Brrr, beetje frisjes

6 augustus 2008

Iedereen die mij kent zegt het en ’t is waar: ik ben een wintertype.  Alles boven de 25 graden is trop voor mij. Dan word ik loom en ambetant en begin ik te zagen. Zoals nu.

Laat mij doen, ‘t doet deugd, ik voel het.  Hier mag ik zagen, met hele bomen mag ik hier omleggen, geen mens kan mij dat verbieden.  ’t Is mijn blog, mijn terrein, mijn klaagmuur. Als ik goesting heb om een goei zaag te spannen, dan mag ik dat.

Zie mij hier nu zitten.  Als een onnozel kieken zit ik me af te reageren op mijn klavier, met een ventilator in mijn nek.  Als iemand nu zou zeggen: “maar mens toch, zaagt nie zo, zet een venster open!”, awel, dan zal ik daarop antwoorden: “Gast, bemoeit u nie!”.

Waarmee ik zou willen zeggen dat ik geen venster of deur kan/wil openzetten omdat ik daar mijn redenen voor heb.  Ten eerste: dan komen er ongewenste bizjekes binnenvliegen (wat me er doet aan denken dat ik eens werk moet maken van dat muggenraampacket dat ik me enkele maanden geleden heb aangeschaft in de Gamma) en ten tweede: ik wil niet dat Pixie de huiskater buiten glipt. Hij is net hersteld van een wreed accident, ik zou niet willen dat hij nog eens een deuk in een auto knalt met zijn kopje.

Nee, ik kan niet tegen warmte. Al mijn energie gaat naar het draaiende houden van mijn ingebouwde afkoelingsmechanisme en dat vreet een stuk uit mijn humeur.  Hebben jullie dat ook of moet ik mijn eigen eens dringend binnen doen voor een groot onderhoud?


Zalig weerzien

1 augustus 2008

Een sms’je: “Scott is in ‘t land. Logeert in B&B in Baardegem. Moet optreden op de Pikkeling en nog wat dinges. Moeten eens afspreken.”

Scott…euhm…Scott…Scott…ooooojaaaa, Scott! Nu rings it ineens a belleke.  Toch wat gestoord dat ik zo moest nadenken want ik ken niet zoveel Scotts. Een stuk of 1 maar eigenlijk, om precies te zijn.

We schrijven 1992.  Als overenthousiaste trommelaarster ging ik met een groep vendelzwaaiers mee naar Amerika om daar verschillende optredens ten berde te brengen op een folklorefestival in Murfreesboro, Tennessee.

Al gauw legden we daar contact met andere groepen, zo ook een lokale dansgroep, een bende toffe gasten, waaronder Scott en zijn broer Patrick.  We werden al gauw behoorlijk dikke vrienden met het gebroerte, dat waren echt 2 schatten van gasten, heel joviaal, very easy to be with en alles. 

Tussen de optredens door reed Scott met ons overal naartoe. Waar we allemaal gezeten hebben weet ik niet meer maar ik weet wel nog dat ik de Jack Daniels Distillery indrukwekkend vond. Ik heb nog een foto waarop ik met mijn vinger aan zo’n vat lig te prutsen. Dat spul was verschrikkelijk straf. Pure alcohol. En slecht. Slécht.  Ik weet ook nog dat we eens met onze hele groep in zijn appartement zijn binnengevallen en dat we daar pizza hebben gegeten, en chips en nootjes en dat hij ’s anderendaags serieus werk heeft gehad om zijn bleke vasttapijt proper te krijgen. 

De eerste dagen logeerden we bij verschillende gastgezinnen. Mijn lief en ik sliepen bij ongelooflijk lieve en gastvrije mensen, in een grote villa vol kitch; de familie Levis. Als ontbijt schotelden die ons chickenwings en patato chips en vettigheid voor. Ik lust dat allemaal wreed graag maar op uw nuchtere maag, om 8 uur ’s morgens, smaakt dat toch iets minder.  De laatste dagen sliepen we in the dorms. We zaten op kot, tegen de univ, en voelden ons allemaal heel intelligent. Jazekerst.

Een aantal jaren later is Scott met zijn broer al eens op bezoek geweest hier, maar toen heb ik hen niet gezien. Ik denk dat ik op huwelijksreis was. En nu was Scott dus weer voor een paar dagen hier, hij  dweilde met zijn dansgroep een paar folklorebedoeningen af (op dit moment zit hij ergens in Nederland op zo’n festival).

Na wat over en weer getelefoneer spraken we met een kliekje af om naar het Criterium in Aalst te gaan om daar Scott te ontmoeten.  Wielrennen en zo, dat zegt me niet veel maar we dachten; als er daar vorig jaar 50000 man was zal daar wel wat ambiance zijn zeker (bleek later dat het er 70000 waren dit jaar).  Terwijl de massa uitzinnig schreeuwde naar de voorbijzoevende renners (vooral naar die 3 profs van in de Tour de France) schreeuwden wij naar de motors die voorreden. De toenmalige voorzitter van onze vendelgroep is een zwaantje (brave gemotoriseerde politiemeneer) bij het korps van Aalst en moest het hele criterium voorrijden. Ik was zijn vrouw gaan ophalen en hij zou zich na afloop bij ons vervoegen.

Ik had Scott tevoren al opgebeld om af te spreken. Hij was zo content dat hij ons ging terugzien, niet te doen, zo onnozel als een klein kind was hij. Ik wacht nu vol ongeduld op mijn Proximusfactuur want blijkbaar heb ik een dikke 15 minuten naar de joenaajtedteets gebeld, naar Scott zijn GSM. Tsss.

Om 21 uur arriveerde Scott in Aalst, samen met nog een gast uit zijn groepje, Chad.  Goh goh, wat een knappe kerel. Chad woont ook in Nashville en stond als snotneus van een jaar of 12 tussen de toeschouwers toen wij in Amerika waren. Later kwam hij bij de dansgroep van Scott en kijk, nu was hij hier.

Het weerzien met Scott was geweldig! Hele hopen kusjes en knuffels zijn er uitgewisseld. Het was super om hem na zovele jaren terug te zien. Hij is nog geen scheet veranderd, behalve die extra 20 kilo chickenwings dan. Tot in de vroege uurtjes hebben we terrasjes gedaan, gedronken, herinneringen opgehaald, een discussie gevoerd over French fries die hij verdekke eindelijk eens Belgian fries moet gaan noemen!, we hebben gelachen en gezeverd, het was ongelooflijk plezant.

Chad had het ook geweldig naar zijn zin. Die had er een sport van gemaakt om alle bieren eens te proeven. Eentje van elk. Hij hield een lijstje bij met de namen van de bieren die hij allemaal al achterover had gegoten, en ik kan u zeggen; ‘t was de moeite. Als je weet dat ze 2 dagen voordien een nachtje hadden doorgedaan op de Gentse Feesten… ‘t Schijnt dat ze allebei zo teut waren dat ze niet meer wisten van welk land ze waren. Ook Scott was helemaal van de wereld, die lust geen bier en had zich op alle jeneverkoten geschoten.  Kan je nagaan.

Om 4 uur zijn zijn we moe maar voldaan en overgelukkig met het weerzien huiswaarts gekeerd.  ’s Anderendaags hebben we nog een kaas- en wijnavond geforceerd, waar Chad nog een Witkap, een Vedette en een Orval aan zijn lijstje toevoegde.  

