waaruit je stellingen en vragen kan plukken om je quiz aan te maken. Dit vind ik zo vreselijk onpersoonlijk en toch wordt er enorm veel gebruik van gemaakt. Heel vreemd.

Enfin, na het invullen krijgt de invuller zijn score te zien en ook de opsteller krijgt een privé bericht dat die persoon je quiz invulde en wat zijn score is.

Die quiz en die score wordt door velen verkeerd geïnterpreteerd. Velen denken dat ze moeten gokken op het juiste antwoord (de benaming “quiz” is niet zo goed gekozen), maar het is wel degelijk de bedoeling dat de invuller zijn eigen visie over jouw stellingen geeft, als in akkoord of niet akkoord. Daarom is die tool eigenlijk niks waard want men denkt: hoe hoger mijn score, hoe beter. Alsof ze er een frigo of een broodrooster mee kunnen winnen. Tsss.

Persoonlijk zie ik aan die vragen soms al gauw wat voor persoon er achter die quiz en dat profiel zit. Als de meeste vragen over seks gaan weet je hoe laat het is. Als ze over relaties gaan maar er staat in hun profiel dat ze geen lief zoeken maar alleen maar hun vriendenkring willen uitbreiden, tja, dan is de eerlijkheid zoek en is alertheid geboden.

Zo’n quiz is meestal gewoon een leuk tijdverdrijf maar toch geeft het soms ook wel eens aanleiding tot hele boeiende virtuele gesprekken.

In mijn quiz heb ik zelf wat vraagjes en stellingen verzonnen. 20 stuks, omdat het er niet meer mogen zijn.

1. Gezond boerenverstand (ja) of uitgebreide feitenkennis (nee)

2. Een avondje uit de bol gaan in een discotheek (ja) of een dagje naar een Bobbejaanland (nee)

3. Stel, we zijn op een openluchtfuif. Ik ben lichtjes aangeschoten, struikel lompweg over een kabel en beland met weinig stijl tussen de plastieken bekertjes.

Wat doe je? Schaam je je in mijn plaats en loop je door (ja) of help je me geamuseerd recht (nee)

4. Keith Haring was een groot dichter (ja) of een kunstenaar (nee)

5. Ooit al iets gehoord over HSP?

6. Ik heb soms behoefte aan alleen zijn, ruimte voor mezelf, rust en stilte. Saaie bedoening, dat past niet in jouw beeld van een relatie (ja) of zou je daar begrip kunnen voor opbrengen (nee)

7. Ik draag graag zwart. Dat is omdat dat mijn vetrolletjes een beetje comoufleert (ja) of omdat zwart altijd in de mode is (nee)

8. Als je op reis gaat plan je de hele reis zo goed mogelijk op voorhand (ja) of je ziet ginder wel wat er te beleven valt (nee)

9. Als er stiltes vallen tijdens een conversatie met iemand die je voor de eerste keer ontmoet, voel jij je dan een beetje ongemakkelijk (ja) of stoort je dat niet echt (nee)

10. Ik heb een lichte allergie voor taal- en schrijffouten. Jij ook (ja) of je trekt je daar eigentlijk maar wijnig van scheelen (nee)

11. Je kan elkaar best zo vlug mogelijk irl ontmoeten (ja) of eerst uitgebreid babbelen via pop-ups, chat, mail en elkaar zo eerst goed leren kennen voor je afspreekt (nee)

12. Ik ben gescheiden en heb een zoontje in co-ouderschap. Vind je dat een spijtige zaak?

13. Mannen en vrouwen zijn verschillend in vele opzichten. Akkoord?

14. Deze quiz & klik vertelt weinig of niets over de persoon achter een profiel

15. Een leugentje om bestwil moet kunnen

16. et middenrijvak op de E40 is breder dan de rechter rijstrook

17. Liever vriezende kou (ja) dan broeiende hitte (nee)

18. Politiek interesseert me geen bal. Vind je dat dom en stom (ja) of kan je daar inkomen (nee)

19. Hij wil naar het voetbal kijken op TV, zij volgt liever een soapserie of een programma op Vijf-TV. Hoe los je dat op? Je haalt een tweede TV in huis (ja) of je probeert overeen te komen en goeie afspraken te maken (nee)

20. Vulde je deze quiz in omdat je nieuwsgierig was naar de vragen en naar je score (ja) of wil je me beter leren kennen?


1 dozijn tikkeneitjes?

16 juni 2008

Dit blonde kieken kan zich gerust kandidaat stellen voor 1 of andere miss-verkiezing.

Ignace, da’s iets voor u!


Goede daad, kameraad.

11 juni 2008

Smurf afzetten en afhalen op school is altijd een beetje spannend. Er is plaats genoeg op de parking voor, naast en rond de school en toch lukt het menig ouder om de hele boel op te stroppen en het doorgaand verkeer in de war te sturen. Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar ze zijn er goed in.

Ze stoppen zomaar lukraak ergens in het midden, laten hun kroost uitstappen, wuiven kind eens na en draaien en keren hun rijdoos in alle richtingen 27 keer voor- en achteruit, ‘t is soms ronduit belachelijk.

Ik vraag me echt af waar en hoe sommige mensen hun rijbewijs hebben gehaald. Was een gratis rijbewijs ooit de troostprijs op grote tombola’s of zo?

Na wat afwijzend hoofdschudden en een lachje van ongeloof over de erbarmelijke rijkunsten van een mama die vóór mij de parking oprijdt manoeuvreer ik mijn auto mooi recht tussen de lijnen van het parkeervak naast een enorm scheefgeparkeerde gele Corsa. Geen “L” te zien op de achterruit, dat zal dus wel het vrijetijdsautootje van een vrouwtje zijn.

Ok ja, ik spreek tegen mijn eigen commerce, ik ben ook feminin maar is het niet typisch voor meisjes/vrouwen om zulke toeren af te werken?

Blij dat je’t toegeeft.

Smurf is nog volop aan het voetballen met een zestal vriendjes als ik de speelplaats oploop. Hij ziet mij niet, hij gaat helemaal op in het spel.

Ik heb tijd in overvloed en placeer mijn derrière op een bankje in de schaduw om het spel gade te slaan. Niet met een kritisch oog want ik ken niks van voetbal, ik weet alleen dat het de bedoeling is om de bal tussen de netten te krijgen. Hier op school zijn geen netten aan de doelen, enkel wat ijzeren palen geven het kader van de goal aan.

Een klein half uurtje later krijgt smurf me in de gaten, wanneer de bal tegen mijn voeten rolt en ik er een flinke sjot tegen geef.

De bal vliegt met een perfecte boog richting proper gekuiste vensters van klas 3.

“Mama! Wat doe jij nu? De bal ging bijna door het raam van de klas!”

“Nog een geluk dat ik heel goed kan mikken hé, zo nét ernaast zo…” probeer ik mijn mislukte poging tot een perfecte uittrap te vergoelijken, maar de snotapen trappen daar niet in en lachen me vierkant uit.

Zonder veel problemen of oponthoud rijden we de parking af en begeven we ons naar de winkel voor de nodige voedingswaren voor vanavond.

Geladen met 2 dikke plakken Chateaubriand, een zak aardappelen, een krop sla, een doos trostomaten en een komkommer zijn we onderweg naar huis wanneer ik rechts tegen de rijbaan een meneer met een sporttas achteruit zie stappen, zijn rechterarm schuin omhoog, duim in de lucht.

Een lifter begot, hier in dat boerengat. Waar zou die mens naartoe moeten?

Smurf vraagt of ik alstublieft wil stoppen en alstublieft die meneer wil meenemen. Toe mama, alstublieft?

Op ‘t eerste zicht ziet hij er niet echt boosaardig uit, ‘t is een nogal tenger manneke.

Ik rijd hem voorbij, minder vaart, pink naar rechts en zet me een eindje verder op de pechstrook.

Hijgend van het kleine stukje lopen opent de meneer mijn zijportier en zegt: “Dag madam, ik zou naar Nederhasselt moeten, zou dat kunnen?”

“Ja dat zou kunnen, maar ik moet niet naar Nederhasselt, ik moet maar tot in Kerksken. Van daar is ‘t dan wel nog een heel eind voor jou.”

“Oh, maar tot daar is al goed, da’s al een groot stuk minder, ik lift vandaar wel verder, geen probleem.”

Smurf zit altijd vooraan, op een zitje. Dat mag eigenlijk niet maar daar veeg ik mijn 38 aan, ik vind het veiliger dat hij vooraan zit, daar zijn airbags en achterin niet. Hij stapt de auto uit, zwiert zijn zitje naar achter en maakt de passagiersstoel vrij voor de vreemde meneer.

Onderweg raken we vlotjes aan de praat waardoor ik te weten kom dat hij vanochtend met de fiets naar Leuven is gereden maar het niet zag zitten om die baan nog eens per fiets terug te doen, dat hij zijn rijwiel op zijn werk in Leuven heeft achtergelaten om met de trein terug te keren. Dat is allemaal goed gelukt, tot hier, en nu moet hij nog tot in Nederhasselt geraken. We tateren wat af, alsof we elkaar al 20 jaar kennen.

Door al dat getetter heen beslis ik om die brave meneer helemaal tot in Nederhasselt te voeren. Ik ben nu toch op de baan, op die 10 minuten zal het nu ook niet steken zeker.

In Nederhasselt stapt de meneer uit, me op velerlei manieren bedankend voor het praatje, de aangename rit en de aangeboden lift.

“Dat was een toffe meneer hé mama?”

“Mja, dat was best een toffe gast, dat vind ik ook wel ja…”

“Dat zou nu eens een goeie man voor jou zijn zie, daar zou je verliefd moeten op worden.”

Ik schenk hem 1 van mijn bredere glimlachjes en met onze eigen binnenpretjes rijden we zonder nog 1 woord te wisselen huiswaarts.


Grmbl

11 juni 2008

Here we go again! Verdekke toch, sommige posts verdwijnen weer…
Voor hen die al een reactie plaatsten op mijn vorige post (goeie daad kameraad): mijn excuses.
Ik zet er de post nog eens op vanavond want ik heb intussen geleerd alles op te slaan zodat ik het terug kan plaatsen in geval van geniepige verdwijning.


Shiny unhappy ikke

8 juni 2008

Zal ik deze mooie zonnige zondag eens verpesten met een donker postje?

Ik moet namelijk iets van me afschrijven.

Ik was al begonnen met mijn frustratie in Word in te typen met de bedoeling het nadien te deleten maar toch zegt iets mij dat ik het evenwel publiekelijk op mijn blog kan gooien.

Misschien ben ik niet de enige die zich zo mottig voelt vandaag. Misschien zijn er nog anderen die hierin herkenning vinden en die er iets aan hebben.

Van een contradictie gesproken. In mijn vorige post plaats ik de song die mij altijd happy stemt, en nu gooi ik er dit achteraan.

Enfin. Soit. Anyway.

Het is vaderdag en ik zou bij mijne pa langsgaan. Zijn dag verblijden met mijn gezelschap, hem 3 dikke kussen geven, taske koffie drinken en zo, je kent dat.

Ik belde hem op om mijn bezoekje aan te kondigen.

Ha pa, een gelukkige vaderdag hé. Hoe is’t? Al een fijne dag gehad?”

Ah, Margoken, wat lief van je, bedankt. Ik ben hier bij de zoon van mijn vriendin en zijn gezinnetje. We hebben net gedaan met eten, het was heerlijk lekker. Straks gaan we in ‘t zonnetje zitten met een glaasje wijn erbij. ‘t Is hier echt gezellig. En oewist met jou?”

Och ja, bwa, ook wel gezellig. Pixie de kater ligt op mijn schoot te knorren…”

Dat ik graag was langsgekomen kreeg ik niet over mijn lippen. Ik voelde tranen opwellen maar verdrong ze tijdens het telefoongesprek.

Eens ingehaakt liet ik ze de vrije loop.

Het gezin waaruit ik kom is al jaren geleden in stukken gebroken en zo nu en dan overvalt me een zwaar gevoel van eenzaamheid, gemis en verdriet.