Scott staat erop dat we volgend jaar met ons kliekje naar Tennessee teruggaan. He doesn’t take no for an answer.

We hebben afgesproken dat we binnenkort allemaal gaan samenkomen om dat verder te bespreken.

America, here we come! Allez, straks, in 2009. If all goes well.


Aanhangseltje

17 juli 2008

Dit is een aanhangseltje met betrekking op mijn vorige post ”Het loopt allemaal op wieltjes”. 

Als ik sommige reacties lees heb ik de indruk dat er een algemene veronderstelling heerst dat ik dit stukje heb geschreven in een voze opwelling, in een vlaag van somberheid.

Sta me toe dit even recht te zetten, gewoon, ter verduidelijking, om misverstanden te voorkomen.

Dat postje is niet iets wat ik gisteren rap-rap heb neergepoot. Het is maar een deeltje, een algemene samenvatting van een groot geheel. Het is een werkstukje over míjn visie, gebaseerd op eigen ervaringen en wat ik rondom mij zie en hoor. Zo nu en dan schrijf ik er stukjes bij: dingen die me opgevallen zijn of die me ineens te binnen schieten. De volledige beschouwing tot nu toe telt reeds vele bladzijden, met heel wat details en concrete ui-het-leven-gegrepen-voorbeelden.

Tja, ik ben nu eenmaal een denker en een observator, en ook een beetje een schrijver schrijfster. Al wat in mijn hoofd kruipt schrijf ik eruit.

Ook al klinkt het allemaal misschien zwaarmoedig, het is geenszins een reflectie van mijn algemene gemoedstoestand. Ik ben verre van een verbitterde of getormenteerde vrouw. Ik leef niet in vrees voor de toekomst en ik ben niet kwaad op de maatschappij.

Wat ik eigenlijk wou zeggen: ik had er gisteren gewoon zin in om het er eens over te hebben, omdat het ieder van ons aanbelangt (en bezighoudt). 

Is het geen uiterst interessant gegeven en heerlijk levend onderwerp? Ik ben razend benieuwd naar andermans mening en ervaring.


Het loopt allemaal op wieltjes

16 juli 2008

Het is zoals met alles, ook relaties kan en mag je niet over één en dezelfde kam scheren.  Toch kan je niet ontkennen dat er vele koppels uiteengaan zodra er een kind is.  Kijk gewoon eens rond in je omgeving, daar zijn echt geen statistieken voor nodig.

Het kind op zich is uiteraard niet de oorzaak, dat zou nogal grof zijn.  Het is alles eromheen. De impact, zoals ik het noem.

Al ben je nog zo’n fijn koppel, al is de fundering uitstekend en stabiel, ook al is de liefde voor elkaar groot, en het respect en al die andere zaken die een relatie hecht maken, toch komt al dat moois in het gedrang van het moment dat je niet langer met z’n twee bent.

Vooral de beginjaren met een baby en peuter zijn moeilijk, voor ieder koppel.  Wie beweert dat de babytijd een heerlijke tijd is, die raaskalt en is niet eerlijk met zichzelf.  Er zijn heerlijke moménten, dat klopt, als de baby slaapt bijvoorbeeld of als hij aan de borst ligt of zijn papje gretig leegtuttert. Dat zijn prachtige momenten waar je als ouder van geniet.

Maar die momenten worden steevalst verdrongen wanneer baby je ’s nachts 5 keer wakkerkrijst en overdag ook voortdurend om aandacht schreeuwt.  Hoe heerlijk vind je dat?  Je bent gewoon óp en leeg op ‘t eind van de dag.  En dan ga je lekker slapen want je hebt je nachtrust o zo nodig maar alweer wordt die 5 keer verstoord door baby’s vraag om eten.  En zo gaat dat door, en door, en door.

Rozegeur en maneschijn? Tarara. Wees gewoon eerlijk en geef toe dat je babylief op een gegeven moment wel eens tegen de muur zou kunnen keilen. 

De papa’s gaan doorgaans gewoon verder met al hun bezigheden. Hun leven staat niet zo heel erg op z’n kop.  Een baby is een surplus, een verrijking, een ongelooflijk vertederende ervaring.  Na drie dagen gaat hij terug aan het werk, komt thuis en kijkt vertederd naar zijn bloedje. Ooooh, wat lief toch. En zo lekker ruiken en mooie kleertjes aan…

Pas op, ik wil absoluut niet beweren dat de papa geen steun kan zijn, ook hier wil ik niet veralgemenen. Er zijn ook mannen die dat zogende en zorgende van nature in zich hebben.  Maar hoe je het ook draait of keert, doorgaans heeft moeder de vrouw het het zwaarst te verduren, zij offert veel van zichzelf op.  Niet tegen haar zin, ze zorgt gráág voor de baby, laat dat duidelijk zijn. Meestal toch. Dat zijn de hormonen die dat moederinstinct sturen. Dat kleine mensje heeft immers 9 maanden in haar lichaam vertoefd, het is daar gegroeid van een dode fractie van een millimeter tot een gemiddeld 50 centimeter groot mensje met alles erop en eraan.

Niet alleen de hormonen drijven de mama om baby te verzorgen, het is ook haar táák. Ze krijgt immers 3 volle maanden de gelegenheid om fulltime te doen wat er van haar wordt verwacht.

Wat houden die verwachtingen in?   Zorgen dat het huis proper is, dat er lekker eten op tafel komt, dat de was en de plas en de strijk gedaan is én dat baby op tijd verschoond, verzorgd en gevoed is.  Als je weet dat de hormonen na de bevalling nog maanden nawerken voordat ze terug op hun plaats zitten, kan je misschien inbeelden dat dat allemaal niet evident is.

Maar het is zo geregeld en je moet als vrouw doen wat je moet doen. Vanaf je geboorte als vrouw heb je het al vlaggen, je functies en programma liggen al vast. Je weet wat van jou verwacht wordt, je ziet het van je eigen moeder. Haar taak wordt sowieso de jouwe.

Wie spreekt dat tegen? De mannen wellicht, in stereo.

Jamaar, wij gaan wel gaan werken”…  Aha, en wij zitten de hele dag op onze luie krent, 3 maanden lang.

De evidentie dat de vrouw zoveel taken op zich neemt, is dat niet de grootste boosdoener in vele relaties. Vooral als er kinderen zijn.  Het takenpakket is een ongeschreven wet die moet nageleefd worden.

Mannen hebben zo geen vastgelegde wetten. Ze zetten de vuilnis buiten, ze rijden de poulouse kort, zorgen eventueel voor de financiën en helpen een handje met de afwas.  Andere dingen zal hij misschien ook wel eens doen, als het hem keurig, netjes, niet op een zaagtoon en vooral niet te dikwijls gevraagd wordt.  En dan wil hij applaus, en bevestiging.

Ik ben niet blij dat ik als vrouw geboren ben. Ik heb dat zogende, zorgende en het housekeepingmanagement wel volledig onder de knie maar het gaat niet zomaar vanzelf. Ik heb er meestal een grondige hekel aan. Net zoals een man er een grondige hekel aan zou hebben mocht het van hem als een evidentie verwacht worden.

Vroeger ging de man uit werken en bleef de vrouw thuis voor de kroost en het huishouden. De rollen waren echt zuiver op de draad ingedeeld, toen werkte dat nog, omdat ze niet beter wisten. Maar ik zou ze niet graag eten geven, de vrouwen die het liever anders hadden gehad.