We waren met 6, nu nog met 3. Mijn ouders waren al vroeg gescheiden, mijn ma is in 2004 plots overleden, mijn oudste broer verongelukte toen ik 17 was en mijn zus overleed op haar 26.

Dat zij er niet meer zijn laat zich al eens duidelijk voelen, vooral op familiedagen, zoals vandaag.

Ik hoorde door te telefoon de gezelligheid van een gezin dat vaderdag viert en kon het echt zó voelen hoe het zou kunnen geweest zijn mocht ons gezin nog compleet zijn.

Met mijn 2 broers en zus gezellig samen eten maken of de BBQ aansteken, honderduit kletsen over vanalles en nog wat, onze kinderen samen zien ravotten in de tuin,…

Het gevoel van leegte en eenzaamheid is enorm vandaag.

Ook de voordelen van single zijn ontgaan mij vandaag volledig.

Smurf is bij zijn papa en zal iets moois gemaakt hebben voor zijn vaderdag. Het zal er gezellig aan toe gaan. De papa van smurf en zijn vriendin zullen op hun beurt ook hun eigen vaders in de bloemetjes zetten.

Overal voel ik familiale gezelligheid terwijl ik mij in mijn eentje wentel in zelfmedelijden.

Ocharme ik, wat ben ik toch een triestige plant, zo heel alleen en nowhere to go.

Hip hip, zielige kip.

Dat het maar rap morgen is, dan is alles weer normaal. Dan is smurf bij mij en kan ik me weer volop op hem concentreren.


Shiny happy ikke

7 juni 2008

Als er nu 1 liedje is waar ik altijd heel happy van word dan is het dit


Hard labeur in ‘t interieur

4 juni 2008

Deze middag zat ik wat te lezen, zoals ik al eens meer doe op mijn vrije dag, maar ik kon me maar moeilijk concentreren.

Ik voelde een ondefinieerbare onrust in mijn lijf. Na een paar pagina’s te hebben gelezen kon ik me niet meer herinneren waarover het ging.

Hm, dit wordt niks”, dacht ik, vouwde de Humo dicht en zwierde hem met een welgemikte gooi op de salontafel.

Toen ik anderhalf jaar geleden dit appartement betrok had ik alle meubilair zo deftig mogelijk in de ruimte ingepast. Toch heb ik die hele tijd een wazig dit-is-maar-voorlopig-gevoel gehad. Dat gevoel stoorde me de laatste tijd meer en meer. Call me gerust a weirdo maar ik ben nogal gevoelig voor dat soort dingen. Dat was die onrust die ik voelde.

Achterover hangend in de zetel liet ik mijn ogen over het interieur glijden. Ik ging langzaam alle muren af, bekeek de meubels alsof ik in een showroom stond, nam alle details in me op en ineens, als op commando, veerde ik recht.

Ik zette de radio aan, gaf een flinke draai aan de volumeknop, veegde de huiskater liefdevol de deur uit en ging met een ongeziene drive aan de slag.

Al even gedreven als een professionele interieurverzorgster maakte ik de kasten leeg om ze makkelijk te kunnen verplaatsen. De TV-kast schoof ik een heel eind op. De 3-, 2- en 1-zit en de salontafel versleepte ik van het midden van de living naar de rechterhoek.

De glazenkast, die eerder in die hoek stond, kwam tegen de muur in de open keuken, smurf zijn rieten speelgoedkoffer kreeg een beter bereikbare plaats en de stereoketen vloog met boxen en al tegen de tegenoverliggende muur.

Het zag er al heel wat beter uit maar toch voelde het ergens nog niet helemaal goed. Mijn oog viel op de donkerbruine grenen buffetkast in de keuken.

Die moest hier ook maar eens verdwijnen”, dacht ik, me herinnerend dat dat nog een overblijfsel is uit een vorige leven.

De grote tafel met 6 stoelen, de lange commode, de glazenkast, de TV-kast en de salontafel zijn 1 geheel, vervaardigd uit bleke kerselaar gecombineerd met gezandstraald glas. Die complete meubelset schafte ik me aan toen ik alleen ging wonen na de scheiding. Alles vormt 1 mooi geheel, zelfs het hoekbureau dat ik me onlangs op e-bay aanschafte heeft dezelfde bleke kleur.

Het was duidelijk, die ene donkerbruine kast stoorde en moest verdwijnen.

Hoe gerieflijk ze ook was in de keuken, ik verplaatste de kast naar de slaapkamer, waar ze nu perfect samenpast bij de rest van de grenen Ikeastukken.

Nu is het helemaal zoals het moet. Alles is in evenwicht. Het salon staat perfect in die hoek. Het oogt en voelt knus en gezellig, precies zoals ik het wou.

De tekeningen van schoonzus aan de muur, de kussens in de zetels, de decoratieve placemats op de commode, de theelichthoudertjes en het tapijtje onder de salontafel passen zorgen voor de gepaste bordeaux kleuraccenten: de finishing touch.

Tijdens het sleuren en zeulen en moven en grooven heb ik alles ook ineens grondig gepoetst. Alles blinkt en ruikt hier heerlijk lavendelfris.

Ik was nooit zover geraakt, had ik mezelf niet nuttig gemaakt.


Ellendige maandag

2 juni 2008

Ben ik alleen of zijn er nog die vinden dat het vandaag een rotweer was?
Zo’n kleverige hitte zou verboden moeten worden!
Vanwaar komt die hoge humidity? Joost mag het weten.
Waar woont Joost? Zou hij thuis zijn?
Ach, ik wil het niet weten, ik kan er toch niks aan veranderen. Ik hoef geen saaie uiteenzetting over de oorsprong van de klimatologische vochtigheid die ons vandaag te beurt is gevallen en mocht ik het later alsnog willen weten dan snor ik het wel op via tinternet.
Of bel ik 1207 en vraag het nummer van Joost.

Wegens werkzaamheden lag de electriciteit volledig plat op het werk, en dit gedurende een uur of 3.
De airco in het kantoor noch het ventilateurke op mijn bureau konden daardoor niet voor de levensnoodzakelijke afkoeling zorgen. Dat hebben mijn collega’s geweten. Ik heb een half oerwoud doorgezaagd, vrees ik.
Mijn gezaag was niet alleen omdat het vreselijk warm was in ons kantoor, maar vooral omdat een paar pipo’s het lumineuse idee hadden om ons aan een vreselijke bezigheidstherapie te onderwerpen.