Anno 2008 is dat allemaal serieus veranderd. De vrouw gaat nu ook uit werken (vandaar die ellenlange files overal) en er is opvang voor de kinderen.  Zij bouwt haar eigen sociaal netwerk uit en is financieel niet meer afhankelijk van de man (vandaar zoveel scheidingen, de vrouw kan nu alleen verder).

So far so good, maar hoe zit het met het rollenpatroon die in vorige generaties van toepassing waren, toen de man de enige kostwinner was?  Op dat gebied is er niet te veel veranderd. De man doet waar hij zin in heeft, de vrouw zorgt dat het huishouden gedaan is en de kinderen proper en netjes de deur uitgaan.

Ok, ja, door de valse nieuwe term “de nieuwe man” nemen mannen wel al eens een taak meer op zich dan vroeger maar geef toe, het evenwicht is nog steeds ver te zoeken.

Dat is nu eenmaal zo, het is maatschappelijk zo bepaald en daarmee is alles gezegd.  Een goeie vrouw doet nog steeds wat die eeuwenoude ongeschreven wet haar voorschrijft, en daarover valt niet te zagen. Vooral niet zagen.

Als een man gaat samenwonen en later trouwt en een gezin sticht, wat verwacht hij dan?  Hij gaat er zonder nadenken vanuit dat zijn allerliefste de taken van zijn eigen moeder overneemt. Ze moet een perfecte mama zijn voor de kindjes, daar is ze immers voor in de wieg gelegd. Bovendien moet ze zichzelf mooi maken, soigneren en scheren en op haar lijn letten zodat hij ermee buiten kan komen. En ze moet gewillig en goed zijn in bed en hem veel aandacht, bevestiging en liefde geven, zoals een geweldige minnares.

Hoemeer ik erover nadenk hoemeer ik ervan overtuigd ben dat ik niet compatibel ben met een man. Ik ben zo geen doorsnee vrouw die deze ongeschreven maatschappelijke en cultureel vastgelegde wetten naleeft.  Ik laat me niet leven, ik ben daar niet goed in. Ik heb geen bal aan dat conservatieve patroon van moeder de vrouw.

Gezien mijn afschuw voor dat opgedrongen rollenpatroon lijkt het er sterk op dat alleen blijven voor mij het beste is.  Tenzij er werkelijk een man bestaat die er net zo over denkt als ik. Die er zich ook niet in kan vinden om die bekrompen levensstijl te volgen.  En tenzij hij single is. En tenzij we elkaar tegenkomen. En tenzij we elkaar aardig vinden. En tenzij we smoor worden op elkaar. En tenzij… en tenzij…

Of zou een LAT-relatie misschien een optie zijn? Eventueel?


Spaajdermijn

14 juli 2008

Hallo?”

Ah, dochter, ‘t is uwe pa. Zeg, doen jullie iets vannamiddag? Ik heb vrijkaarten voor een dinges, in Vollezele. Zin om mee te gaan? Er is daar kinderanimatie met een clown en zo, smurf zal dat ook wel fijn vinden. Wat denk je?”

Bwaja, ik heb niet meteen iets gepland, alhoewel mijn vriendin K een sms’je stuurde met de vraag of we samen iets zouden doen met de kids. Als dat daar zo kindvriendelijk is zal ik haar meevragen, als ‘t niet geneert. Wat denk je?”

Tuurlijk, vraag het haar maar, hoe meer zielen…”

Op het sms’je naar K kreeg ik er eentje terug dat ze zoiets niet echt zag zitten met haar 3 klein mannen, dat het voor een andere keer zal zijn.

Om 15 uur arriveren we in Vollezele. Ik had totaal geen idee waaraan ik me moest verwachten. Ik vond het voorstel van mijne pa vooral interessant voor smurf. Een kermis met kinderanimatie en een clown en zo, dat leek me wel plezant voor hem.

Daar aangekomen zag ik een weide met daarop een grote tent en errond 1 klein moleke, 1 vis- en schietkraam, 1 lunapark en een hamburgerkot.

Huh? Wat is dat hier voor iets? Waar is de clown? Waar is de kinderanimatie?

Mijne pa en vriendin stapten recht op de tent af, tegen elkaar grinnikend: “Kom, rap, Paul Severs is al bezig”.

Huh? Wié zegde? Paul Severs? Daar in die tent? Live? Nu?”

Een gekregen paard mag je niet in de bek kijken dus smurf en ik volgden pa en Nelly mee naar de kassa aan de ingang van de tent.

Jawadde seg, was me dat daar een hete bedoening! Den doemp kwam ons effenaf tegen.  Het was verschrikkelijk warm onder dat zeil, gewoon niet te doen! De tent zat stampensvol met ouwe meekes en peekes, echt van die overgrootmoemoe’s en hun aanhang.

Geen idee waar mijne pa het idee vandaan had dat ik zoiets tof zou vinden op een zondagnamiddag. Maar goed, we waren er, ik kon evengoed iets drinken. DORST!!!

Paul Severs is een ware entertainer. Voor ouden van dagen. Niet voor mij, echt niet. In 1 teug was mijn glas leeg en troonde ik smurf mee naar buiten. Kom jongen, we gaan buiten naar de dinges, euh, kermiskraampjes.”

In het lunapark wou smurf meteen op van die muntenschuivers spelen (ik weet niet hoe die machines heten). Hoemeer munten hij in de gleuven stak hoemeer er terug in het bakje vielen. Voor amper 5 euro heeft hij zich daar een dikke 2 uur geamuseerd. Na zijn laatste muntje had hij 400 punten en ruilde die in voor 4 speelgoedspinnen. Typisch smurf. Pas op, het waren best wel toffe beestjes, precies echt, met haar op en al.

Hij wou zijn superprijs meteen gaan tonen aan zijn opa en Nelly dus wij weer die tent in.  Terwijl het zweetwater uit mijn lijf gutste liep smurf tussen de tafels door een beetje rond.

Ocharme, dat manneke verveelt zich”, dacht ik. Mijne pa was hem al een tijdje aan het volgen en proestte het uit. Pas toen kreeg ik ook in de gaten waarmee smurf bezig was. 

Hij zette zo hier en daar een spin op de schouder van een nietsvermoedend mensje en wachtte op een afstand tot die zich een breuk verschoot. Zo joeg hij menig oudje de daver op het lijf. En plezier dat hij had! Gieren!

Hoe plezierig hij het ook vond, dit kon ik echt niet toelaten.  Redelijk gegeneert en met forste tred plukte ik smurf van tussen de tafels.  Kom vent, we gaan naar het schietkraam, da’s minder gevaarlijk.”

Maar allez mams, ‘t was juist zo tof.”

Voor jou is dat bijzonder tof ja, maar voor die mensjes is dat echt niet niet gezond, da’s slecht voor hun tikker”.

Ik zag het zo voor me, die grote dikke vetgedrukte krantenkoppen:

 “Vollezele: 92-jarige vrouw overlijdt aan hartinfarct na onschuldig spelletje met een speelgoedspin”.


langzaamaan

12 juli 2008

 

Dit weekje gaat wel tergend traag vooruit! Wat is dat toch? Normaal gezien vliegt de ene week over in de andere. Zit dat miezerige weer er voor iets tussen? Nee, dat kan niet, als het regent en dondert word ik rustig, dat kan de reden niet zijn.

Wat vertraagt de boel hier dan? Het vordert niet, er zit geen vaart in, er komt geen eind aan deze week.

‘t Is nu nóg maar vrijdag. Pffrt.

Niet dat ik iets in petto heb, na-ah, er ligt niks speciaals in het verschiet. Er staat niets op stapel waar ik naar uitkijk. Mijn planning is leeg. Ik héb zelfs geen planning. Ik heb geen reis geboekt naar verre oorden. Er staat geen spannende date in mijn agenda (da’s pas voor in augustus). Er valt niks te vieren, er valt niks te fuiven, er valt niks te beleven.

Zou het dat zijn? Dat er niets staat te gebeuren om naartoe te leven? Zou dat dit slakkengangetjesgevoel veroorzaken?

Eigenlijk best raar dat ik me eraan stoor want ik houd van een rustig tempo.  Broeit er misschien iets? Staat er iets te gebeuren waar ik nog geen weet van heb?

Er zit onrust in mijn lijf, van een niet zuiver te definiëren soort waar ik geen blijf mee weet.

Ne mens komt wat tegen! Of net niet.

 


Ogen toe en zwijgen

8 juli 2008

 

Het is al zo’n paar maanden dat mijn linker oog het bij wijlen laat afweten.

Zo soms is mijn zicht voor de helft wazig, vooral de linkerhelft. Wat ik lees is dan niet alleen wazig maar ook dubbel, blurry en vooral slecht, zowel dichtbij als veraf. Slechts met anderhalf oog kunnen zien wordt op den duur behoorlijk mottig dus maakte ik een afspraak bij de oogarts.

Na de nodige kijktesten had die optische treze niks meer te zeggen dan: “je zicht is niet optimaal (du-uh!) maar verder zie ik niks verkeerd, dat wazige zicht zal een ouderdomskwaaltje zijn. Je wordt een dagje ouder, dat zal stilaan gaan beginnen”.  Awel ja, trut, rub it in!

Dan maar bij de opticien binnengestapt, de mogelijkheid voor ogen houdend dat mijn brilglazen misschien aan een upgrade toe zijn.

Ook daar diende ik mijn kin in zo’n houder te haken, deze keer voor een test met een huisje en een lichtpuntje. Geen idee waar dat goed voor is maar dat zal wel ergens zijn nut hebben, neem ik aan. Daarna kreeg ik zo’n zwaar metalen ouderwets kijkgedrocht voor mijn gezicht geschoven waar de optieker verschillende kijksterktes uittestte op mijn mooie blauwgroene kijkers.

“Cataract kunnen we uitsluiten, je beide ogen reageren goed op impulsen, maar uw zicht in uw linker oog is wel heel erg slecht.”

“Vertel mij anders eens iets dat ik nog niet weet”, dacht ik, doch ik zei: “ja, daarvoor ben ik hier, omdat er iets niet juist is met mijn linker oog en omdat de oogarts beweert dat het een ouderdomsverschijnsel is en omdat ik met zo’n dwaze uitleg niet echt gediend ben, laat staan geholpen”.

De opticien kon ook geen echte hulp bieden. Ik kreeg een koppel straffere brilglazen voor op ‘t werk, een doos straffere lenzen voor in ‘t weekend én het advies om mijn ogen zo weinig mogelijk te vermoeien.

Hm, mijn ogen niet vermoeien, hoe ga ik dat forceren? Ik zit toevallig beroepshalve hele dagen op een beeldscherm te kijken, naar cijfertjes en getalletjes in van die lieve kleine tabelletjes. veel oogrust zal mijn job me niet opleveren, me dunkt.

Enfin, dat was dus enkele maanden geleden en nu zijn we intussen hetzelfde aantal maanden verder. Doch, helaas, mijn linker oog keert zich nog altijd tegen mij. Heel erg ambetant, ik zeg het je.

Nu wil het toeval dat we op het werk onder controle staan van een “externe dienst voor preventie en bescherming op het werk”.

Omdat wij voornamelijk bureauwerk doen wordt nagegaan of de werknemers zich gezond en wel voelen op de werkvloer. De controle omvat een vragenlijst over onze lichaamshouding aan ons bureau, richtlijnen over de ideale inrichting van een beeldschermwerkpost én…tadaaaa: een oogtest.

Vandaag was het mijn beurt om op controle te gaan.  Met relatief hoge verwachtingen over het krijgen van een third opinion reed ik naar Asse, naar de controledienst.  Na nog maar eens diverse testen kreeg ik de uitslag: Rechter oog: 10/12, Linker oog 2/12.  Eureka! Mijn linker oog is gebuisd.

“Uw linker oog is rap vermoeid door het werken aan een beeldscherm. Je moet zeker na 2 uur werken een pauze van 10 minuten nemen.”

“Dat doe ik al 9 jaar mevrouw, om de 2 uur ga ik samen met een paar collega’s en onze baas een sigaretje paffen buiten, daar zal het niet aan liggen.”

Ze fronste haar wenkbrauwen, vulde een papier in voor mijn werkgever en wenste me verder nog een prettige dag.

Zo, dat was het dan. Mijn linker oog zegt ogenschijnlijk gewoon foert wegens mijn jongbejaarde leeftijd. Daar moet ik het mee doen.

Da’s klote, gasten!


Curriculum Vitae

30 juni 2008

 

Als alles meezit stap ik eind dit jaar op tram 4.

Het cliché wil dat deze leeftijd een mijlpaal is in een mensenleven, waarbij je de voorbije 40 jaar eens grondig dient te overlopen.

Ik ben er de persoon niet naar grappige cliché’s te gaan doorbreken, dus maak ik voor de gelegenheid ook maar eens de balans op van mijn 40 levensjaren op deze aardkloot.

Denk nu niet dat ik hierover in detail ga treden, dat zou minstens tot een moeilijk te verteren trilogie leiden.

Ik zou met heel veel gemak drie joekels van boeken kunnen volschrijven over mijn levenswandel. Dat zou best een drieluik kunnen worden met 1 zware thriller, 1 meesleurend drama en 1 onroerende roman.  Misschien doe ik dat ooit eens. Ik zal het laten weten mocht het er ooit van komen.

Eén gegeven dat als een rode draad doorheen mijn leven loopt zal wel volstaan om hier even uit te vergroten.

Ergens begin jaren ‘90 heb ik me door een vroegtijdige midlifecrisis geworsteld. Zo’n crisis komt er doorgaans ná je 40ste. Ik heb die alvast gehad, ha!

Hoe die me precies is overkomen weet ik niet maar ik denk dat het te maken heeft met de wisselvalligheid die mij eigen is.

Ik ben een wentelteef. Big time.  Er zijn momenten dat ik me niet van het gevoel kan ontdoen dat er 2 verschillende persoonlijkheden in mij huizen.

Ken je die T-shirts met de opdruk: “I used to be schizo but we’re Ok now”?  Toch vrij bizar dat ik die altijd super heb gevonden. Meermaals heb ik op het punt gestaan me er zo eens eentje aan te schaffen maar ik zie me daar niet echt mee rondlopen, dat zou er een beetje over zijn. Ik laat ze telkens toch maar in al hun toffigheid voor wat ze zijn.

Schizo ben ik niet, laat dat duidelijk zijn, maar ik kan wel ongelooflijk veranderen van gedachten, gevoelens en humeur.