Wegens het nog niet klaar zijn van het depot staat er zo’n 4 boekjaren aan archief in ons kantoor. Alle kasten puilen uit van de mappen, de grond ligt bezaaid met honderden classeurs en er staan her en der stapels reeds gevulde dozen.
“Nu we toch niet kunnen werken is dit een ideaal moment om dat karweitje op te knappen, is’t niet?”

“Neen, ‘t is niet! Dit is niét het ideale moment!! Een woénsdag in de wínter is een ideaal moment!
Niet vandaag! Niet op een maandag! Niet nu het verdomme 30 graden is hierbinnen!”

Mijn argument kaatste via de mappen en stapels dozen regelrecht terug in mijn gezicht.
Ik kookte. Wat celciusgewijs voor nog meer verhitting zorgde.
Mensenlief, snakte ik mij daar geweldig naar een bakje troost! Ne koffie! Ne straffen graag!
Maar ook dat kon ik op mijn buik schrijven want zonder electriciteit krijg je een koffiezet ook niet aan de praat.
“Heeft dat spul geen batterijen of wa?!”

Solidair als ik ben en ook een beetje veel omdat ik er niet tussenuit kon begon ik dan ook maar dapper aan die ellendige ergo.
Grote dozen werden uit de loods naar boven gezeuld om ze met een gezwinde handigheid open te vouwen en te verstevigen met van die kletterende bruine tape.
Honderden mappen werden van de ene kant naar de andere kant van het kantoor versleurd om ze per 10 stuks in een doos te droppen, de doos met een ruk dicht te vouwen en toe te plakken met nog meer van die oorverdovende klettertape. Dan nog duidelijk en nauwkeurig de inhoud per doos noteren op een blaadje, de doos volkribbelen met de nodige info en dan maar stapelen per land en per boekjaar.
Je had ons bezig moeten zien.

Het werd er daar niet koeler op. Na een uur stonden we allemaal in ons sop.
Sommigen begonnen stilaan ook door te hebben dat hét ideale moment om te archiveren toch niet op een snikhete electriciteitsloze maandag valt.

3 uur en veel verloren zweetvocht later sprong eindelijk de electriciteit terug aan.
Ik ben me nog nooit zo bewust geweest van de genialiteit van electriciteit als vandaag, maandag 2 juni 2008.
In lichte looppas begaf ik mij naar de bedieningsbakjes van de airco’s, zette ze aan en ging er minutenlang onderstaan. Ook mijn ventilateurke kreeg een dreun op de aan-knop. Draaien makker, komaan, draaien!!
Eindelijk! Koelte. Lucht. Zuurstof.
Dagen als deze moeten zich niet te dikwijls herhalen.

Zeg, maar waar blijft dat beloofde onweer eigenlijk? Meer dan een halve druppel regen, een paar magnifieke bliksemschichten en een onnozel donderklopje heb ik nog niet waargenomen.

Hopelijk breekt de hel vanavond los, zo tegen een uur of 11, als ik ga slapen.
Je hebt er geen idee van hoe ik ernaar uitkijk om een heftige wind te voelen razen, hevige regen of hagelbolletjes op het dak te horen kletteren, mijn kamer te zien oplichten door de bliksem en non-stop donderslagen te horen knallen.

Krijgt deze ellendige maandag-van-mijn-voeten toch nog een mooi einde?


Nieuw estafettestokje

27 mei 2008

Mijn hoofd zit alweer boordevol grandioze ideeën, beklijvende verhalen en straffe anekdotes. Ik val bijna om van de inspiratie. Pagina’s vol zou ik kunnen vullen met aan perfectie grenzende prachtzinnen, mooi op elkaar afgestemde alinea’s en zachtscherpe zinsneden en ik zou ze allemaal formuleren met een woordenschat om U tegen te zeggen.

Edoch, ik ga dat niet doe. Mijn stapel verbazingwekkende en wondermooie schrijfsels zal ik wel een andere keer op u loslaten, het ontbreekt mij tevens op dit moment aan de goesting om zelf iets prijs te geven.

Waar ik wel veel goesting in heb is in een beker goeie straffe Senseo maar al evenzeer heb ik zin in een spiksplinternieuw estafettehoutje.

Nu zat ik zo te denken; ik zou hier kunnen zitten wachten tot ik zo’n balkje tegen mijn achterhoofd gesmeten krijg, maar ik zou al even goed zelf zo’n rondedans op gang kunnen trekken.

Wat denkt u ervan? Zal ik?

Ook op jouw antwoord ga ik niet zitten wachten, so sorry.

Bij deze lanceer ik een onderwerp waarover iedereen wel iets te vertellen zal hebben, al heb ik kennis van minstens 1 uitzondering die deze regel bevestigt.

Wanneer, waar en hoe heb jij je (huidige/ex-) partner gestrikt?”

Zeg zelf, toch wel een uiterst interessant onderwerp voor een bundel aan mooie, sterke, ontroerende of originele verhalen, niet?

Spreek mij niet tegen!

Pas op, ik weiger hiervoor met de eer te gaan lopen want alweer ben ik de voorzet bij een ander gaan jatten om hem zonder pardon op mijn eigen blog binnen te sjotten.

Alle eer gaat naar Zapnimf, omdat dit schrijfsel aan de bron ligt van dit alles.

Jij verdient hiervoor de pluimen Zapje, ik wil ze zelfs persoonlijk in uw gat komen steken.

Omdat de bedoeling van een stokje steunt op het doorgeven ervan vraag ik bij deze heel lief en vriendelijk aan Elke , Tantieris en Beo om het balkje op te vangen.

Voel u niet verplicht, u hebt alle recht om uw privésfeer binnenshuis te houden.


Food for thoughts

25 mei 2008

Deze voormiddag had ik een serieus gesprek met een goeie vriendin.

Ze polste naar mijn gemoed en vroeg me oprecht geïnteresseerd hoe het mij verging zo in mijn eentje, zonder partner.

Er ontstond een open en eerlijke conversatie over haar leven en het mijne, over onze verwachtingen die we vroeger hadden en wat daarvan verworden is, over huwelijk, relaties en pro’s en contra’s daaromtrent.

Ik: ”Och, weete, ik bennekik content, ik heb alles meegemaakt: verliefd, verloofd, getrouwd en gescheiden. De cirkel is schoon rond hé nu.”

Zij: “Die oppervlakkige zelfspot camoufleert veel”.

Ik knikte half bevestigend en bracht het gesprek naar de jaren toen we nog jong en verlegen waren, en onnozel. We hadden het over onze verliefdheden van toen, over onze kleine pijntjes en grote verdrietjes en hoe belachelijk dat eigenlijk toch allemaal was.

Het gesprek bouwde zich verder op en bracht me tot de conclusie dat mijn kindertijd en jeugd een harde tijd was, die ik liever had overgeslagen, maar dat mijn leven nadien een grote wending had genomen en dat de jaren erna waren verlopen zoals ik altijd had gehoopt.

Ik had een toffe job, ik werd verliefd, ging samenwonen, schreef “Ja” op de gips rond mijn lief zijn been, waarop hij de vraag had geformuleerd of ik wilde trouwen, we kochten een huis, smeedden grote renovatieplannen…we beleefde heel fijne jaren samen en om het plaatje helemaal af te maken zorgde de verliefdheid op mijn man en de huishouding van mijn hormonen ervoor dat er zich een ontembaar verlangen naar een kind in mijn lijf en hoofd nestelde. Pas 11 slopende maanden later wierp het vele oefenen zijn vruchten af en 9 maanden later vervoegde smurf ons leven. De kink in de kabel, in de vorm van een joekel van een postnatale depressie - waarvoor dank, Moeder Natuur, gij se trut! - maakte van mij een wrak en uiteindelijk een einde aan ons huwelijk. (er zijn nog wel een aantal dingen gebeurd die ons verder uiteen hebben gedreven, zoals een misval, veel verdriet en onbegrip daarrond, maar daar ga ik nu niet verder op in of ik ben morgen nog aan ‘t schijven)

Dat leventje van weleer en de gebeurtenissen daarrond zitten voor een deeltje nog in het vakje “Herinneringen” , doch stilaan sijpelen ze binnen in de “Full Closure”-schuif die ik binnenkort op slot doe en nooit meer openmaak.

Zo kwam mijn vriendin bij de vraag of ik open stond voor een nieuwe relatie en hoe ik daar tegenover sta. Die kwellende heerlijkheid van vlinders in de buik zou ik wel nog eens willen voelen (dat gevoel zou ieder mens wel nog eens willen ervaren, geloof ik), doch een vaste relatie hoeft niet echt. Temeer omdat ik nu weet dat ik een beetje anders ben dan de doorsnee mens. Indertijd wisten we gewoon dat ik nogal rap overprikkeld en moe geraakte en veel nood had aan rust en stilte en alleen zijn, maar dat had toen nog geen naam. Ik was gewoon soms een moeilijk mens.

Na veel onderzoeken weet ik nu pas dat ik een HSP ben. Enkel mijn zoontje, mijn naaste familie en 1 enkele vriendin (nu 2) weten hoe HSP mijn leven dirigeert en wat dat betekent in mijn dagelijkse leven. Niemand heeft er last van, behalve zij die met mij moeten leven en dat is enkel smurf, over andere week.

Ik zeg dus concluderend: “Om een nieuwe relatie aan te gaan zou mijn partner met mijn kuren dat deel van mijn karakter moeten omkunnen en dat is maar weinigen gegeven, dus nee, ik ben beter af alleen, dan hoef ik niemand tot last te zijn.”

Mijn vriendin schudt het hoofd, ik knik.

Zo rondden we af, een dikke 3 uur later.

‘t Was een diepe, gezonde en (h)eerlijke babbel, zo op een zondagvoormiddag. Ongepland maar zoetjes deugddoend.


Weekendplannen

23 mei 2008

Er zijn zo van die vrijdagen dat je jezelf afvraagt waarmee je je weekend zoal zou kunnen opvullen.

Alhoewel plannen maken geen alledaagse hobby is van mij had ik vanochtend toch zo’n ingeving en vroeg ik me luidop af: “awel soepkieken, wat denk je vandaag en de rest van het weekend uit te vreten?”

Ik beantwoordde mijn eigen vraag al even luidop met: “ik ben single en smurf is bij zijn papa, de voorstellen en ideeën zullen dus echt van mij zelf moeten komen zeker? Welaan dan…”

Ik begon na te denken en alle mogelijke opties af te gaan.

Wat ik vandaag zou doen, dat wist ik ongeveer al een beetje. Tussen 9u00 en 17u30 zou ik gaan werken. Na het werk zou ik naar huis rijden, Pixie de poes eten geven, zelf een brokje eten, de afwas van gisteren uit de weg helpen, een beetje bloggen, naar die film kijken waarvan ik gisteren een voorstukje heb gezien en waarvan ik dacht: “tiens, dat lijkt me wel een goeie”, mij van in de zetel naar mijn bed slepen, erin kruipen en mezelf een welverdiende nachtrust gunnen. Vandaag zat dus al snor.

En morgen? Dan is’t zaterdag. Wat kan je doen op zaterdag, zo in je eentje? Eerst uitslapen, dat is al zeker. Oja, en ik moet zeker en vast naar een huishoudtoestellenwinkel om een hairstraightener. Of hoe noemt zo’n ding om weerbarstige krullen plat te strijken. De kapster had me de aanschaf van zo’n ding aanbevolen zodat ik mijn zomercoupeke zelf in model kan houden. Ik ben een brave en ga doen wat ze zegt. In zo’n winkel zal ik wel een tijdje zoet zijn, ik doe dat graag, zo naar al die toestellen staan kijken, er eens aankomen of eens vastpakken. Prutsen. Tegen dat ik daar buiten kom zal het wel al een stukje in de namiddag zijn. Misschien ben ik tegen dan alweer moe. Eens terug thuis zie ik mezelf wel indommelen tijdens het lezen van de Humo, ik ken mezelf. Als ik wakker word zou ik dan nog wat kunnen bloggen, wat TV kijken, de poes ambeteren of wat rommelen in huis.