Als een kameleon kan ik tranfomeren van een opgewekte, uitbundige en luidruchtige sfeermaker in een humeurige, afstandelijke, dwaze, stille en associale trut.

Een ex-vriendje zei me ooit eens dat het daardoor met mij nooit saai wordt.  That’s one way to see it en misschien heeft hij wel gelijk.

Als ik mijn leven zo eens in het algemeen overloop meen ik te mogen stellen dat ik altijd in pieken en dalen leef. Ik hoef daar niets speciaals voor te doen, dat komt en dat gaat.  Mijn hele ik kan soms zo ontzettend draaien en keren dat ik er zelf duizelig van word.

Moodswings, ups en downs, chaos in the head.  En dan weet ik niet meer waar kruipen van verwarring. Dan draai ik mezelf in een cocon en scherm ik me af van alles wat beweegt.  Dan duld ik niemand om me heen, dan moet ik alleen zijn met mezelf.

Voordat er iemand gaat denken dat er hier een serieuze hoek af is, ik ben doorgaans echt wel een opgewekt kieken dat ervan geniet om te socializen. Ik ben graag onder de mensen en ben vrij gulzig op alle gebied. Ik ben graag alleen en hou van rust en stilte maar zo nu en dan moet ik ook eens geweldig kunnen uitbreken. Bij momenten heb ik er een grote behoefte aan om nog eens zwaar uit de bol te gaan en de puber uit te hangen. Nadien moet ik dan wel weer bekomen van alle geweld en ben ik genoodzaakt mezelf aan een lader van isolement, stilte en rust te hangen. So be it.

Die wisseling is er altijd geweest, zover ik me kan herinneren. Hoe contradictoir het ook mag klinken, dat wisselen van het ene uiterste in het andere is een constante, vrijwel de enige standvastigheid in mijn leven. 

Als ik mijn levenslijn zou tekenen zou het geen zacht curvende lijn zijn maar een hoekige curve vol uitschieters van pieken en dalen.

Ik leef en beleef heel intens en dat vind ik eigenlijk best boeiend.


Pixie Poes

26 juni 2008

Pixie stelt het goed. Heel goed zelfs. Vergeleken met de staat waarin hij zich bevond zaterdagnacht…amai, is me dat een sterk beestje!

Hij heeft een gigantische klap van een auto overleefd, heeft hoogstwaarschijnlijk een dag of langer ergens bewusteloos gelegen, of bewust liggen afzien, en nu, 4 dagen later, loopt en springt hij alweer dapper rond.

Hij doet het goed, all things concidered. Hij is nog lang niet in zijn normale doen maar dat komt wel. Daarnet vloog er een bromvlieg rond in de kamer, welke hij normaal gezien als een wilde tijger achterna zou zitten. Nu lag hij ze gewoon een beetje te volgen, zonder te verroeren, alsof hij dacht: “ach stomme vlieg, ga maar een andere kat uitdagen, ik zet mij toch niet recht om je te pakken, nah!”.

Toen ik hem afhaalde kreeg hij nog 2 prikken in de prot met antibiotica en ontstekingsremmers. ‘t Zou best kunnen dat er wat Valium tussenzat. Zo rustig dat hij is.

In ieder geval heeft hij geen pijn meer.  De wondjes genezen mooi, de zwellingen zijn verdwenen en zijn oogje is weer helemaal open (hij ziet soms wel nog een beetje scheel, maar da’s best wel grappig eigenlijk).  Alleen zijn kaakgewricht zit nog niet in de haak zoals het hoort te zitten maar veel last schijnt hij daar niet van te hebben.

Van de dierenarts kreeg ik speciale gepureerde kattenvoeding mee omdat Pixie wellicht nog geen korreltjes zou kunnen knabbelen door dat scheve kaakgewricht. Toen ik thuis kwam zette ik meteen een schoteltje van dat voer voor hem klaar, samen met een bakje water en een schaaltje met zijn favoriete korreltjes. De puree heeft hij niet aangeraakt. De korreltjes daarentegen, die heeft hij knorrend als een opgedreven brommer met krot en mot binnengespeeld.

Volgende week gaat hij nog eens op controle bij de dierenarts en dan zal de hele history geschiedenis zijn.

Hier 2 fotootjes van onze dappere kater: 

  


Rescue 911: Pixie

23 juni 2008

 “Pixie Poes heeft het hier bij ons toch goed hé mama?” zegt smurf.  “Toch goed van ons dat we hem gered hebben hé, van bij die stomme stomme mensen!”

 Ik kan het alleen maar bevestigen, we hebben allebei gezien uit welk marginaal nest onze huiskater komt, en ik heb het hier niet over het kattennest.  Waar Pixie vandaan komt kreeg hij meer slagen dan eten. De 3 kittens waren alles behalve welkom in dat gezin, dat was overduidelijk.

De kleintjes waren 6 weken oud toen we er eentje konden ophalen.   Smurf koos het katteminneke dat zich in zijn armen nestelde en schuddend en bevend bleef zitten. De andere 2 waren zodanig bang en schuchter dat we ze niet eens konden pakken om eens te aaien of te knuffelen.

 “Pak mor mee madam, ge meugt z’alledrei meepakken aske wilt, wur moetn der niks ver emmen, ze zen verniet, asse mo weg zen!”

 De eerste weken was Pixie enorm schuchter en kroop steeds weg onder de commode. Hij is heel lang als de dood geweest voor een reikende hand.  Liefdevol aaien en knuffelen…dat was hem duidelijk onbekend.  Pas na een hele tijd voelde hij zich veilig genoeg om in de zetel op een fleece dekentje een tukkie te doen. Heel voorzichtig kwam hij al eens op onze schoot gekropen en stilaan liet hij zich het geknuffel en gestreel welgevallen.  Nooit eerder heb ik een kat zo veel en zo luid horen knorren. Smurf noemt hem soms “brommer” in plaats van Pixie, kan je nagaan.

 Pixie is een semi huiskater. Liefst van al zou ik hem fulltime vrij buiten laten ravotten en jagen en de kater uithangen maar hij hangt iets te graag rond in het gebouw. Eender hoe, hij vindt altijd een gat om naar binnen te kruipen en dan krabt jij het behang van de muren en plast hij alle deurmatjes die hij tegenkomt.   Eigenlijk mogen we als huurder geen huisdieren houden maar het wordt getolereerd, zolang er niemand last van heeft. Van Pixie hebben ze last dus moet ik hem binnenhouden. Soms zet ik het keukenraam op een kier en nestelt hij zich daar dan voor het raam met zijn snoet naar buiten. Heel soms riskeert hij het zich eens om erdoor te springen en een eindje te gaan wandelen, maar hij is nogal benauwd van alles wat beweegt, dus ver gaat hij niet. Als ik ga slapen en hij is nog buiten dan hoef ik maar eens te fluiten of zijn naam te roepen en hij komt meteen aangehuppeld.  Fijne kat.

 Afgelopen donderdag kwam hij niet meteen binnen toen ik hem riep. Een dik uur later probeerde ik hem te lokken met zijn korreltjes maar nope, geen Pixie poes te zien of te horen.   Ik liet het raam dan maar op een kier en ging slapen. Hij zou wel gauw binnenkomen om te eten of te drinken.