Overmorgen is het dan zondag. Zondag rustdag. Uitboldag. Al vraag ik me af waarvan ik zou moeten uitbollen, maar soit. Op zondag gaat alles altijd heel erg traag bij mij. Nog trager dan anders, kan je nagaan. Ergens voel ik een soort goesting om bij mijn broer langs te gaan. Mijn broer heeft een prachtige zelfaangelegde vijver in zijn tuin, met een borrelend watervalletje, een brugje eroverheen en heel veel groen errond. Zalig vind ik het om mij aan de rand van de vijver af te kappen en de vissen uit mijn hand te laten eten. Het zijn tamme vissen, ik denk dat mijn broer met hen praat of zo.

Ok, vastgelegd. Zondag ga ik in de tuin van mijn broer de toerist uithangen. En mocht het regenen dan zet ik mij wel in zijn serre om naar de vijver te staren. En eet ik al zijn zelfgekweekte vleestomaten op.

“Toch wel eens plezant om een idee te hebben over de indeling van je dagen” dacht ik vanochtend, en met een glimlach rond mijn veel te smalle lippen reed ik op ’t gemakje de E40 op, richting Brussel.

Als per toeval keek ik even op de digitale autoklok en las: 08:55. Waddefock! Klein beetje te laat vertrokken precies. Gelukkig was er geen file, ik kon vlotjes de 145 km/uur aanhouden en kwam iets over 9 op het werk aan.

Ik groette mijn collega’s met een welgemeende “kuud meurnink”, startte mijn PC op, goot me een volle bak verse koffie in en installeerde me aan mijn bureau.

Microsoft Outlook. Klik. Open. Tussen een hele resem werkgerelateerde mails viel mijn rechteroog op een mailtje van een vriend, getiteld “Verjaardagsdrink!”, verzonden op donderdag 22 mei 08. Gisteren dus. Met een tik op de muis brak ik de mail open en las: “Wie morgen (vrijdag 23/05) nog geen plannen heeft is welkom op mijn verjaardagsdrink voor mijn 29e verjaardag in café “the bottle” vanaf 21.30u. Sorry dat dit bericht zo laat komt: mea culpa!”

Wie geen plannen heeft…Ik heb verdekke vanochtend zo verschrikkelijk plannen liggen maken!

Maar die plannen zijn inmiddels verschoven naar later, wanneer de neiging om een weekend te plannen me nog eens overvalt.

Vanavond ga ik op café gaan hangen, ik heb er zin in. R. verjaart en dat zal hij geweten hebben. Drie dikke kussen en daarna kan hij ze kussen. Ik ga me amuseren, want als ik zie naar wie hij die mail allemaal heeft verstuurd acht ik de kans groot dat er vanavond in ons stamcafé, een donkerbruine kroeg in het dorp, wel eens wat volk zou kunnen zijn en dat het wel eens een heel klein beetje plezant zou kunnen worden. En laat. Heel laat. Of vroeg.

Hoe hevig de ambiance zal zijn kan ik natuurlijk niet voorspellen maar ik weet wel al 100% zeker dat ik na dit avondje/nachtje pintelieren de rest van het weekend zal nodig hebben om te recupereren revalideren.


Zomercoupe

21 mei 2008

Vanochtend bij de kapper geweest. De laatste lange lokken zijn eraf.

‘t Schijnt dat een mens die de veertig nadert zichzelf al eens een ander gedaante aanmeet.

Dat zou kunnen kloppen, gezien de drang de laatste weken heel groot werd om mijn look eens te veranderen.

Mijn haar is altijd lang geweest, letterlijk tot op mijn gat. Lange rode lokken, lichtjes krullend van nature.Eigenlijk wel mooi, vooral als het pas gewassen was en los over mijn schouders en rug hing.

Een hele tijd geleden al heb ik er de eerste schaar in laten zetten. Zomaar, ik wou dat.  Normaliter maak je een afspraak bij de kapper in de buurt maar ik was op het moment dat ik het zot in mijn kop kreeg toevallig op reis in Le Touquet, en stapte gezwind en zonder aarzelen de eerste de beste coiffeur-zonder-afspraak binnen.   In mijn meest onnozele Frans vroeg ik “un peu plus court s’il vous plait”.  De brave man begrijp mij, wellicht door de bijhorende gebaren die ik maakte. Toen ging er al een groot stuk af.

Dag lange manen, het ga je goed.

En vandaag dus ging ik -op afspraak- naar de kapper in de buurt.

“Hoe wil je’t hebben Margo?” vroeg ze.

“Alles eraf, Barbara!”

“Huh?!”

“Pak je tondeuse en zjoef over mijn kop, ‘k moet al dat haar niemeer hebben, ik ben het beu”

“Euh…Margo, kind, zoude da nu wel doen, da gaat op niks trekken”

“Eraf, zeg ik, en snel een beetje. Dat haar hangt hier al jaren te hangen, dat moet maar eens gedaan zijn”

“Maar Margo, dat kan je nu toch niet…”

“Barbara, kind, ik ben aan ‘t zeveren”

Na de was- en hoofdmassagebeurt kon ik plaatsnemen op de kappersstoel.  Met een heerlijk kopje koffie in de hand probeerde ik haar duidelijk te maken wat mijn verwachtingen waren.

“Er mag een goed stuk af, goed opsnijden en heel erg uitdunnen. ‘k Zou graag hebben dat het er een beetje speels en jeugdig uitziet, mocht dat nog lukken op mijn gevorderde leeftijd”

“Jij hebt het ideale haar voor elke kapper. Dik en stevig, van een heel goeie kwaliteit. En ‘t golft een beetje uit zichzelf, da’s ook plezant om mee te werken. Speels en jeugdig, da’s zó gepiept”

Een dik half uur knip-, brush- en droogwerk later zie ik hoe ze de haarplukken, die ze zonet van mijn lijf heeft gescheiden, bijeenveegt.

“Er is een schoon pak afgekomen hoor. Zie nekeer, wa nen hoop. Geen spijt?”

“Spijt? Moi? Maar nee gij, binnenkort is dat daar weer allemaal bijgegroeid, mijn haar groeit nog rapper dan onkruid”

Met een nieuwe look en een voldane glimlach stap ik de zaak buiten, klaar voor de voortzetting van mijn vrije dag.

Dus nu zit ik hier, met een frisgekapte speelse jeugdige zomercoupe. Ik vind het perfect geslaagd. Het geeft mij zo een beetje meer een vrouwelijke look, heb ik de indruk. ‘t Staat mij, al zeg ik het zelf.

Ik stap eind dit jaar op tram 4, als ik meemag. Zou dat daar echt iets mee te maken hebben?


De wereld is klein

19 mei 2008

Ergens vorige week had ik me een profiel aangemaakt op een datingsite.

Ik had redelijk veel tijd gestoken in de aan- en opmaak ervan, had er 3 foto’s ingezet en alles en guess what: dat profiel is verdwenen.

Ineens, zomaar, weg, foetsie. Net als sommige schrijfsels hier op mijn blog.

We zijn nu met enkele IT’ers en administrators een piste aan ‘t volgen die ons naar de reden van dit verdwijnfenomeen zal leiden.

Ook dit schrijfsel zal na een tijd verdwijnen, je zal wel zien.

Maar da’s niks, dat bevestigt dan nog maar eens dat we op het juiste spoor zitten.

Enfin, hierover ga ik niet verder neuten.

Bij deze herhaal ik nog eens een postje van eerder, welke in menig feedreader nog wel zal staan.

Voor wie het nog niet las, haast u, voordat het weg is.

Dus ik ga naar die datingsite en ik was nog geen minuut aangelogd om mijn fanmail te bekijken of ik kreeg al een pop-up. In no time waren die man en ik aan het converseren geslagen, het klikte en het ging vlotjes over vanalles en nog wat. Tussen de pop-ups door bekeek ik zijn profiel en las dat hij in T. Woont, de gemeente waar ik werk.

Zeg, ik zie dat ge van T. Zijt”

Ja, dat klopt”

Ik ben daar toevallig elke dag van de week, zo goed als”

Serieus?”

Yep, ik werk daar”

Waar?”

Daar”

Aaaah, daar, ik ken dat daar goed genoeg”

Hoezo?”

Awel, ik ben daar jaren geleden de zonnewering komen repareren”

‘t Is nie waar zeker?”

Toet (is “jawel” in ons dialect), er was daar een madammeken die iets te veel met het bedieningsknopje had geprutst en op den duur heeft ze de boel helemaal kapot gekregen. Ik ben dat daar dan moeten komen herstellen”

Oei”

Wat”

Euhm…”

Wat is’t?”

Ik vrees dat ik dat madammeken ben. Ik pruts altijd aan vanalles, ook aan knoppekes. Maar weete wat dat was? Ik wou dat ene deel van de zonnewering naar beneden laten en het andere deel naar boven houden, maar dat ging niet”

‘t Zal wel zijn dat dat niet ging, dat is daar niet op voorzien. Die twee delen werken niet afzonderlijk, vandaar dat dat maar 1 bedieningsknopje heeft hé, madammeke”

Jamaar, dat was mij al eens gelukt hoor, om die 2 apart omhoog en omlaag te krijgen”

Ja, dat zal dan wel al ontregeld geweest zijn”

Mja, dat zal dan wel want ineens is dat spul beginnen blokkeren en moest ik de leverancier bellen om een technieker te sturen om dat te komen repareren”

LOL. Aja, ik ben geweest hé”

Lacht nie jong!”

Dus eigenlijk kennen we elkaar al, komt dat tegen. Straf hé?”

Jaja, straf. En je eerste indruk van mij zal al even straf zijn. Een klungelkieken dat erin slaagt om alles wat in haar handen komt kapot te krijgen”

Neenee, een madammeke die techniekers werk en loon verschaft. Waarvoor dank trouwens”

Euh…graag gedaan…denk ik….als ik nog eens iets voor u kan doen…”


Ukekele

18 mei 2008

Gisteren een fijne avond gehad, samen met smurf.

Met een kliekje vrienden gingen we naar Het Ukulogisch Museum.

Het is geen echt museum waar je naartoe moet om dingen te gaan bekijken, maar een rondreizend trio dat de ukulele, de kleinste telg van de gitarenfamilie, op een ludieke en grappige wijze demonstreert en bespeelt.

Eén van de drie conservatoren zal je wel kennen: Jan De Smet, bekend van De Nieuwe Snaar. Zijn 2 companen zijn Peter Van Eyck en Luk Tegenbos.

De drie hebben reeds een enorm uitgebreide collectie (zelf-)gebouwde ukelele-varianten. De foto hierboven toont er al een paar.

Met al die instrumentjes gaan ze dan met veel enthousiasme aan de slag.

Tussen de liedjes door, welke ze prachtig brengen met veel mimiek en muzikaal vakmanschap, wordt de geschiedenis van de ukelele vertelt op een bijzonder grappige en soms hilarische manier.

Zo begonnen ze met het tonen vam een paar uitgestorven exemplaren zoals de Mummielele of de Bronzelele.

Mooi omkaderd met een grappige uitleg demonstreerden ze verder de Passe-vitelele, de Telelele, de Violele of de Dokalele en de siameselele (2 ukulele’s aan elkaar gezet), de DJ-lele (met ingebouwde platenspeler), de Assortilele (in exact dezelfde kleur van hun kostuum), de Chineselele (een geel geverfde) of de Gestolen-lele (een lege koffer). Het zijn er echt te veel om op te noemen.

Ik nam smurf mee want ik wist dat er nog kinderen zouden zijn en ik had een vermoeden dat hij het ook wel grappig en plezant zou vinden.

En ik heb goed gedacht. Hij vond het ferm. Vooral ook nadien, als het gedaan was.

Na het optreden bleven we met onze vrienden nog wat drinken terwijl het trio van het museum al hun instrumenten in koffers staken en hun museum opplooiden. Via de trap waar wij zaten brachten ze hun gerief naar hun camionette.