 Zaterdag heb ik van heel de dag geen Pixie gezien. Zijn eet- en drinkbakje was onaangeroerd gebleven, dus hij is er ook ’s nachts niet geweest.   Zijn naam roepen en fluiten en hem lokken…allemaal geen avance, geen Pixie te bespeuren.

“ok, die is het dorp gaan verkennen” dacht ik.

 Zaterdag was het rond 2 uur ’s nachts toen ik thuiskwam van een leuke Spaanse kookavond. Nadat ik mijn auto in de garage had gezet hoorde ik ineens het vertrouwelijke gemiauw van Pixie Poes.

 “Ha, eindelijk, zijt ge thuisgeraakt maatje? Amaai seg, zo op stap geweest in uw eentje,…”

Ik hield op met dat kiddiekiddiekiddie-gebral toen ik iets afgestrompeld zag komen.

“Oeioei, dat is Pixie niet zeker? Of toch? Nee, dat kan niet. Deze ziet er raar uit, en mager…Pixie is een beer van een kat…”.

 Bleek het toch onze allerliefste huiskat te zijn. Wat was hij toegetakeld! Vuil, mager en nat. Ik verzorgde zijn oogje en de wonde onderaan zijn kin. Hij bood geen weerstand, hij knorde alleen. Ik nam hem in mijn armen en legde hem zachtjes op zijn fleece dekentje. Hij rolde zich op een bolletje en viel als een blok in slaap.

 Ik ben de hele nacht bij hem gebleven en heb zo goed als geen oog dichtgedaan. Hij heeft aan 1 stuk door geslapen, tot net voor de middag.  Toen hij uit de zetel spong merkte ik dat hij moeite had met ademen, zijn oogje zat potdicht en zijn kopje was gezwollen.   Ik belde zonder verwijl de dierenarts van wacht en reed in volle vaart 15 km verder naar Moorsel, Pixie angstig miauwend in een box naast mij.

 Hij werd meteen verdoofd om hem te goed te kunnen onderzoeken. Toen bleek dat hij er veel erger aan toe was dan ik had gedacht.  De arts had al gauw het vermoeden dat hij aangereden is en dat hij zich wellicht naar een veilige plaats heeft weten te slepen om te bekomen van de klap. 2 dagen heeft hij ergens alleen gelegen en afgezien van de pijn. Ik ben er het hart van in.  Later bevestigden de foto’s van zijn kopje het vermoeden van de arts.   Pixie’s kaak is ontwricht, zijn kopje zit vol bloedingen en zijn wonden zijn geïnfecteerd.  Hij kreeg een baxter met de nodige medicijnen en pijstillers en zou de nacht rustig kunnen doorslapen.   Hem meenemen naar huis, daar was geen sprake van.

 Vandaag mocht ik bellen voor meer info. De dierenarts kan nog geen 100% uitsluitsel geven of hij het haalt of niet maar hij schat de kans vrij positief in. Ze zouden hem vanmiddag nog verder onderzoeken en nagaan of ze chirurgisch iets kunnen doen aan zijn kaakgewricht.  Intussen krijgt hij sondevoeding en via baxters verder nog medicatie en pijnstillers.

 Na het werk haalde ik smurf af op school. Hij wist nog van niets, hij was de hele week bij zijn papa.  Niet meteen de beste start van een weekje bij mama maar hij zal sowieso moeten leren om met dit soort dingen om te gaan. 

Tranen met tuiten vloeiden er toen ik hem het slechte nieuws vertelde.  Gelukkig had ik het geregeld dat we even op ziekenbezoek konden gaan en 20 minuten later stonden we op de parking van de dierenartsenpraktijk in Moorsel.

 Pixie herkende ons meteen. Halfdronken veerde hij recht, begon als gek te knorren en wreef zijn kopje tegen smurf zijn hand door de tralies van het kooitje. Toen de arts de kooideur opende wreven smurf en Pixie hun hoofdjes minutenlang tegeneen. Dat was zo mooi, zo innig, zo lief en schattig.

 Ook de arts kreeg zowaar een krop in de keel bij het zien van zo’n aandoenlijk tafereel. Hij vindt het enorm positief dat Pixie zo reageert op zijn baasjes. Dat is een heel goed teken, zegt hij.

Pixie zal het halen. Denk ik. Hoop ik.


Blogthings

20 juni 2008

Via deze blog kwam ik op een gezellige site terecht waar je onnozele en minder onnozele testjes kan doen.

Wie zichzelf graag op een speelse wijze binnenstebuiten keert moet zeker eens zappen naar deze site.

Ik deed de persoonlijkheidstest en dit is het resultaat:

 

You Are An INFJ
The Protector

You live your life with integrity, originality, vision, and creativity.
Independent and stubborn, you rarely stray from your vision - no matter what it is.
You are an excellent listener, with almost infinite patience.
You have complex, deep feelings, and you take great care to express them.

In love, you truly see relationships as an opportunity to connect and grow.
You enjoy relationships as long as they are improving and changing. You can’t stand stagnation.

At work, you stay motivated and happy… as long as you are working toward a dream you support.
You would make a great photographer, alternative medicine guru, or teacher.

How you see yourself: Hardworking, ethical, and helpful

When other people don’t get you, they see you as: Manipulative, weak, and unstable


Goede daad, kameraad.

11 juni 2008

Smurf afzetten en afhalen op school is altijd een beetje spannend. Er is plaats genoeg op de parking voor, naast en rond de school en toch lukt het menig ouder om de hele boel op te stroppen en het doorgaand verkeer in de war te sturen. Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar ze zijn er goed in.

Ze stoppen zomaar lukraak ergens in het midden, laten hun kroost uitstappen, wuiven kind eens na en draaien en keren hun rijdoos in alle richtingen 27 keer voor- en achteruit, ‘t is soms ronduit belachelijk.

Ik vraag me echt af waar en hoe sommige mensen hun rijbewijs hebben gehaald. Was een gratis rijbewijs ooit de troostprijs op grote tombola’s of zo?

Na wat afwijzend hoofdschudden en een lachje van ongeloof over de erbarmelijke rijkunsten van een mama die vóór mij de parking oprijdt manoeuvreer ik mijn auto mooi recht tussen de lijnen van het parkeervak naast een enorm scheefgeparkeerde gele Corsa. Geen “L” te zien op de achterruit, dat zal dus wel het vrijetijdsautootje van een vrouwtje zijn.

Ok ja, ik spreek tegen mijn eigen commerce, ik ben ook feminin maar is het niet typisch voor meisjes/vrouwen om zulke toeren af te werken?

Blij dat je’t toegeeft.

Smurf is nog volop aan het voetballen met een zestal vriendjes als ik de speelplaats oploop. Hij ziet mij niet, hij gaat helemaal op in het spel.

Ik heb tijd in overvloed en placeer mijn derrière op een bankje in de schaduw om het spel gade te slaan. Niet met een kritisch oog want ik ken niks van voetbal, ik weet alleen dat het de bedoeling is om de bal tussen de netten te krijgen. Hier op school zijn geen netten aan de doelen, enkel wat ijzeren palen geven het kader van de goal aan.

Een klein half uurtje later krijgt smurf me in de gaten, wanneer de bal tegen mijn voeten rolt en ik er een flinke sjot tegen geef.

De bal vliegt met een perfecte boog richting proper gekuiste vensters van klas 3.

“Mama! Wat doe jij nu? De bal ging bijna door het raam van de klas!”