Smurf is een sociaal dier en begon al rap een praatje met die mannen. Behulpzaam als hij is moet hij hen gevraagd hebben of hij mocht helpen inladen. Ineens zie ik hem, geladen met de Stoelelele en de Contrabaselele op zijn rug, de trap afgaan. En plezier dat hij had, en fier dat hij met die 3 mannen mocht samenwerken. Ook de kinderen van mijn vrienden hielpen dragen en sleuren.

Nadat de kinderen het drietal had uitgewuifd liepen ze gillend naar ons toe met een kaart en een sticker in hun hand. Die hadden ze nog gauw van hen gekregen, gesigneerd en al.

“Voor Matthias, van Het UkuMu, van Jan De Smet, Peter Van Eyck en Luk Tegenbos”

Dit was voor klein en groot een zeer geslaagde avond, je mag gerust zijn.

‘t is ook voor jullie de moeite waard om eens mee te pikken als je kan.

Zeer te pruimen voor iedereen tussen 7 en 77 jaar.


Vier voor vijf

17 mei 2008

 Er staan zalige schrijfsels op menig blog in het teken van dit estafettestokje.

Zo las ik ook hier schitterende kindertijdanekdotes en liet me in het reactieluik ontvallen dat ik dat doorgeefhoutje misschien toch ook ooit wel eens zou wegrippen.

Als ik iets zeg, dan doe ik dat.

Dus ik grabbelde zonder dat iemand me zag dat stokje weg en bracht het als een dief in de nacht mee naar mijn eigen nestje.

Et voila, we zijn er hier mee.

Jeugdherinneringen van vóór mijn vijfde verjaardag

Geen. Niks. Noppes. Nada. Nougabollen.

Hoe diep ik ook graaf in mijn grijze massa (nuja, massa…), er komt niks. Ik krijg een geweldig schoon zicht op een grote leegte, een blanco pagina, een onbeschreven blad.

Was ik er wel al voor mijn vijfde?

Ik heb wel wat flarden uit de tijd dat ik nog kind was maar hoe jong ik toen was dat is een open vraag waarop ik wel nooit een antwoord zal krijgen. Mijn ma zou me dat wel kunnen zeggen hebben, maar ik kan het haar helaas niet meer vragen. Mijn pa zal het mij ook niet exact kunnen zeggen vrees ik, die zou zich pijn doen en het horen kraken onder zijn spierwitte haren. Ik heb namelijk mijn geheugencapaciteiten van hem geërfd.

En toch wil ik die paar flarden die ik nog ken even bijeenschrapen, omdat het voor jullie is.

* Ik had nog 2 broers en een zus en wij hadden alle 4 de gewoonte om via de houten trapleuning van boven naar beneden te glijden (andersom zou niet gemakkelijk geweest zijn). Op een keer kwam ik als laatste achteraan mijn broer gegleden maar ik was nogal geweldig en knalde tegen hem aan. Hij vloog van de slag met zijn arm door het glas van de voordeur, die zich een eindje verder tegenover de trap bevond. Hoe dat verder afgelopen is dat weet ik niet meer maar ik heb zo’n donkergroen vermoeden dat mama en papa niet content geweest zullen zijn.

* Met ons vieren speelden we altijd buiten. Rondom ons huis waren verschillende weiden. Rechtover ons was er eentje met koeien en een kabbelend beekje, verderop eentje dat we “de indianenbergskes” noemden en daarnaast een weide waarop het paard van de buurjongen stond te grazen. Als John, de buur, zijn paard verzorgde en eten gaf mochten wij mee en mochten we het paard aaien en een wortel voeren en zo. Op een dag was mijn oudste broer over de draad gekropen en bij het paard gegaan. Hem kennende zal hij dat beest wel geambeteerd hebben. Met zijn volle paardengebit heeft die hengst een brok uit mijn broer zijn rug gehapt. Ik was er niet bij maar ik heb hem wel schreeuwend van de pijn en bloedend als een rund zien thuiskomen. Die gapende kloof staat me nog redelijk scherp voor ogen eigenlijk. Die plek is altijd een put gebleven in zijn rug.

* Mijn zus en ik hadden er een spelletje van gemaakt om altijd te racen tegen elkaar als de telefoon rinkelde. Wie het eerst de telefoon kon opnemen was gewonnen. Nogal simpel maar toch plezant. Op een dag rinkelt de telefoon en ik zie mijn zus haar aanloop nemen. Ik zette mij in vijfde vitesse en spurtte haar achterna, maar ik bleef met mijn mouwloos jeansvestje aan de klink van de livingdeur haken, verloor mijn evenwicht en beukte met mijn hand het glas van de grote wandkast aan diggelen. Ik was verloren maar had iets later wel 2 hechtingen in mijn hand.

* Mijn ouders hebben altijd een muziekgroepje gehad en als ze gingen optreden kwam er een babysit om op ons te passen.  Op een weekendavond was er geen oppas en moesten we onze plan een beetje trekken. Het duurde niet lang of mijn oudste broer en zus reden met hun velo bij kameraden. Mijn andere broer en ik bleven gezellig thuis en ineens komt broer met een pakje Belga filter aanzetten. Gevonden in de schuif. We hebben alle twee sigaretten zitten paffen, we waren zo high als een junkie met afkickverschijnselen. Ziek dat ik was. Ineens ging de deurbel. Door het raam zagen we de auto van tante en nonkel staan. In een mum van tijd stond ik met een luchtverfrisser uit de WC te spuiten en met mij armen te zwaaien om de doemp weg te krijgen. Ze kwamen eens kijken of alles in orde was met ons. Ma had hen gebeld om toch maar eens te checken, voor de zekerheid. Toen ze vroegen wat er zo stonk diste broer een verhaal op over de buur die was langsgeweest en iets met sigaretten en een spuitbus en stank wegkrijgen. Of ze daar 1 woord van geloofden, daar twijfel ik gigantisch aan, maar ze hebben het in ieder geval nooit aan mijn ouders verteld, waar ik hen bij deze eigenlijk eens zou willen voor bedanken.