“Nog een geluk dat ik heel goed kan mikken hé, zo nét ernaast zo…” probeer ik mijn mislukte poging tot een perfecte uittrap te vergoelijken, maar de snotapen trappen daar niet in en lachen me vierkant uit.

Zonder veel problemen of oponthoud rijden we de parking af en begeven we ons naar de winkel voor de nodige voedingswaren voor vanavond.

Geladen met 2 dikke plakken Chateaubriand, een zak aardappelen, een krop sla, een doos trostomaten en een komkommer zijn we onderweg naar huis wanneer ik rechts tegen de rijbaan een meneer met een sporttas achteruit zie stappen, zijn rechterarm schuin omhoog, duim in de lucht.

Een lifter begot, hier in dat boerengat. Waar zou die mens naartoe moeten?

Smurf vraagt of ik alstublieft wil stoppen en alstublieft die meneer wil meenemen. Toe mama, alstublieft?

Op ‘t eerste zicht ziet hij er niet echt boosaardig uit, ‘t is een nogal tenger manneke.

Ik rijd hem voorbij, minder vaart, pink naar rechts en zet me een eindje verder op de pechstrook.

Hijgend van het kleine stukje lopen opent de meneer mijn zijportier en zegt: “Dag madam, ik zou naar Nederhasselt moeten, zou dat kunnen?”

“Ja dat zou kunnen, maar ik moet niet naar Nederhasselt, ik moet maar tot in Kerksken. Van daar is ‘t dan wel nog een heel eind voor jou.”

“Oh, maar tot daar is al goed, da’s al een groot stuk minder, ik lift vandaar wel verder, geen probleem.”

Smurf zit altijd vooraan, op een zitje. Dat mag eigenlijk niet maar daar veeg ik mijn 38 aan, ik vind het veiliger dat hij vooraan zit, daar zijn airbags en achterin niet. Hij stapt de auto uit, zwiert zijn zitje naar achter en maakt de passagiersstoel vrij voor de vreemde meneer.

Onderweg raken we vlotjes aan de praat waardoor ik te weten kom dat hij vanochtend met de fiets naar Leuven is gereden maar het niet zag zitten om die baan nog eens per fiets terug te doen, dat hij zijn rijwiel op zijn werk in Leuven heeft achtergelaten om met de trein terug te keren. Dat is allemaal goed gelukt, tot hier, en nu moet hij nog tot in Nederhasselt geraken. We tateren wat af, alsof we elkaar al 20 jaar kennen.

Door al dat getetter heen beslis ik om die brave meneer helemaal tot in Nederhasselt te voeren. Ik ben nu toch op de baan, op die 10 minuten zal het nu ook niet steken zeker.

In Nederhasselt stapt de meneer uit, me op velerlei manieren bedankend voor het praatje, de aangename rit en de aangeboden lift.

“Dat was een toffe meneer hé mama?”

“Mja, dat was best een toffe gast, dat vind ik ook wel ja…”

“Dat zou nu eens een goeie man voor jou zijn zie, daar zou je verliefd moeten op worden.”

Ik schenk hem 1 van mijn bredere glimlachjes en met onze eigen binnenpretjes rijden we zonder nog 1 woord te wisselen huiswaarts.


Shiny unhappy ikke

8 juni 2008

Zal ik deze mooie zonnige zondag eens verpesten met een donker postje?

Ik moet namelijk iets van me afschrijven.

Ik was al begonnen met mijn frustratie in Word in te typen met de bedoeling het nadien te deleten maar toch zegt iets mij dat ik het evenwel publiekelijk op mijn blog kan gooien.

Misschien ben ik niet de enige die zich zo mottig voelt vandaag. Misschien zijn er nog anderen die hierin herkenning vinden en die er iets aan hebben.

Van een contradictie gesproken. In mijn vorige post plaats ik de song die mij altijd happy stemt, en nu gooi ik er dit achteraan.

Enfin. Soit. Anyway.

Het is vaderdag en ik zou bij mijne pa langsgaan. Zijn dag verblijden met mijn gezelschap, hem 3 dikke kussen geven, taske koffie drinken en zo, je kent dat.

Ik belde hem op om mijn bezoekje aan te kondigen.

Ha pa, een gelukkige vaderdag hé. Hoe is’t? Al een fijne dag gehad?”

Ah, Margoken, wat lief van je, bedankt. Ik ben hier bij de zoon van mijn vriendin en zijn gezinnetje. We hebben net gedaan met eten, het was heerlijk lekker. Straks gaan we in ‘t zonnetje zitten met een glaasje wijn erbij. ‘t Is hier echt gezellig. En oewist met jou?”

Och ja, bwa, ook wel gezellig. Pixie de kater ligt op mijn schoot te knorren…”

Dat ik graag was langsgekomen kreeg ik niet over mijn lippen. Ik voelde tranen opwellen maar verdrong ze tijdens het telefoongesprek.

Eens ingehaakt liet ik ze de vrije loop.

Het gezin waaruit ik kom is al jaren geleden in stukken gebroken en zo nu en dan overvalt me een zwaar gevoel van eenzaamheid, gemis en verdriet.

We waren met 6, nu nog met 3. Mijn ouders waren al vroeg gescheiden, mijn ma is in 2004 plots overleden, mijn oudste broer verongelukte toen ik 17 was en mijn zus overleed op haar 26.

Dat zij er niet meer zijn laat zich al eens duidelijk voelen, vooral op familiedagen, zoals vandaag.

Ik hoorde door te telefoon de gezelligheid van een gezin dat vaderdag viert en kon het echt zó voelen hoe het zou kunnen geweest zijn mocht ons gezin nog compleet zijn.

Met mijn 2 broers en zus gezellig samen eten maken of de BBQ aansteken, honderduit kletsen over vanalles en nog wat, onze kinderen samen zien ravotten in de tuin,…

Het gevoel van leegte en eenzaamheid is enorm vandaag.

Ook de voordelen van single zijn ontgaan mij vandaag volledig.

Smurf is bij zijn papa en zal iets moois gemaakt hebben voor zijn vaderdag. Het zal er gezellig aan toe gaan. De papa van smurf en zijn vriendin zullen op hun beurt ook hun eigen vaders in de bloemetjes zetten.

Overal voel ik familiale gezelligheid terwijl ik mij in mijn eentje wentel in zelfmedelijden.

Ocharme ik, wat ben ik toch een triestige plant, zo heel alleen en nowhere to go.

Hip hip, zielige kip.

Dat het maar rap morgen is, dan is alles weer normaal. Dan is smurf bij mij en kan ik me weer volop op hem concentreren.


Hard labeur in ‘t interieur

4 juni 2008

Deze middag zat ik wat te lezen, zoals ik al eens meer doe op mijn vrije dag, maar ik kon me maar moeilijk concentreren.

Ik voelde een ondefinieerbare onrust in mijn lijf. Na een paar pagina’s te hebben gelezen kon ik me niet meer herinneren waarover het ging.

Hm, dit wordt niks”, dacht ik, vouwde de Humo dicht en zwierde hem met een welgemikte gooi op de salontafel.

Toen ik anderhalf jaar geleden dit appartement betrok had ik alle meubilair zo deftig mogelijk in de ruimte ingepast. Toch heb ik die hele tijd een wazig dit-is-maar-voorlopig-gevoel gehad. Dat gevoel stoorde me de laatste tijd meer en meer. Call me gerust a weirdo maar ik ben nogal gevoelig voor dat soort dingen. Dat was die onrust die ik voelde.

Achterover hangend in de zetel liet ik mijn ogen over het interieur glijden. Ik ging langzaam alle muren af, bekeek de meubels alsof ik in een showroom stond, nam alle details in me op en ineens, als op commando, veerde ik recht.

Ik zette de radio aan, gaf een flinke draai aan de volumeknop, veegde de huiskater liefdevol de deur uit en ging met een ongeziene drive aan de slag.

Al even gedreven als een professionele interieurverzorgster maakte ik de kasten leeg om ze makkelijk te kunnen verplaatsen. De TV-kast schoof ik een heel eind op. De 3-, 2- en 1-zit en de salontafel versleepte ik van het midden van de living naar de rechterhoek.

De glazenkast, die eerder in die hoek stond, kwam tegen de muur in de open keuken, smurf zijn rieten speelgoedkoffer kreeg een beter bereikbare plaats en de stereoketen vloog met boxen en al tegen de tegenoverliggende muur.

Het zag er al heel wat beter uit maar toch voelde het ergens nog niet helemaal goed. Mijn oog viel op de donkerbruine grenen buffetkast in de keuken.

Die moest hier ook maar eens verdwijnen”, dacht ik, me herinnerend dat dat nog een overblijfsel is uit een vorige leven.

De grote tafel met 6 stoelen, de lange commode, de glazenkast, de TV-kast en de salontafel zijn 1 geheel, vervaardigd uit bleke kerselaar gecombineerd met gezandstraald glas. Die complete meubelset schafte ik me aan toen ik alleen ging wonen na de scheiding. Alles vormt 1 mooi geheel, zelfs het hoekbureau dat ik me onlangs op e-bay aanschafte heeft dezelfde bleke kleur.

Het was duidelijk, die ene donkerbruine kast stoorde en moest verdwijnen.

Hoe gerieflijk ze ook was in de keuken, ik verplaatste de kast naar de slaapkamer, waar ze nu perfect samenpast bij de rest van de grenen Ikeastukken.

Nu is het helemaal zoals het moet. Alles is in evenwicht. Het salon staat perfect in die hoek. Het oogt en voelt knus en gezellig, precies zoals ik het wou.

De tekeningen van schoonzus aan de muur, de kussens in de zetels, de decoratieve placemats op de commode, de theelichthoudertjes en het tapijtje onder de salontafel passen zorgen voor de gepaste bordeaux kleuraccenten: de finishing touch.

Tijdens het sleuren en zeulen en moven en grooven heb ik alles ook ineens grondig gepoetst. Alles blinkt en ruikt hier heerlijk lavendelfris.

Ik was nooit zover geraakt, had ik mezelf niet nuttig gemaakt.


Ellendige maandag

2 juni 2008

Ben ik alleen of zijn er nog die vinden dat het vandaag een rotweer was?
Zo’n kleverige hitte zou verboden moeten worden!
Vanwaar komt die hoge humidity? Joost mag het weten.
Waar woont Joost? Zou hij thuis zijn?
Ach, ik wil het niet weten, ik kan er toch niks aan veranderen. Ik hoef geen saaie uiteenzetting over de oorsprong van de klimatologische vochtigheid die ons vandaag te beurt is gevallen en mocht ik het later alsnog willen weten dan snor ik het wel op via tinternet.
Of bel ik 1207 en vraag het nummer van Joost.

Wegens werkzaamheden lag de electriciteit volledig plat op het werk, en dit gedurende een uur of 3.
De airco in het kantoor noch het ventilateurke op mijn bureau konden daardoor niet voor de levensnoodzakelijke afkoeling zorgen. Dat hebben mijn collega’s geweten. Ik heb een half oerwoud doorgezaagd, vrees ik.
Mijn gezaag was niet alleen omdat het vreselijk warm was in ons kantoor, maar vooral omdat een paar pipo’s het lumineuse idee hadden om ons aan een vreselijke bezigheidstherapie te onderwerpen.

Wegens het nog niet klaar zijn van het depot staat er zo’n 4 boekjaren aan archief in ons kantoor. Alle kasten puilen uit van de mappen, de grond ligt bezaaid met honderden classeurs en er staan her en der stapels reeds gevulde dozen.
“Nu we toch niet kunnen werken is dit een ideaal moment om dat karweitje op te knappen, is’t niet?”

“Neen, ‘t is niet! Dit is niét het ideale moment!! Een woénsdag in de wínter is een ideaal moment!
Niet vandaag! Niet op een maandag! Niet nu het verdomme 30 graden is hierbinnen!”

Mijn argument kaatste via de mappen en stapels dozen regelrecht terug in mijn gezicht.
Ik kookte. Wat celciusgewijs voor nog meer verhitting zorgde.
Mensenlief, snakte ik mij daar geweldig naar een bakje troost! Ne koffie! Ne straffen graag!
Maar ook dat kon ik op mijn buik schrijven want zonder electriciteit krijg je een koffiezet ook niet aan de praat.
“Heeft dat spul geen batterijen of wa?!”

Solidair als ik ben en ook een beetje veel omdat ik er niet tussenuit kon begon ik dan ook maar dapper aan die ellendige ergo.
Grote dozen werden uit de loods naar boven gezeuld om ze met een gezwinde handigheid open te vouwen en te verstevigen met van die kletterende bruine tape.
Honderden mappen werden van de ene kant naar de andere kant van het kantoor versleurd om ze per 10 stuks in een doos te droppen, de doos met een ruk dicht te vouwen en toe te plakken met nog meer van die oorverdovende klettertape. Dan nog duidelijk en nauwkeurig de inhoud per doos noteren op een blaadje, de doos volkribbelen met de nodige info en dan maar stapelen per land en per boekjaar.
Je had ons bezig moeten zien.

Het werd er daar niet koeler op. Na een uur stonden we allemaal in ons sop.
Sommigen begonnen stilaan ook door te hebben dat hét ideale moment om te archiveren toch niet op een snikhete electriciteitsloze maandag valt.

3 uur en veel verloren zweetvocht later sprong eindelijk de electriciteit terug aan.
Ik ben me nog nooit zo bewust geweest van de genialiteit van electriciteit als vandaag, maandag 2 juni 2008.
In lichte looppas begaf ik mij naar de bedieningsbakjes van de airco’s, zette ze aan en ging er minutenlang onderstaan. Ook mijn ventilateurke kreeg een dreun op de aan-knop. Draaien makker, komaan, draaien!!
Eindelijk! Koelte. Lucht. Zuurstof.
Dagen als deze moeten zich niet te dikwijls herhalen.

Zeg, maar waar blijft dat beloofde onweer eigenlijk? Meer dan een halve druppel regen, een paar magnifieke bliksemschichten en een onnozel donderklopje heb ik nog niet waargenomen.

Hopelijk breekt de hel vanavond los, zo tegen een uur of 11, als ik ga slapen.
Je hebt er geen idee van hoe ik ernaar uitkijk om een heftige wind te voelen razen, hevige regen of hagelbolletjes op het dak te horen kletteren, mijn kamer te zien oplichten door de bliksem en non-stop donderslagen te horen knallen.

Krijgt deze ellendige maandag-van-mijn-voeten toch nog een mooi einde?